De Parade barst van de energie: „Shampoo, sjaal, chimpansesamzaad.”

Het is een mooi gezicht, de opening van het enige reizende zomerfestival dat Nederland rijk is. In een voormalige botsautotent – thans de thuisbasis van twee restaurants waar elke avond ook een band speelt en gedanst kan worden – zitten prominente gasten aan lange, ietwat wankele houten tafels en dito bankjes. De ouderwetse rode Hanomag-tractor waarmee staatssecretaris van cultuur en media Medy van der Laan letterlijk door het lint is gegaan, staat buiten.

In de tent wordt geluisterd naar creatief directeur Terts Brinkhoff. Na het jubileum van vorig jaar – de Parade bestond 15 jaar – is hij nog lang niet moe. In zijn openingstoespraak zegt hij: „Wij zijn een potent clubje dat barst van de energie en het talent. Cultureel ondernemen gaat ons heel goed af.” Om zich daarna rechtstreeks tot de staatssecretaris te wenden met zijn hartenkreet: „Steun ons, want we willen Europa veroveren met ons concept: Berlijn, Boedapest en Barcelona. Daar hebben we driehonderdduizend euro voor nodig.” Van der Laan lacht en geeft de sushi door. Dichter Jules Deelder roept nog: „Je moet meer vragen! Minstens een half miljoen, dan krijg je uiteindelijk je drie ton.”

Medy van der Laan gaat in haar speech niet rechtstreeks op de oproep van Brinkhoff om subsidie in. Ze benadrukt alleen dat geld slechts een middel is in de culturele sector, geen doel. Ze prijst verder de laagdrempeligheid van het rondreizende festival: „Dé manier voor mensen die denken dat theater of cultuur niks voor hun is.”

De opening wordt muzikaal afgesloten door Pierre van Duijl en zijn muzikale makkers. Vroeger speelde Van Duijl bij Loes Luca – jarenlang een publiekstrekker als Nénette et les Zézettes. Nu speelt hij alleen en klapt en swingt zij vanaf het gammele bankje om het hardst mee. „Neeee”, zegt ze, „het kriebelt niet hoor, al mijn Paradekriebels zijn ingelost.”

Op de Parade, die elk jaar van Rotterdam, via Den Haag en Utrecht naar Amsterdam trekt, is voor ieder wat wils te vinden. Er is muziek, etensluchten dwarrelen langs je neus en er wordt ruimschoots drank geschonken. De rosé gaat per fles van de hand tegenwoordig. Theatermakers proberen je te verleiden toch vooral hún voorstelling te komen bezoeken. Dansgezelschap Conny Jansen Danst zet een ontwapenend blond meisje met een fietsenrekje in haar gebit in om de flyers rond te delen. Voor de verschillende tenten word je lekker gemaakt door de artiesten zelf.

Aan het einde staat het mini-museum van tatoeëerder Henk Schiffmacher. Zijn vrouw schreeuwt zich schor om mensen het rariteitenkabinet in te lokken. ’We baffle you with bullshit’ staat op de zijkant van de tent te lezen. Op de waranda staat een elektrische stoel en binnen zijn allerlei vreemde verschijnselen te zien. Foto’s van mannen met bossen haar in hun hele gezicht, een vrouw met een gigantische klompvoet en een man wiens vel wel heel erg los zit. Aan die bestaande ’wonderen der mensheid’ voegde Schiffmacher onder meer getatoeëerde varkenspoten toe, een bebloede stropdas van Pim Fortuyn en een flesje met de laatste tranen van Mata Hari. De wonderlijke verzameling wekt kreten van afschuw op, maar hier en daar ook een schaterlach.

Medy van der Laan vindt het allemaal prachtig: „Het mooie van de Parade is dat het langs de vier grote steden trekt in de zomer, dat geeft een culturele dimensie die uniek is. Grappig ook dat makers – als ze eenmaal hier gestaan hebben – steeds weer terugkeren. De artiesten van de Parade vormen een hechte gemeenschap in de zomer. Steeds minder heerst het idee dat een cultureel seizoen maar drie kwartalen kent. Ook de zomerfestivals schieten als paddestoelen uit de grond. Te veel? Nee hoor, hoe meer cultuur, hoe beter zeg ik altijd.”

De multimedia-theatermakers van PIPS:lab hebben de eer het spits van de Parade af te bijten. Hun ’Washing Powder Conspiracy’ doet een greep om de macht rond het waspoeder vermoeden. Het blijkt een bijzonder concert te zijn op alledaagse voorwerpen: stoomstrijkijzers, centrifuges, een strijkplank, een wasmachine, overal toveren de mannen geluid uit (al dan niet elektronisch via veel draadjes en laptops). Rare, absurde sketches rond waspoeder, met veel geschreeuw en ketchup. En alles wordt gefilmd en snel hergemonteerd zodat dat wat je dacht te zien ineens heel anders uitpakt. Een van de jongens heeft zelfs een beeldgitaar gebouwd. Eerst heeft hij met behulp van diverse kleuren zaklampen ingenieuze foto’s gemaakt en door zijn paneel als een gitaar te bespelen wisselen de foto’s op het scherm elkaar in zijn tempo af. Je weet niet wat je ziet. Verwacht geen rechttoe rechtaan verhaaltje – er wordt gezongen van ’Hé, shampoo, shampoo, sjaal. Chimpansesamzaad’ – maar het is een vrolijke reeks beelden, geluiden en liedjes waarbij je oren en ogen te kort komt.

Op het Paradeterrein is het de eerste avond al druk. Kinderen lopen los, honden ook. Het is een grote gezellige bende. Heel uiteenlopende types lopen hun rondje langs de tenten met voorstellingen, bars en restaurantjes. Van kak tot alternatief, jong en oud, horend en doof. Werd de openingstoespraak van directeur Brinkhoff al ’vertaald’ door een doventolk, zij gebaart ook een aantal liedjes van Van Duijl zodat doven de tekst ook begrijpen. Bij de voorstelling ’Broer & Zus’ spelen de horende Marianne van der Staay (ook al een van de dames van de Levende Jukebox) en de dove acteur Ali Shafiee samen. Voor een deel gesproken, voor een deel in gebarentaal. Er zijn twee rijen voor dove toeschouwers waardoor ze de muziek die in de voorstelling gebruikt wordt goed kunnen voelen. Dat bijzondere is meteen de crux, het verhaaltje stelt niet zo veel voor: broer en zus zijn elkaar uit het oog verloren en maken weer kennis na 25 jaar. Ze halen herinneringen op. Het gaat nergens naar toe, maar visueel is het een plaatje.

Terts Brinkhoff, directeur: „Voorstellingen worden doorgaans alleen bekeken met het hoofd, in een schouwburg moet je stilzitten en luisteren. Op de Parade is het helemaal anders. Je kijkt met je hoofd, je kind, je vrouw, je maag èn je verstand. Je loopt rond en plukt eens hier en daar wat van je gading is. Eigenlijk is het al vijf eeuwen bewezen: het circus, de kermis, het werkt gewoon.” Dat is en blijft al zestien seizoenen lang de kracht van de Parade.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden