De paradox Pim Mulier

Pim Mulier, de bedenker van de Elfstedentocht en oprichter van de KNVB, heeft een nieuwe biografie. Vandaag promoveert historicus Daniël Rewijk op het leven van deze complexe Nederlandse sportpionier, die deze week 150 jaar geleden werd geboren.

Met de vrolijke suggestie zou schaatsliefhebber Pim Mulier glimlachend hebben ingestemd. De vraag is of 'retro de toekomst is' voor schaatsen: liever op een schaatsbaan op het Amsterdamse Museumplein, dichtbij de toeschouwers, dan in een moderne schaatstempel.

Maar Daniël Rewijk (1975) hoeft niet terug naar vroeger. "Ik vind alle vormen van nostalgie- en retroverlangen een voorstadium van de dood", zegt de historicus die vandaag bij de Rijksuniversiteit Groningen zijn proefschrift verdedigt over het leven van Pim Mulier. De biograaf neemt een slok van zijn koffie en zegt: "Ik ben verbaasd over de grote denkfout die ze maken in het schaatsen: dat de sport geen bestaansrecht meer heeft tegenwoordig omdat het alleen populair zou zijn in Nederland. Heel merkwaardig. Flauwekul zelfs. Ik heb nog nooit een Amerikaan gehoord die de Superbowl wil opheffen. Nee, die Amerikanen zijn juist hartstikke trots. En terecht. Zou Nederland ook moeten zijn. Wees dankbaar, koester het."

Pim Mulier, die in 1954 overleed, zou zachtjes geapplaudisseerd hebben voor Rewijks pleidooi. Acht jaar geleden begon Rewijk aan het project dat heeft geresulteerd in een kloek boek over het leven van de belangrijkste sportpionier die Nederland heeft gekend, een verhaal over de man die ook een voortrekkersrol had bij de oprichting van de nationale voetbalbond, de latere KNVB. Rewijk raakte gefascineerd door de complexe Mulier. "En die begintijd van de sport trok me wel", zegt Rewijk. "De tweede helft van de 20ste eeuw vond ik al een stuk minder interessant."

Aanvankelijk was het Rewijks bedoeling om de oorsprong van de sport in kaart te brengen, maar na de eerste hoofdstukken vroegen zijn begeleiders wat hij nu precies wilde: een staalkaart van de sport maken of een biografie schrijven over de man die vrijwel bij alle sportinitiatieven betrokken leek in die beginperiode? De vraag stellen was hem beantwoorden. Rewijk zegt: "De uithoeken van Muliers persoonlijkheid vond ik toch interessanter dan die staalkaart."

Na lezing van de biografie - stiekem natuurlijk toch ook een verhaal over de ontstaansgeschiedenis van sport in Nederland - begrijp je de fascinatie van Rewijk. Mulier was veelzijdig (sportman en -bestuurder, journalist, Indië-ganger, glasverzamelaar) en complex (een vernieuwer die tradities wil behouden, een nationalist met hoogdravende ideeën over internationale samenlevingen). Bovendien houdt Rewijk van de schaatssport en daar leverde Mulier zijn grootste bijdrage. Niet alleen was Mulier de eerste voorzitter van de internationale schaatsbond (ISU), hij zal vooral voort blijven leven als initiator van de Elfstedentocht (1909), ondertussen uitgegroeid tot het pronkstuk van de Nederlandse sport.

Sportief erfgoed

Mulier gebruikte de uit Engeland overgewaaide, georganiseerde sportbeoefening in zijn pogingen de identiteit van de natie mede gestalte te geven. Dat is meteen de paradox die Muliers leven zo kenmerkt, schrijft Rewijk, die is verbonden aan het Mulier Instituut, een stichting voor sportwetenschap. Enerzijds wil Mulier aanhaken bij de moderne ontwikkeling in die dagen, anderzijds zorgt de 'professionalisering' ervoor dat hij zich achter zijn oren gaat krabben: gaan de veranderingen niet ten koste van het plezier? Maar Mulier ziet ook dat Nederland zelf sportief erfgoed bezit dat geschikt is om symbolische kracht voor de natie te genereren.

Er moest alleen wel iets nieuws worden bedacht, vond Mulier, want het kortebaanschaatsen in Friesland was te besmet, want professioneel en corrupt: de Friezen schaatsten destijds al om geld. Het langebaanschaatsen was in zijn tijd iets nieuws en vooral toch een concessie naar het buitenland, dus niet typisch Nederlands. Mulier maakte daarom een evenement van het langs elf Friese steden schaatsen, een traditie die teruggaat tot de achttiende eeuw. "Die Elfstedentocht is zeker zijn meesterwerk."

Inderdaad, beaamt Rewijk, Mulier zou buitengewoon tevreden geweest zijn als hij had geweten dat de Elfstedentocht van 1985 onlangs op de website van 'Studio Sport' weer van A tot Z is uitgezonden. Rewijk: "Dat was exact de uitkomst die Mulier voor ogen stond toen hij er aan begon. Dat het evenement tot de kern van de nationale cultuur zou doordringen."

Miskend

Uit de biografie 'Captain van Jong Holland' stijgt een beeld op van een man die niet alleen wat zwaarmoedige trekjes had, maar die zich vooral miskend voelde. "Ik denk niet dat Mulier een hele leuke man was," zegt Rewijk. "Maar wel een hele leuke man om een biografie over te schrijven. Hij is verschrikkelijk dynamisch en hij schiet alle kanten uit. Het was uitdagend om dat te vangen en om zijn persoonlijkheid in tact te houden. Zijn optimisme en de frisse zin waarmee hij dingen oppakte en anderen enthousiasmeerde, vind ik heel aanstekelijk."

De Mulier die Rewijk schetst is zich constant bewust van zijn omgeving, wil door de bourgeoisie voor vol worden aangezien, voelt zich daarin snel teleurgesteld en krijgt eigenlijk alleen maar voldoening als hij zich bezighoudt met schaatsen in Friesland, waar ook een deel van zijn wortels ligt. Rewijk: "Ik ben blij dat je het zo hebt gelezen want zo heb ik het ook bedoeld, zonder het er te dik bovenop te willen leggen. Kijk, binnen zijn familie was sport ook een volstrekt irrelevant terrein. Sport was in die tijd zoiets als je schoonzus die zich bezighield met liefdadigheidswerk voor de plaatselijke kerk. Sport was geen schande, maar viel ook niet erg serieus te nemen. Mensen met wie hij de sportbeweging heeft opgezet, werden minister of burgemeester van een grote stad als Rotterdam. Anders dan hen was Mulier voor zijn publieke reputatie afhankelijk van de sport en dus had hij er alle belang bij om de status van sport zo groot mogelijk te maken. Dat deed hij in de tweede helft van zijn leven."

Daarin ligt voor Rewijk ook een groot verschil met eerdere publicaties over Mulier. Heel lang is de strekking geweest: Pim is een grootheid die op het schild moet worden gehesen. "Later is hij als een soort totem waar iedereen om heen danst," zegt Rewijk.

De laatste tien jaar wordt er kritischer gekeken naar de gegevens, vertelt Rewijk. Klopte het allemaal wel? Mulier zou de oudste voetbalclub van Nederland hebben opgericht: HFC. Maar dat kan niet, want in 1880 zat hij in Brummen op kostschool. "De conclusie kan zijn, nadat je al die feitjes hebt onderzocht en weerlegd, dat Pim zijn eigen rol aandikte. Maar ik vind miskenning een betere verklaring. Mulier had zoals gezegd belang bij het groter maken van zijn rol bij het groter maken van de sport. Zo kon hij een waardige patriciër zijn temidden van standgenoten. Een man die uiteindelijk van Prins Bernard een zilveren anjer kreeg uitgereikt."

Corruptie

Mulier overleed in 1954. Wat zou Mulier van de sport in 2015 hebben gevonden? Een bedrijfstak die gebukt gaat onder dopingmisbruik, matchfixing, corruptie bij grote bonden als de wereldvoetbalbond Fifa en het Internationaal Olympisch Comité waar smeergeld aan de orde van de dag is bij de toewijzing van sportlocaties? "Hij zou zeggen: 'Zie je wel', want hij had al lang geleden geroepen dat beroepssport de deur openzet voor allerlei onsportief gedrag, overigens een breed gedragen standpunt in die tijd," zegt Rewijk. "Mulier stelde dat sport ontspanning was en dat je dat kwijtraakte als je beroeps zou zijn, iets wat niet waar is natuurlijk want ook beroepssporters kunnen enorm genieten van sport. Maar dat geld in sport allerlei risico's en wantoestanden met zich meebrengt is ook waar, trouwens ook in zijn tijd, kijk maar naar het korte-baanschaatsen. Hij bevocht zaken die de pedagogische kracht van sport zouden aantasten te vuur en te zwaard. Mulier zag sport als een middel tot een groter doel: die sterke natie met een fitte bevolking."

Aan de andere kant, stelt Rewijk, zou Mulier versteld staan van de mate waarin breedtesport werd beoefend in Nederland. Hij zou zijn ogen uitkijken naar hoe fantastisch het nu is georganiseerd, met meewerkende ouders bij voetbaltrainingen, bij het vervoer van en naar wedstrijden en hoeveel en goed verzorgde accomodaties er zijn en hoe betrokken bonden, overheden en politiek zijn bij sport. En dat prins Willem-Alexander ooit als W.A. van Buuren mee heeft gedaan aan de Elfstedentocht, dat zou Muliers stoutste dromen echt hebben overtroffen."

Het eerste Oranje-doelpunt?

Halverwege de biografie 'Captain van Jong Holland' staat het pardoes vermeld: Pim Mulier scoorde het eerste doelpunt van het Nederlands elftal. Op 10 april 1894 geschiedde dat, in een wedstrijd van een team samengesteld door de Nederlandse Voetbal en Atletiek Bond, tegen een 'samenraapsel van spelers' uit Sheffield en Maidstone dat aantrad onder de naam Maidstone FC. Bijna 500 toeschouders bekeken de partij op het veld van HFC in Heemstede.

"Het is een grapje", zegt Rewijk, de biograaf van Pim Mulier. "Ik vind het triviaal, wie de eerste goal scoorde. Het is leuk, maar wat is verder de betekenis? Natuurlijk kun je een legitieme stelling innemen dat het doelpunt niet geldt als eerste ooit in het shirt van Oranje omdat Oranje niet tegen een ander vertegenwoordigend elftal speelde, maar kijk je vanuit de tijd waarin het evenement plaatsvond, dan was dit voor de mensen langs de lijn die een kaartje hadden gekocht wel hét Nederlands elftal. De bond heeft wel degelijk een elftal opgesteld, heeft er over vergaderd en nagedacht. Ik bekijk het van deze kant en in dat geval is Mulier dus de maker van het eerste Oranje-doelpunt."

Daniël Rewijk, 'Captain van Jong Holland, een biografie van Pim Mulier 1865-1954', 384 blz, Uitgeverij Bornmeer, euro 27,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden