’De overheid moet scholen eens met rust laten’

Bijna iedere middelbare school heeft wel vormen van het nieuwe leren ingevoerd. Ook de brede christelijke scholengemeenschap Liudger in Drachten ontsnapte er niet aan. In Iederwijs geloven ze er niet, ’veel te extreem’. Maar de tijd dat de leraar alleen maar klassikaal zijn kennis over de leerlingen uitstortte, is weldegelijk voorbij, zeggen de Friese docenten.

Een zee van gestalde fietsen en scooters wijst waar de ingang is van de brede christelijke scholengemeenschap Liudger aan de rand van Drachten. De vmbo-vestiging (1750 leerlingen) en die voor havo-vwo (1250 leerlingen) liggen op een steenworp afstand van elkaar aan dezelfde weg.

Langs de lange rij kluisjes voor de schooltassen en via de kale betegelde gangen, kom je in de personeelskamer van de vmbo-vestiging. Daar nipt Suzanne van Buren (32), lerares aardrijkskunde en geschiedenis in de onderbouw van de theoretische leerweg, net aan haar soepje. In haar lessen is het nieuwe leren doorgedrongen, vertelt ze.

Een voorbeeld. Toen zij zeven jaar geleden begon met lesgeven, had ze een saai geschiedenisboek. Het kostte haar veel energie daaruit les te geven. „Leerlingen die onderuithangen in hun stoel en passief de stof ontvangen, vreselijk, dat werkt niet. Wij zijn nu nieuwe werkvormen aan het invoeren, ik ben daar heel enthousiast over.”

Niet langer komen de middeleeuwen aan bod door er een hoofdstuk over te lezen en vervolgens vragen te beantwoorden uit een werkboek. Nee, het onderwerp is nu een project geworden. De kinderen maken zelf een maquette van een kasteel of een klooster en houden er een presentatie over. Zo verscheen deze week nog een keukentje in een klooster, compleet met gasstel. „Dat moest er weer uit, maar die leerling vergeet dus nooit meer dat er in die tijd nog op vuur gekookt werd.”

De leerlingen verwerken kennis beter door ermee aan het werk te gaan, zegt Van Buren. „Het is net als een telefoonnummer, zeg ik altijd. Door het op te schrijven en te gebruiken, leer je het uit het hoofd. Als iemand het je toeschreeuwt, blijft het niet hangen.”

Maar aan het eind van het project volgt wel een repetitie. „Om te toetsen dat de bepaalde kennis wel is overgebracht.”

Ook een ander element uit het nieuwe leren, het samenwerken in groepjes, heeft zij in haar lessen geïntroduceerd. „Als je ze laat aanmodderen, ontaardt het in kletsen. Er zijn genoeg trucjes om dat te voorkomen. Geef ze ieder een eigen taak, de een is de voorzitter, de andere schrijft alles op, de derde let op de tijd, de vierde is de geluiddemper. Die moet zorgen dat ze niet tegen elkaar gaan schreeuwen.”

Haar collega Sietse Wijbenga (58), al meer dan dertig jaar docent, eerst gym, nu aardrijkskunde in de bovenbouw van het vmbo-t, is wat sceptischer over de vruchten van het nieuwe leren. „Wat men eigenlijk wil bereiken is dat leerlingen een andere werkhouding krijgen. Die houding is heel anders dan dertig jaar geleden. De lamlendigheid waarmee sommigen in de klas zitten, hoeveel tijd ik daar niet aan kwijt ben.”

Wijbenga volgde met zijn vmbo-collega’s een cursus ’activerende werkvormen’, volgens de theorie van het nieuwe leren. „Dus meer leerlinggestuurd dan docentgestuurd onderwijs. Dat kan soms goed werken. Maar ik vraag me wel eens af wat beklijft, want ook als je met groepjes werkt geldt: het ene groepje pakt het wel op, het andere niet.”

Hij vindt de komst van het vmbo geen verbetering. Tot een jaar of vijf geleden gaf hij les op een kleine mavo, hooguit vierhonderd leerlingen. Hij kende hij alle leerlingen, ook die niet bij hem in de klas zaten. „De schaalvergroting door het vmbo is een verarming.”

Maar ook als je het vmbo-t weer in een apart gebouw zet, heb je de oude mavo nog niet terug, stelt hij. De wereld rond de leerling is te zeer veranderd. „Waar vroeger de school in het middelpunt van de leefwereld van leerlingen stond, is die nu naar de rand verdreven. Leerlingen hebben zoveel aan hun hoofd. Muziek, films, tv, computers. Met een terugkeer van de mavo krijg je niet de oude gemotiveerde student terug.”

Op nog geen vijf minuten lopen ligt de havo-vwo vestiging van deze grote scholengemeenschap, waar Siep Sinnema (58) al dertig jaar natuurkunde doceert. Ook hij maakte veel onderwijsvernieuwingen mee. Het rare idee doet nu opgang, zegt hij, dat een nieuw en oud leren tegenover elkaar staan. Maar op deze school, stelt hij, worden beide methodes gebruikt: leraren geven een deel van de lessen klassikaal via kennisoverdracht voor de klas, een ander deel laten ze de leerlingen zelfstandig werken. „Met natuurkunde is dat logisch: een deel van de les laat je ze zelf prutsen, een ander deel geef je uitleg.”

Een grote stap naar andere lesmethodes waarin leerlingen meer vaardigheden gingen aanleren en minder kennis tot zich nemen, was de komst van de tweede fase. De school in Drachten voerde het studiehuis in: één op de vier lessen lieten docenten voortaan de leerlingen zelfstandig werken.

Er kwamen bovendien veel meer eindexamenvakken, dus per vak werd het aantal lesuren minder en de stof oppervlakkiger. Sinnema: „In de nieuwe tweede fase, die in augustus ingaat, is het aantal uren voor natuurkunde nog verder teruggebracht. Ik vind dat we te ver doorschieten en de leerlingen te weinig kennis over de exacte vakken krijgen.”

Zijn collega Nelleke Smits (49), lerares Engels aan het vwo, vindt de tweede fase wel degelijk succesvol. Bij Engels verdween de aandacht voor literatuur. „Maar we lezen en spreken tegelijk wel veel meer in het Engels, bijvoorbeeld kranten. Leerlingen hebben hier zelfs de mogelijkheid tweetalig onderwijs te volgen, dan is een deel van de lessen in het Engels. Ze leren een vaardigheid, zou je kunnen zeggen: Engels verstaan en spreken. Ik vind dat een vooruitgang.”

Over één ding zijn de vier docenten het gloeiend eens: de overheid legt te veel en te snel vernieuwingen op aan de scholen. Sinnema: „Wij kunnen echt als school zelf goed bepalen welk onderwijs goed is. Laat de overheid ons nou eens een tijdje met rust laten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden