de Paling: Raadselachtig, bedreigd en buitengewoon lekker

Er zijn weinig hapjes zo lekker als een toastje met een stukje vers gerookte vette paling. We eten het niet meer zo vaak, want met de paling (ook wel aal genoemd) gaat het erkend slecht, de aanvoer is beperkt en de prijs navenant hoog. Terecht. De paling is even bedreigd als smakelijk, waarbij tussen het een en het ander ongetwijfeld een oorzakelijk verband aanwezig is. Extra lastig daarbij is dat palingen zich niet zoals zalmen of forellen in gevangenschap laten kweken. Van hun seksleven (hoe doen ze het?) weten we niets en de plaats van handeling ervan is een van de meest onbereikbare plekken van onze aardbol, de zeewiervelden in de Sargassozee in het noordwesten van de Atlantische Oceaan, vlakbij de Bermudadriehoek.

De volwassen paling, ongeacht of hij nu leeft in de Loosdrechtse Plassen, een Vlaamse boerensloot of een Engels ven, moet een enkele reis Sargassozee ondernemen teneinde zich te kunnen voortplanten. Hoe doen ze dat? Hoe vinden ze de weg ernaartoe? Naar het antwoord op zulke vragen wordt naarstig gezocht door onder andere Imares Wageningen. Men voorziet daarbij palingen van kleine geïmplanteerde zendertjes. Op 22 oktober 2014 was een Groninger aal met zo'n zendertje uitgerust en weer losgelaten om het nut van een vispassage bij Delfzijl te testen. Die kostbare constructie bleek te werken, want een kleine drie maanden later werd de gezenderde vis door Belgische biologen waargenomen in de monding van de Westerschelde. Het dier had dus een zwemtocht ondernomen van Groningen naar Zeeland, een dikke driehonderd kilometer van de in totaal zesduizend die Delfzijl van de Sargassozee scheiden. Men heeft er deze week een persbericht over gemaakt, dat helaas niet vermeldt of men de arme aal heeft gevangen en voor onderzoek gedood, of heeft laten doorzwemmen op zijn of haar erotisch georiënteerde wereldreis.

Die reis is voor zover ik weet nog nimmer integraal gevolgd. Wel weten we uit ouder onderzoek dat de dieren zigzaggend op en neer zwemmen, overdag honderden meters diep en 's nachts vlak onder het oppervlak. Ze doen er vele maanden over. Onderweg eten ze niets, maar kunnen wel zelf opgegeten worden. Eenmaal tussen de drijvende zeewiervegetatie in de Sargassozee aangekomen, paaien de dieren - althans, dat moeten we maar aannemen want het paar- en paaigedrag is nog nooit waargenomen. Piepkleine en geheel transparante babypalinkjes, zogenoemde glasaaltjes, beginnen daarna aan een reis in omgekeerde richting, zesduizend kilometer terug. Ze kunnen delen van hun tocht over land afleggen, klunend en kronkelend als een ringslang door vochtige weilanden. Of de eindbestemming al tevoren in het palingbrein is ingeprogrammeerd weet niemand, ook niet of ze terugkeren naar de plek waar ooit hun ouders leefden of naar een willekeurige waterplas.

Als de palingen daarna boffen, eindigen ze niet gerookt en gesneden op een stukje toast, maar kunnen ze ooit zelf een keer aan hun reis naar de wiervelden van Sargasso beginnen. De paling is een van meest raadselachtige dieren die we in ons land kennen - realiseert u zich dat maar eens als u op een receptie een schaal met hapjes voorbij ziet komen.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden