Opinie

De overheid moet vakmensen op waarde leren schatten

Beeld sjoerd van leeuwen

Tien jaar geleden viel de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. Daarmee begon de financiële crisis, die wereldwijd banken meesleepte, verzekeraars, bedrijven, werknemers, huizenbezitters en woningzoekenden, regeringen en parlementen. Hebben we er iets van geleerd? Vandaag deel 4: Ton Wilthagen over de arbeidsmarkt.

Leraren, loodgieters, verpleegkundigen, technici in allerlei vakgebieden, er wordt weer naarstig naar hen gezocht. Vaak tevergeefs. In diverse sectoren is de krapte, net als vlak voor de crisis destijds, teruggekeerd.

Waar dat niet lukt, heeft het gebrek aan gekwalificeerd personeel grote gevolgen. Bedrijven zien hun groei stagneren. In sommige gevallen dreigt zelfs een faillissement, omdat niet kan worden geleverd. Scholen kunnen leerlingen niet plaatsen en afdelingen van ziekenhuizen moeten sluiten.

Hoe kan dit zo zijn gelopen? Tijdens de financiële crisis heeft men in veel sectoren mensen laten gaan en ontmoedigd om in hun eigen vakgebied te blijven. Die rem was er ook voor studiekiezers, terwijl duidelijk was dat de vraag naar de producten en diensten in diverse sectoren niet blijvend zou afnemen. Zo was (en is er) een constante grote behoefte aan nieuwe woningen. Maar de bouw viel stil, aannemers gingen failliet en bouwvakkers kwamen werkloos thuis te zitten.

Visie en aanpak ontbrak

En de zorgsector wist maar al te goed dat de zorgbehoefte alleen maar toeneemt als gevolg van de vergrijzing, doordat mensen langer leven en als resultaat van technologische vooruitgang. Ook de behoefte aan goed onderwijs is niet conjunctuurafhankelijk.

Kortom, er was geen sprake van blijvende uitval van de vraag naar vakmensen. Die vraag werd kunstmatig onderdrukt als gevolg van onder meer al te forse bezuinigingen in de publieke sector. Daardoor kregen mensen massaal ontslag, ook omdat de betreffende sectoren evenmin als de overheid bij machte waren om hen op tijd in de eigen sector van werk naar werk te helpen. Daarvoor ontbrak zowel een visie als een aanpak.

Het is achteraf bizar dat op het hoogtepunt van de crisis de zorg de grootste toevloed van medewerkers in de WW had, terwijl de sector nu met de handen in het haar zit. In de bouw is het niet anders. De vakmensen zijn niet meer terug te vinden, zijn gestopt met werken of elders heen en jongeren hebben andere studiekeuzes gemaakt in het licht van de slechte arbeidsmarktperspectieven van destijds. Door het gebrek aan mensen stijgt tevens de werkdruk en ook om die reden zijn sectoren als onderwijs en zorg minder aantrekkelijk als werkgever. Dit probleem wordt zomaar niet opgelost.

We hebben dus een dure les te leren. Vakmensen moet je als overheid en bedrijven dichter bij je zien te houden. Hen zo maar in de uitkering plaatsen, is niet alleen een slechte optie voor de persoon zelf, maar ook voor de arbeidsmarkt en de economie. Het is een desinvestering, die al snel leidt tot een waardedaling van het menselijk kapitaal.

Nederland gaat nog steeds niet zo best om met dat menselijk kapitaal. Van alle vergelijkbare landen investeert Nederland het minst in scholing van werkzoekenden. Ons beleid is erop gericht om mensen zo snel mogelijk naar de arbeidsmarkt terug te laten keren en ze moeten zich beschikbaar houden, dus wachten op werk.

Onbenut

Dat heeft tot gevolg dat werklozen hun kwalificaties niet op peil kunnen houden. Het vergroot de mismatch tussen vraag en aanbod, want de arbeidsmarkt staat niet stil. In voetbaltermen: je wordt op de reservebank of zelfs op de publieke tribune gezet. Maar waar een voetballer in training blijft, desnoods bij een andere club, lukt dat een werkzoekende niet. Dan is het niet raar dat je niet zomaar het veld op kunt om te scoren als men je dan weer wél wil hebben. Daardoor ontstaat een situatie van krapte én tegelijkertijd een onbenut arbeidspotentieel van nog steeds 1,2 miljoen mensen. Zo ben je geen lerende economie, die in termen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wel gewenst is.

Om niet hardleers te blijven, is een ander, minder cyclisch, veel actiever en meer vooruitziend personeels-, opleidings- en socialezekerheidsbeleid nodig. Dat kan door een soepele mobiliteit te ontwikkelen, een goed transfersysteem, waardoor werkenden elders in de sector aan de slag kunnen, als duidelijk is dat de verminderde behoefte aan arbeidskrachten van tijdelijke aard is.

Mocht dat onverhoopt niet lukken, dan moet er tijd zijn voor mensen om zichzelf verder te ontwikkelen. Ook kunnen vakmensen een dankbare rol spelen in het opleiden van leerlingen. Zie de regeling die Brainport Eindhoven in het begin van de crisis lanceerde voor kenniswerkers. Ze werden ondergebracht bij opleidings- en onderzoeks-instituten. En ten slotte moet ook de sociale zekerheid veel meer dan nu worden gericht op het evalueren in plaats van devalueren van kwalificaties.

Lees ook:

Voor overheid en politiek is de bankensector een paria

Deel 1 van deze serie: Arnoud Boot over de financiële sector.

Tijd om banken en techgiganten aan de leiband van de politiek te leggen, in plaats van andersom

Deel 2 van deze serie: Europarlementariër Paul Tang over de politiek.

Investeren in duurzaam is geen risico, maar biedt garantie

Deel 3 van deze serie: Helen Toxopeus en Friedemann Polzin over duurzaamheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden