De papieren strijd om Jeruzalem

Oud-correspondente Tineke Bennema gaat met haar Nederlands-Palestijnse zoon terug naar haar schoonfamilie op de Westoever, om zijn papieren te vernieuwen. Maar steeds meer Palestijnen kiezen, noodgedwongen, voor de Israëlische nationaliteit.

Een laagje lichtbruin stof bedekt de bomen, wegen, huizen van de westelijke Jordaanoever en vervaagt alle kleuren tot een grauw geheel. Vanaf april is er geen druppel regen gevallen, wat normaal is. Maar het stadje Al-Ram (tussen Jeruzalem en Ramallah) waar ik zeven jaar heb gewoond, waar ik een paar jaar geleden voor het laatst was, ziet er nu nog stoffiger uit dan ik me herinner. Open plekken tussen huizen, vaak gebouwd zonder Israëlische vergunning, zijn opgevuld met wrakken van auto's en vrachtwagens. Er ligt nog veel meer vuilnis dan vroeger. En dan de muur. Je kunt nog maar op twee plekken het stadje uit, het is voor de rest hermetisch afgesloten. Als je naar Ramallah wilt, moet je door het checkpoint Kalandia heen, met zijn talrijke draaihekken. En de andere Jeruzalemse kant is ook geblokkeerd met een controlepost. Zonder Israëlische documenten kom je er niet in.

Nadat de Israëliërs ons vier uur lieten wachten bij de grensovergang voor Palestijnen tussen Jordanië en Israël bij Jericho, en na zes keer te zijn ondervraagd, begon de reis goed. Ik had me misschien beter niet kunnen bemoeien met de Israëlische veiligheidsfunctionaris die een oude gehandicapte Palestijnse beval uit haar rolstoel op te staan om door het detectiepoortje te strompelen.

Mijn zwager Hani heeft ons opgepikt in Jeruzalem en geeft mijn zoon en mij een stevige omhelzing. In ons oude huis wacht ons een hartelijke ontvangst van Hani's vrouw, drie zoons en mijn schoonouders: veel traditionele dubbele zoenen op beide wangen, stevige omhelzingen, ook van de mannen. Natuurlijk is er rijst en kip in overvloed, gevolgd door mierzoete limonade, fruit, nootjes, koffie, thee, koekjes en dan het verlossende laatste kopje koffie. Pas daarna mag je vertrekken zonder de gastvrijheid van de gastheer te hebben beledigd.

De missie van het bezoek: de identiteitspapieren van mijn zoon verlengen. Palestijnen die langer dan drie jaar in het buitenland wonen (dat betekent ook buiten de grenzen van het door Israël bepaalde Groter Jeruzalem), verliezen volgens de Israëlische regels rechten om in hun vaderland te verblijven. Tenzij ze voor studie in een ander land zijn, maar dan moeten ze wel elke drie jaar de papieren vernieuwen.

Maandag

Ik sta om half negen op, Palestijnse tijd. Op de tientallen vierkante kilometers van Jeruzalem heerst op het moment zowel de Israëlische als de Palestijnse tijd. De Palestijnse Autoriteit doet niet aan de zomer- en wintertijden van de Israëliërs; zij hanteert de eigen 'Palestijnse Standaard Tijd' (PST). Sommige Palestijnen hanteren uit pragmatische overwegingen de Israëlische tijd: een uur eerder. Maar als je volgens de Israëlische klok leeft, ben je natuurlijk niet patriottisch. Ik maak een afspraak om twee uur met een Palestijnse vriendin in Jeruzalem. Met een paar sms'jes is het beklonken: we besluiten dat de Palestijnse tijd in Oost-Jeruzalem heerst.

Vanaf het platte dak dat een uitzicht biedt op zowel Jeruzalem als de flink opgerukte nederzetting vlakbij, viel me gisteravond op dat het donker is in diverse buurhuizen. Hier en daar schijnt uit een enkele kamer slechts het spookachtige blauwe licht van een tl-buis.

Dit stadje, Al-Ram, oftewel de Hoogte, blijkt voor een deel verlaten. Palestijnen begonnen hier na 1967 te bouwen, omdat het vlakbij Jeruzalem ligt en de Israëliërs geen bouwvergunningen afgaven voor wat zij als hun hoofdstad beschouwen. Dit in het kader van Israëls besluit dat Jeruzalem voortaan voor 70 procent uit Joden moest bestaan en 30 procent Palestijnen. Israël ziet dergelijke overvolle Palestijnse stadjes als Al-Ram als bedreiging voor de balans, en begon vijf jaar geleden met de bouw van de afscheidingsmuur, die Jeruzalem definitief afsnijdt van de Westoever.

Mijn zwager, die het ontbijt heeft klaargemaakt, vertelt: "De afscheidingsmuur is een van de oorzaken van de leegloop. Als je in Jeruzalem werkt, moet je nu een grote omweg maken en via Hizma in het oosten rijden, waar ook een checkpoint is. Wie kan, huurt nu daarom een huis binnen de grenzen van Groter Jeruzalem."

Dat heeft Hani ook gedaan. Het huis in Al-Ram dat mijn schoonvader voor zijn vier zoons heeft gebouwd, is leeg; ze komen er alleen af en toe omdat het ruimer is dan de paar kamers die ze in Jeruzalem bewonen met het hele gezin.

Hij is maar een van de voorbeelden van de exodus uit het stadje, ik hoor over ooms, neven en nichten die ook allemaal weg zijn. Ook al zijn de nieuwe wooncondities van de Palestijnen binnen Jeruzalem ronduit slecht, en leeft volgens Palestijnse mensenrechtenorganisaties meer dan driekwart van hen onder de armoedegrens.

Als we boodschappen gaan doen in de voorheen zo drukke hoofdstraat, waar zich soms vijf auto's naast elkaar doorheen persten, zie ik grauwe gesloten rolluiken. Veel winkels zijn over de kop. Hier en daar zijn slechts de bekende minimarkets open.

En dan is er nog een probleem van het verblijf in Al-Ram, waar ooit 60.000 mensen woonden. Palestijnen die in Jeruzalem zijn geboren, beschikken over een door Israël afgegeven zogeheten Jeruzalem ID, een tijdelijke verblijfsvergunning die hun toegang geeft tot de stad. Maar zij mogen maar voor een beperkt aantal jaren in het buitenland wonen (dus ook op de Westoever), anders wordt die kaart ingetrokken. Het is de stille manier waarop Israël Jeruzalem zuivert van Palestijnen.

De kwestie speelde al jaren, ook toen ik er woonde. Maar er is een nieuwe trend, vertelt mijn Palestijnse vriendin Hwaida, die ik ontmoet in het beroemde American Colony Hotel, dat een oase is in het conflict en waar Palestijnse en Israëlische diplomaten elkaar informeel kunnen ontmoeten. Ze werkt bij een Europese diplomatieke vertegenwoordiging in Ramallah: "Ik ken steeds meer Jeruzalemse Palestijnen die de Israëlische nationaliteit aanvragen, wat we jaren geleden nog zagen als verraad aan de Palestijnse zaak. Ik begrijp het wel", zegt ze, terwijl ze een rondje met haar vingers maakt. "Als je opgesloten zit en een kleine uitweg ziet, dan kies je die. Het is vreselijk, maar ik kan het hun niet kwalijk nemen."

Zelf heeft ze de Jeruzalem ID, waarmee ze redelijk vrij kan reizen tussen de Palestijnse steden en Jeruzalem, zij het dat ze zoals iedereen gehinderd is door de muur en de checkpoints met lange wachttijden.

Moenther Fahmi, de gerenommeerde boekverkoper in de Colony, loopt langs en vertelt dat ook zijn identiteitskaart was ingetrokken, hoewel hij in de hoofdstad is geboren en er zijn piepkleine winkeltje drijft. Hij kreeg Israëlische schrijvers, Amerikaanse Nobelprijswinnaars, en allerlei vips zover dat ze een handtekeningenactie begonnen. Maar zelfs dat hielp niet: "Op voorwaarde dat ik me netjes gedroeg, kreeg ik een verblijfsvergunning van twee jaar. Ik mocht ook vijf jaar het land niet uit. Ik vroeg een uitreisvisum aan, omdat ik een boekenbeurs in Duitsland wilde bezoeken en die kreeg ik een maand nadat die voorbij was. Het is om gek van te worden."

De strijd om Jeruzalem tussen Israëliërs en Palestijnen wordt hard gespeeld. Maar de bouw van de muur en de toenemende strenge maatregelen van Israël om Palestijnen via bureaucratische regels niet toe te laten als burger van de stad, heeft de Palestijnse trek naar de door beide volken gedroomde hoofdstad alleen maar gestimuleerd. Natuurlijk zijn het vooral de rijkere Palestijnen die zich twee huizen kunnen permitteren om hun papieren veilig te stellen.

Op een van de verdiepingen van het verlaten familiehuis woont nu permanent een nichtje dat op haar 24ste weduwe is geworden. Haar man stierf na vier jaar huwelijk aan een hersentumor. Ze bleef achter zonder inkomen met haar zoontje, bij gebrek aan nationale Palestijnse verzekeringen of Israëlische uitkeringen die op haar van toepassing zijn. Geld voor de huur was er niet meer. Maar hier, in dit lege huis, in deze spookstad, is er voor haar ruimte genoeg.

Dinsdag

Als ik de volgende dag een krant ga kopen in de Saleh al Din Straat, die de Palestijnen ooit de Champs-Elysées van Jeruzalem noemden, herkent de eigenaar me en praten we als goede vrienden. Ik heb er ruim een uur over gedaan om Jeruzalem te bereiken met taxi en bus. Voor de bouw van de muur was dat twintig minuten. Ook hij voelt zich opgesloten. Jeruzalem komt hij niet meer uit. "De kwaliteit van leven is hier zo slecht. Van huis naar werk en van werk naar huis. Ik heb geen zin om naar zee, naar Tel Aviv te gaan waar ik Israëliërs tegenkom, en naar Ramallah of Bethlehem reizen is een onderneming vanwege de muur. Jeruzalem is geïsoleerd. Maar weggaan, nooit."

We zijn uitgenodigd bij een van mijn zes schoonzussen voor het avondeten en onder een niet aflatende stroom van gerechten, versnaperingen en drankjes praten we bij. De acht dagen oude kleinzoon van mijn schoonzus wordt trots getoond. Ingebakerd ligt hij dwars op bed in diepe rust. Mijn zwager Noer is loodgieter van de Al-Aksamoskee en laat op zijn mobiele telefoon foto's van de jongste rellen zien op het plein ervoor. Kolonisten hebben de voor moslims derde heilige moskee bestormd en wilden er een school stichten. Noer is woest dat de Israëlische soldaten niets deden om de kolonisten tegen te houden en zegt dat het de Palestijnen zelf waren die de deuren van de moskee wisten te sluiten. "Ze hebben er niet genoeg aan om ons land in te nemen, onze hoofdstad, ze willen zelfs onze heiligdommen."

Als we terug zijn, vind ik op het internet inderdaad de bevestiging van de trend van naturalisaties: sinds een paar jaar zijn dat honderden aanvragen en het aantal groeit, vertelt een woordvoerder van het Israëlische ministerie van binnenlandse zaken, waar de aanvragen worden ingediend. Sinds de bezetting van Oost-Jeruzalem heeft Israël van ongeveer 20.000 Palestijnen de identiteitskaart afgenomen.

En dan hebben we nog klein leed in huis. De wc wil niet meer goed doorspoelen, de waterdruk is te laag. Ik vrees dat we morgen zonder water zitten. Met het laatste straaltje in de badkamer poets ik mijn tanden. Het spoelwater vang ik op in een teiltje en dat giet ik in de wc.

Woensdag

Ik word gewekt met het geluid van de motor die verbonden is met de waterput onder het huis. Mijn andere zwager, die ook gekomen is om ons te zien en op zijn oude etage van het huis logeert, is druk bezig water op te pompen naar de reservoirs op het dak, die vervolgens de leidingen weer vullen. We kunnen douchen! In een notedop geeft het de verhoudingen in het conflict weer: Israël beheert de waterbronnen in bezet gebied volledig en de distributie valt negatief uit voor de Palestijnen, die kampen met grote tekorten in de zomer. Gemiddeld gebruikt een Israëli vijf keer meer water dan een Palestijn.

Wat later op de ochtend drinken we met mijn jongste zwager koffie op het dak. De heuvels rondom kleuren goud. Ook hij heeft overwogen om de Israëlische nationaliteit aan te vragen. Hij werkt in een Israëlisch ziekenhuis, en was bang om zijn verblijfsvergunning te verliezen door in dit huis te blijven wonen. Vandaar dat hij verhuisd is, met zijn drie kinderen en een vierde op komst, naar een piepkleine woning binnen Jeruzalem. "Ik heb de naturalisatieformulieren nog thuis liggen, voor mij, mijn vrouw en de kinderen. Maar ik heb ze niet ingevuld. Want wat zijn de consequenties? De situatie is zo onduidelijk, ik kan nu gewoon geen ingrijpende beslissing nemen. Dat is ons lot, we wachten al zo lang op een oplossing. Als er ooit een Palestijnse staat komt, en ik de Israëlische nationaliteit heb, mag ik misschien niet meer in Palestina wonen. We denken erover om naar Doebai te vertrekken, omdat het leven hier zo slecht is, maar daar zullen ze me weer niet accepteren met Israëlische papieren. Ik weet echt niet wat ik moet doen."

's Avonds klinken schoten. Mijn zoon en ik halen onze schouders op. Vast een trouwpartij.

Donderdag

We mogen de auto van mijn schoonvader lenen en rijden naar Ramallah. Booming business. Waar Al-Ram dood is, schieten hier wolkenkrabbers en winkelcentra uit de grond. Maar het is schijn, de rest van Palestijns gebied is er economisch erg slecht aan toe door de beperkte bewegingsvrijheid vanwege de afscheidingsmuur en checkpoints. Investeringen blijven uit waar een politieke oplossing op zich laat wachten.

Meubels staan langs de vierbaansweg uitgestald om klanten te trekken, de Palestijnse vorm van Ikea. Half onder het stof, half onder gescheurd plastic. De eigenaar ligt verderop onder een parasol op zijn eigen driezits te maffen.

We rijden langs het vluchtelingenkamp Kalandia, waar ik een bezoek wil brengen aan een Italiaanse schoonzus en haar Palestijnse man, die jaren in de VS hebben gewoond. Ze zijn onlangs teruggekeerd, hoorde ik, om hun ID veilig te stellen. In de nauwe straatjes van het kamp raak ik de weg kwijt. Gelukkig weet iedereen waar het huis van Aboe Nigme is, maar als ik er aankom blijken ook zij pas te zijn verhuisd naar Jeruzalem. Kalandia is tenslotte Westoever, ik had het kunnen weten.

We lunchen in Ramallah, de stemming is daar vrolijk, de bezetting en de muren zijn even ver weg.

De Arabische gastvrijheid van mijn familie is grenzeloos. Vanavond zijn we uitgenodigd bij een van de andere zes schoonzussen, ze woont sinds enige tijd in Kfar Akab, in de buurt van Ramallah, nadat ze verhuisd is uit Al-Ram. Ook haar huis daar staat leeg. En dat was een goed besluit stelt ze: "Ik werd een paar maanden geleden gebeld door een Israëlische functionaris, hij wilde controleren of ik daadwerkelijk hier woon. Ik was niet thuis en vroeg of we een afspraak konden maken. Ze zeiden: oké, maar dan komen we morgen om zes uur 's ochtends. Ze kwamen en maakten foto's van de keuken, van de inhoud van de koelkast, van de matrassen, ze vroegen waar iedereen sliep. Gelukkig is onze Jeruzalemse identiteitskaart veiliggesteld." Allah is genadig, zegt iedereen opgelucht.

Mijn schoonvader, die natuurlijk ook is uitgenodigd, kijkt me aan en zegt: "Van alles hebben we er twee: twee huizen, een in Jeruzalem en een op de Westoever; we hebben een Palestijnse tijd en een Israëlische tijd; een Palestijnse telefoon en een Israëlische, we hebben een Hamas-regering en een Fatah-regering." En dan met een schalkse blik op zijn vrouw: "maar een tweede vrouw erbij dat kan dan weer niet." "Zo is het", beaamt zij terwijl iedereen buldert van het lachen. Het is de laatste avond. In de verte klinken weer schoten.

Vrijdag

We zouden vertrekken om acht uur 's ochtends. De taxichauffeur annex Palestijnse neef, belt ons om zeven uur ons bed uit. Pech voor ons: hij houdt de Israëlische tijd aan. Haasten dus maar. We horen van hem dat de schoten gisteravond afkomstig waren van Israëlische soldaten in Al-Ram die een Palestijn hebben gedood nadat die met een bulldozer op een Israëlische versperring wilde inrijden. In 2009 geleden had zijn broer hetzelfde gedaan. Ook die moest het met de dood bekopen. Bij de Israëlische controle in de Jordaanvallei moeten we weer uren wachten in de hitte. Onduidelijk is waarom, we waren de eersten, maar bussen en taxi's mogen ons allemaal passeren. De soldaten geven geen verklaring. De neef gaat door het lint tegen de zeven soldaten die niets staan te doen. Hij mag er definitief niet meer door met de auto. Gelukkig is er toevallig een ander familielid in de buurt die ons uiteindelijk wel mee kan nemen naar de volgende Israëlische post. Maar ook hij wordt tegengehouden door een Israëlitische beveiligingsambtenaar die blijkbaar het kentekennummer heeft doorgekregen. Deze Israëliër dreigt zijn identiteitskaart in te nemen. Ik word woest, stap de auto uit en protesteer. Na wederzijds gebulder mag de neef zijn kaart houden en mogen wij verder. Mijn zoon zal uiteindelijk de verlenging krijgen van zijn identiteitskaart, inmiddels felbegeerd.

Tineke Bennema woonde tot 2002 in Al Ram en was freelance-correspondent voor Trouw. Ze schreef over het dagelijks leven van de Palestijnen twee boeken ('Checkpoint Jeruzalem' en 'De Last van Khalil', uitgeverij Van Gennep). Op 8 februari verschijnt haar bundel met Palestijnse verhalen 'Welkom in het Paradijs', bij uitgeverij Jurgen Maas.

Bureaucratie bepaalt ieders identiteit

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden