De overstap van het Binnenhof naar het burgemeesterambt hoeft geen eindstation te zijn.

(Trouw)

Met het najaarscongres van GroenLinks komende zaterdag in het verschiet, doemt ook de vraag weer op of leidster Femke Halsema ’in’ is om de fractie nog een periode te leiden.

Ze lijkt al een eeuwigheid de liberale aanvoerster op progressieve grondslag, hoewel ze pas sinds 2002 de baas van de fractie is, toen Paul Rosenmöller na de desastreus verlopen verkiezingen opstapte.

Waar een deel van GroenLinks het prima zou vinden als Halsema er een termijn aan vast zou binden, ziet een ander deel haar houdbaarheidsdatum naderen. Dan zou oud-GroenLinks europarlementariër Kathalijne Buitenweg, die het in Europa uitstekend deed, de fractie eens flink kunnen opfrissen, zo luidt één van de scenario’s. Of die andere Amsterdammer, Maarten van Poelgeest, de oud-studentenleider en tegenwoordig wethouder.

Burgemeester

Tegelijkertijd zoemt in de Amsterdamse grachtengordel Halsema’s naam rond als één van de mogelijke opvolgers van burgemeester Job Cohen. In 2012 is hij aan het einde van zijn tweede termijn én 65 jaar. Burgemeester Halsema zal voor de één als een vloek en voor de ander als een zegen klinken, maar zo gek is deze mogelijkheid ook weer niet. De PvdA krimpt qua aanhang in de hoofdstad gestaag, terwijl GroenLinks én D66 in de afgelopen jaren fors groeiden. Dat in politiek Den Haag de grote partijen (CDA, PvdA en VVD) de burgemeesterbaantjes van zeker de grote steden onderling verdeelden, is inmiddels verleden tijd, zo heeft vooral het CDA tot zijn schade ondervonden. Den Haag en Rotterdam gingen aan de christen-democraten voorbij.

De macht van de lokale vertrouwenscommissies is toegenomen. Bij zo’n hoofdstedelijke commissie kan de naam van Halsema, indachtig de politieke verhoudingen, best goed vallen, waarbij de PvdA’ers uiteindelijk liever steun zouden geven aan een progressief nichtje als Halsema dan aan een D66’er.

Traditie

Dat landelijke politici overstappen naar een burgemeestersfunctie is inmiddels een vertrouwde traditie. Dat hoeft niet perse een eindstation te zijn. Bovendien kunnen burgemeesters een naam opbouwen als goed lokaal bestuurder. Cohen is net als de Rotterdamse oud-burgemeester Opstelten in zekere zin een merk. Zij staan door hun persoonlijke aanpak voor een bepaalde denkopvatting binnen hun partij, zoals Gert Leers, de CDA-burgemeester van Maastricht, bekend werd met zijn zero-tolerance-aanpak van wietkwekerijen.

De naam van Job Cohen wordt nog steeds in verband gebracht met een mogelijk leiderschap van de PvdA als Wouter Bos zich gedwongen zou voelen te vertrekken, bijvoorbeeld na een hele slechte uitslag bij de verkiezingen voor gemeenteraad volgend jaar of Tweede Kamer in 2011. Cohen was de premierskandidaat van Wouter Bos in 2003, toen hij zelf besloot als PvdA-leider in de Kamer te blijven. Bij de verkiezingen van 2006 dacht Wouter Bos er al heel anders over.

Buiten de vier grote steden zijn er ook ex-politici die er als burgemeester in slagen landelijke bekendheid te krijgen. Burgemeester Peter Rehwinkel, inmiddels van Naarden naar Groningen verhuisd, geniet een grote reputatie vanwege zijn kennis over de staatsrechtelijke verhoudingen en het koninklijk huis. Hij was, voordat hij burgemeester van Naarden werd, PvdA-Kamerlid. Zijn partijgenoot Rob van Gijzel was het Kamerlid dat spitte en wroette in de Bijlmer-ramp en de bouwfraude-affaire. Hij verliet teleurgesteld de politiek, maar kwam via een omweg terug na een voor hem succesvol verlopen lokale burgemeestersverkiezing in Eindhoven. Inmiddels is hij bekend als de burgemeester die pedo-seksuelen uit zijn gemeente wil weren.

’Paal van Bernhard’

Alexander Pechtold werd bekend bij het grote publiek doordat hij zich als burgemeester van Wageningen keerde tegen de invoering van de legitimatieplicht. Hij verwierf destijds, in zijn nadagen als burgemeester, ook bekendheid vanwege het ontwerp van een bevrijdingsmonument dat in de volksmond ’De paal van Bernhard’ is gaan heten. Pechtold verdedigde het ontwerp van het kloeke monument, een gruwel voor menig verzetsman, tot de laatste dag van zijn burgemeesterschap. Ook als wethouder in Leiden had hij een goede naam opgebouwd. Toen Thom de Graaf aftrad als minister van bestuurlijke vernieuwing vanwege het sneuvelen van de gekozen burgemeester in de Eerste Kamer, volgde hij hem op. Dat viel fiks tegen. Pas als oppositieleider hervond hij zijn rol.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden