De paradox van de meertalige literaire realiteit in Catalonië: literatuur heeft géén vaderland

Beeld Getty Images

‘Wij lezen, schrijven en neuken in twee talen’, schreef Jordi Gracia. En dat moet zo blijven.

Spanje was het afgelopen jaar in de greep van de Catalaanse crisis. Dat klonk door op de literaire pagina's van de Spaanse kranten. Zelfs een boek over Proust kon opeens verdacht worden. Jordi Gracia, hoogleraar Spaanse literatuur aan de universiteit van Barcelona, schreef in El País dat hij zich had geërgerd aan de uitgave ‘Proust a Catalunya’ (Proust in Catalonië), waarin in het Catalaans wordt beschreven hoe Proust de afgelopen eeuw in Catalonië gelezen, gewaardeerd en bekritiseerd werd, en hoe deze Franse schrijver sommige Catalaanse schrijvers had beïnvloed. De samenstellers van het boek gingen volgens Gracia voorbij aan het feit dat de meeste Catalanen Proust kennen uit Spáánse vertalingen. En het had sowieso geen pas om, nota bene in een boek over literatuur in verschillende talen, een denkbeeldig hek te plaatsen tussen het Catalaans en het Spaans.

Catalonië is immers tweetalig. En: het heeft een unieke tweetalige literatuur. Of, zoals Gracia het op typisch Spaanse wijze formuleerde: “Wij lezen, schrijven en neuken in twee talen”. Je mag daarvan vinden wat je wilt, schrijft hij, je mag denken dat we dat vaker in het Catalaans zouden moeten doen, of juist vaker in het Spaans. Maar je kunt er niet omheen dat dat tot nu toe de situatie was. Je kunt wat er in het Catalaans gebeurt niet los zien van wat er in het Spaans gebeurt.

Zijn betoog viel niet overal in goede aarde. De voornaamste tegenwerping was dat hij het deed voorkomen alsof het Catalaans en het Spaans in Catalonië altijd een gelijkwaardige positie hebben gehad. Wat natuurlijk niet het geval is. Het Catalaans is de afgelopen eeuw nogal verdrongen door het Spaans.

Literatuur heeft geen vaderland

Gracia schreef zijn kritiek in het Catalaans, want hij is zelf tweetalig. Een paar maanden later schreef hij, nu in het Spaans, en opnieuw in El País, over de paradox van de meertalige literaire realiteit in Catalonië: literatuur is altijd gebonden aan de plek waar die literatuur is geschreven, maar het heeft géén vaderland.

Het Catalaans is welbeschouwd maar een kleine taal. Het heeft vier miljoen moedertaalsprekers, waarvan er twee en een half miljoen in Catalonië rondlopen. Dat zo'n kleine taal een uitstekende literatuur met internationaal bekende schrijvers heeft voortgebracht, is, vermoedt Gracia, onder meer te danken aan de nabijheid van ‘het grotere zusje’: de Spaanstalige literatuur van Spanje, en, in het verlengde daarvan, die van Latijns-Amerika.

Die verschillende literaturen zijn communicerende vaten. Catalaanse schrijvers waren en zijn altijd ook lezers van het Spaans. En eigenlijk doet het er niet toe, aldus Gracia. Individuele schrijvers halen hun inspiratie van net zo dichtbij of net zo ver weg als ze zelf willen. De Madrileen Javier Marías, bijvoorbeeld, heeft zich vooral laten inspireren door de Engelstalige literatuur. En als je de Spaanstalige Peruaan Mario Vargas Llosa vraagt wat voor hem de belangrijkste invloeden zijn geweest, is het antwoord: de Fransman Gustave Flaubert, de Amerikaan William Faulkner en de middeleeuwse Catalaan Joanot Martorell.

Catalonië heeft zeven en een half miljoen inwoners, waarvan er, zoals gezegd, maar twee en een half miljoen zijn die het Catalaans als moedertaal spreken. De rest (vijf miljoen) spreekt thuis Spaans. Volgens de meest recente statistieken, beheerst zestig procent van hen het Catalaans redelijk tot goed. En vrijwel alle moedertaalsprekers van het Catalaans spreken ook uitstekend Spaans. De meeste Catalanen zijn dus tweetalig.

Wat daarbij helpt is dat de talen niet zo héél ver van elkaar afstaan. Een Spaanstalige met een beetje doorzettingsvermogen kan een eenvoudige, voorspelbare tekst in het Catalaans, bijvoorbeeld een nieuwsbericht, wel min of meer begrijpen. Maar een gedicht met onverwachte beelden, dat wordt heel erg lastig. Het lijkt ongeveer op wat een spreker van het Nederlands kan begrijpen van een tekst in het Fries.

Tweetalige schrijverschappen

De Catalaanse tweetaligheid leidt tot interessante tweetalige schrijverschappen. Er zijn bijvoorbeeld twee toonaangevende dichters, Pere Gimferrer en Joan Margarit, die zowel in het Catalaans als in het Spaans publiceren. Margarit heeft zelfs tweetalige bundels uitgegeven, waarin elk gedicht twee versies heeft: een in het Catalaans en een in het Spaans.

De in Nederland ook bekende romanschrijver Eduardo Mendoza schreef al zijn romans in het Spaans. Hij heeft daarnaast twee toneelstukken in het Catalaans geschreven, omdat zijn vrouw, een Catalaanse actrice, dat graag wilde. En ook omdat hij vond dat het Catalaans die toneelteksten een andere kleur geeft: een prettig soort couleur locale. Mendoza is bekend geworden met romans die zich zeer tastbaar in Barcelona afspelen (zoals: ‘De stad der wonderen’), maar even gemakkelijk en virtuoos weet hij in ‘De neergang van Madrid’de sfeer van schijnbaar iedere straatsteen en ieder café in Madrid op te roepen.

En dan is er nog Albert Sánchez Piñol, die in 2002 debuteerde met een opzienbarende, bizarre roman over liefde en seks met niet-menselijke wezens. Dit boek, ‘Nachtlicht’, geschreven in het Catalaans, werd in negenentwintig talen vertaald. Piñol schreef zijn volgende boek eveneens in het Catalaans. Bij het schrijven van zijn derde roman, ‘Victus’, schakelde hij over op het Spaans. Naar eigen zeggen had hij eerst honderd pagina's in het Catalaans geschreven en gemerkt dat dat niet lekker ging. Hij stapte over op het Spaans en toen kwam het verhaal stukken beter uit de verf, zonder dat hij precies begreep waarom.

Het ironische is dat ‘Victus’, een historische roman over de belegering van Barcelona in 1714, door veel lezers wordt opgevat als een pleidooi voor een onafhankelijk Catalonië. Dat juist dit boek niet goed lukte in het Catalaans, maar wel in het Spaans, was op zijn zachtst gezegd een beetje verwarrend. Tenminste, voor Catalanen die vinden dat de onafhankelijkheidsstrijd en het Catalaans onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Maar lang niet iedere Catalaan denkt er zo over. De tweetalige dichter Joan Margarit kreeg in een interview deze vraag voorgelegd: “Denkt u dat de positie van het Catalaans sterker wordt na een eventuele onafhankelijkheid?” Zijn antwoord: “Nee hoor. Kijk maar naar Ierland. Toen Ierland onafhankelijk werd, hielden de Ieren op met Iers spreken, en nu spreekt iedereen daar Engels.”

Lees ook:

Spanje en Catalonië praten weer met elkaar - en er zijn zelfs cadeaus
De leiders van Spanje en Catalonië hebben hun politieke blokkade doorbroken en beginnen een dialoog over de toekomst van de verhouding tussen Madrid en Barcelona. 

Lees ook:

Nieuwe burgerbeweging wil zich losweken van Spanje én Catalonië
Nu de Catalaanse onafhankelijkheidsangel er even uit lijkt, staat in Barcelona alweer een nieuwe burgerbeweging te trappelen om de straat op te gaan. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden