De papieren dieren van Artis

Prachtige aquarellen en fraaie pentekeningen; een jubileumboek brengt Artis' imposante natuurhistorische bibliotheek in beeld.

Hij kan het niet laten, bekent Redmond O'Hanlon, de bekende Britse auteur en avonturier. Telkens als hij de Artis Bibliotheek bezoekt, aait hij, wanneer niemand kijkt, stiekem even zijn grote held over de bol: Charles Darwin, uit marmer gebeiteld, opgesteld tussen boekenkasten vol van de mooiste en zeldzaamste natuurhistorische werken. 'Verliefd' is hij op deze plek, die hij de mooiste natuurhistorische bibliotheek ter wereld noemt. "Puur, negentiende-eeuws, ik heb nog nooit zoiets gezien. Dit is jé van hét."

O'Hanlons beminde Artis Bibliotheek ligt op het terrein van de dierentuin aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan en haar geschiedenis gaat gelijk op met die van de negentiende-eeuwse diergaarde. In de staart van 2013, het jaar waarin Artis haar 175-jarige bestaan vierde, draagt daarom ook de bibliotheek een steentje bij aan de feestvreugde, met de uitgave in december van het fraaie jubileumboekje 'De Natuur op papier'.

Voor de leden van het Genootschap Natura Artis Magistra voorzag niet alleen de dierentuin maar ook de in 1838 gelijktijdig opgerichte bibliotheek in hun behoefte aan kennis over de natuur. Dieren die niet levend of dood konden worden verzameld, konden wel bijeengebracht worden in beschrijvingen en afbeeldingen. En hoe. De bibliotheek, sinds 1868 nog steeds gehuisvest in het door Gerlof Salm ontworpen monumentale gebouw, omvat tot op de dag van vandaag een natuurhistorische collectie van wereldformaat.

Een schat aan geïllustreerde gedrukte werken is er te vinden, ook manuscripten, foto's, complete archieven en, om maar een van de vele bijzondere collecties bij naam te noemen: de Iconographia Zoologica. De basis voor deze verzameling van meer dan tachtigduizend afbeeldingen van gewervelde en ongewervelde dieren werd gelegd door de Utrechtse hoogleraar Th.G. van Lidt de Jeude (1788-1863). Hij gebruikte de dierenprenten bij zijn onderwijs aan de Veeartsenijkundige Hogeschool (nu faculteit diergeneeskunde). Er zitten bijzondere exemplaren tussen, zoals een aquarel en pentekening van de, inmiddels uitgestorven, Mauritius blauwe duif. De aquarel is de enige kleurenafbeelding van deze duif, die 'naar het leven' is gemaakt.

In een aantal hoofdstukken van 'De natuur op papier' wordt gedetailleerd de geschiedenis beschreven van de Artis Bibliotheek, die door de jaren heen steeds een plek bleef voor onderwijs en wetenschap, aanvankelijk op het terrein van de biologie, tegenwoordig vooral op dat van de kunst- en boekgeschiedenis. De verhalen zijn mooi geïllustreerd met oude kaarten, bouwtekeningen, foto's en aquarellen van het Artisterrein.

Interessante kost, maar het meest tot de verbeelding spreekt het kijkje in de schatkamer van de bibliotheek. In korte hoofdstukjes introduceren verschillende auteurs-deskundigen in woord en beeld bijzondere prenten en collecties uit de rijk gevulde voorraadkast. De prachtige vogelboeken van John Gould bijvoorbeeld, zoon van de tuinman van Windsor Castle, en later conservator van de vogelcollectie van de Zoological Society of London. Op zijn boek over de vogels van de Himalaya tekenden mannen in als koning Leopold I van België en Charles Lucien Bonaparte, neef van Napoleon en vooraanstaand ornitholoog.

Ook Nederlandse vogels werden 'naer 't leeven getekend', door vader, zoon en kleinzoon Sepp bijvoorbeeld, een geslacht van etsers, graveurs, boekverkopers en uitgevers met een grote belangstelling voor de natuur. Twee paginagrote afbeeldingen in het boekje tonen gravures van een paartje wielewalen bij hun nest en een verzamelplaat met daarop de 'Nederlandsche vogelen' sijsje, hop, kneu, goudvink en kwartel, die in de achttiende en negentiende eeuw algemeen in onze streken voorkwamen.

Op de gevel van de Artis Bibliotheek zijn 36 namen in steen vereeuwigd, van 35 geleerde mannen en één vrouw: M.S. Merian. Nieuwsgierig geworden naar deze vrouw, dook Florence Pieters, sinds 1969 als bioloog verbonden aan de bibliotheek, in haar geschiedenis. De Duitse Maria Sibylla Merian (1647-1717) werd opgeleid als schilderes, tekenares en graveur in Frankfurt am Main, maar bleek al snel ook een geboren natuuronderzoekster. Op haar dertiende bestudeerde ze al de ontwikkelingsstadia van rups tot vlinder. Ze schreef boeken, geïllustreerd met kopergravures, over de metamorfosen van Europese insecten en reisde op haar 52ste naar Suriname om daar tropische insecten te bestuderen.

In 1705 publiceerde Merian de resultaten van haar, volgens Pieters baanbrekende, onderzoek in Suriname in een 'juweel van een boek', dat in de loop van de achttiende eeuw in verscheidene edities in het Nederlands, Frans en Latijn is verschenen. Volgens Pieters mag Merian met recht de eerste ecoloog ooit worden genoemd. In haar boek over de veranderingen van de Surinaamse insecten, waarvan de Artis Bibliotheek een exemplaar bezit, heeft zij op handgekleurde platen op folioformaat de levensfasen van de bestudeerde insecten afgebeeld, op ware grootte en in hun natuurlijke habitat.

De natuur op papier. Hans Mulder en Erik Zevenhuizen (red.). Uitgeverij Athenaeum. 144 blz. euro19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden