De panda in ons, de os in hem

Terwijl het land nog in opwinding was over de aanhouding van Ebru Umar in Kusadasi, daar aan de zonnige All Inclusive-kust, ging ik met mijn gezin naar 'Kung Fu Panda 3'. Het was misschien geen gepaste reactie op wat op een botsing van beschavingen leek, maar het was niet anders: ik ging naar Kung Fu Panda 3.

Alles was onbestemd aan die dag, het hagelde op de prunusbloesem in onze straat, Feyenoord moest Utrecht nog verslaan in een armoedige bekerfinale, mijn tienerkinderen zaten op de grond tussen kratten en dozen vol ongesorteerde Playmobil uit hun vroege jeugd, Obama sprak in Hannover over de Duitse beerpuritylaw, en ik zette, zwakjes nog, dunne potloodstrepen bij tekstpassages uit een standaardwerk over de concentratiekampen.

Ziekte had me enige dagen geveld en nog was ik in de Rekonvaleszenz zoals de Duitsers zo fraai zeggen, in de herstelperiode. De feestelijke opening van het heringerichte plaatselijke museum en een literatuurfestival met glanzende namen moest ik aan me voorbij laten gaan en Kung Fu Panda 3 was mijn eerste cultuuruitje in dagen. Ik ben een groot fan van de panda.

Hij is weldadig lui, in-goed, denkt hoofdzakelijk aan eten, maar is ook wat sukkelig en tot zijn eigen verbazing uitverkoren voor de bijzondere taak van drakenkrijger, waarvan hij zeker weet dat hij die niet aankan.

De panda, geadopteerd en opgevoed door een noedelsoep kokende gans die een eigen eettentje runt, ontdekte zijn krachten in 'Kung Fu Panda1' en deed dat botsend en struikelend in een gevecht met een kwaadaardige, wraakbeluste sneeuwluipaard die ooit voorbestemd leek om drakenkrijger te worden. Dat gevecht vond zijn magistrale apotheose tussen een vingerklem, een pinkbeweging en het woord 'Skadoosh', om het kort samen te vatten.

Omdat ik zie dat u nu afhaakt, kom ik tot de essentie. De Kung Fu Panda-serie is natuurlijk een even koddige als wijze speurtocht naar innerlijke vrede en kracht, die eenmaal verworven leidt tot een ontstijgen aan toegedichte beperkingen; de panda is niet langer de panda, maar de Panda, met een macht die een bloempje tot bloeien brengt. Een Panda met chi - met spirituele energie. Ik hou van de Panda.

In Kung Fu Panda 1 en 2 wilde ik wel even tegen hem aan schurken, tegen zijn grote wollige lijf, maar in Kung Fu Panda 3 bleef hij verder van me weg dan ik wilde. Ze hadden hem in een dun script meer gemechaniseerd, leek het wel, zijn innerlijke strijd was niet meer het centrale thema, al vierde hij wel het weerzien met zijn biologische vader - het had hem natuurlijk wel even tijd gekost om zich te realiseren dat de gans niet zijn echte vader was.

Er was wel weer een wraakzuchtig beest om te bestrijden, na een sneeuwluipaard in 1 en een pauw in 2 daalde nu in 3 een os uit het geestenrijk neer om de wereldhegemonie op te eisen, maar ook hij stuitte op de innerlijke kracht van de Panda. Helaas, wat charmante worsteling was, dreigde routine te worden.

En wat is dat toch, dat wraakzuchtigen de hele wereld willen onderwerpen, of Ottomaanse megadromen hebben en kleine columnisten en narren willen verpletteren? Gelukkig is het oude Europa één grote panda geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden