'De oude wijkzuster is verleden tijd'

Maria Aleven (78) is blij met de terugkeer van haar beroep, maar pleit voor goed opgeleide krachten

Nee, ze ging niet de wijk in op de fiets. "Ik had al een auto. Een collega deed het nog op de brommer", zegt Maria Aleven (78). Ze werkte 23 jaar als wijkzuster, tot twintig jaar geleden. Ze zou flink wat fusies meemaken, te beginnen met de verzuilde kruisverenigingen die gingen samenwerken.

Ruim vijftig jaar geleden wilden de besturen in Purmerend, waar Aleven begon, er nog absoluut niet aan, maar Aleven werkte maar al te graag samen met haar collega's van de protestantse en algemene richting. "Ik was de opvolger van een non en die vond het nog prima om er elk weekend op uit te trekken. Dat vond ik toch iets te veel."

Het was leuk werk, zegt Aleven. "Heel zelfstandig, anders dan in het ziekenhuis. Je kwam bij de mensen thuis. Er was nog tijd om een kopje thee met de mensen te drinken. Je hoefde niet precies bij te houden hoeveel tijd je overal aan kwijt was. Dat zou pas later komen."

Maar om nou te zeggen dat Aleven de hele wijk kende en overal de vinger op zere plekken legde, dat gaat haar te ver. "Natuurlijk zag je wel eens wat fout gaan, maar wie was ik om het leven van die mensen overhoop te halen? Luisteren naar mensen en ze in hun waarde laten, dat vond ik heel belangrijk. Van anderen hoorde ik heus wel eens dat ze dingen bespraken, zoals problemen in de opvoeding."

In de loop der jaren werd het vak er beter op, vindt Aleven. "De techniek ging enorm vooruit. Neem incontinentieluiers: die hadden wij niet in het begin." De generatie wijkverpleegster die na haar kwam, was beduidend beter opgeleid. "Wij mochten nog niet zoveel. Injecties geven wel, maar bijvoorbeeld hulp bij dialysepatiënten niet. We moesten naar bijscholing. Toen kreeg je afgestudeerden van de hogeschool, die hadden dat allemaal al een keer geleerd. Een enorme vooruitgang. Toen waren we geen verpleegster meer, maar verpleegkundige. Ik zei in die tijd vaak: ik ben geen ster meer, maar een kundige."

Die hele verbetering werd de nek omgedraaid kort nadat Aleven in 1992 stopte. "Het moest goedkoper. Daarom gingen er geen verpleegkundigen meer naar de mensen, maar ziekenverzorgenden. Dat waren de mensen die destijds instructie van ons hadden gehad. De kwaliteit ging toen echt achteruit. Ik heb me daar flink kwaad over gemaakt. Ineens een enorme achteruitgang." Vandaar dat ze alle initiatieven voor de komst van de nieuwe wijkverpleegkundige toejuicht. "Dat moeten dan wel goed opgeleide mensen zijn, niet mensen zoals ik toen ik begon. De oude wijkzuster, dat is verleden tijd."

Onlangs kreeg Aleven voor zichzelf een wijkverpleegkundige over de vloer. Ze had geluk: het bedrijf Buurtzorg, een van de koplopers in de herintroductie van de wijkverpleegkundige, kwam bij haar langs. "Dat was een prima kracht, ik heb echt niet de neiging gehad om adviezen te geven. Die hoefde van mij ook geen gezondheidsadviezen te geven hoor, ik ben best eigenwijs. Kopje thee? Nee, daar was geen tijd voor. Ik was al heel dankbaar dat men kwam. Misschien de volgende keer."

"De fusie tussen kruiswerk en thuiszorg moest de zorg goedkoper maken, maar pakte alleen maar duurder uit", zegt Dinny de Bakker, hoogleraar en onderzoeker bij Nivel, het onderzoeksinstituut voor de gezondheidszorg. Tegelijkertijd verloor de wijkverpleegkundige veel autonomie, doordat aparte instanties gingen bepalen hoeveel zorg mensen nodig hadden. Ook De Bakker is positief over de nieuwe plannen. "Mensen die je goed opleidt, moet je verantwoordelijkheid geven. Voor een afgebakend gebied, waarin de wijkverpleegkundige andere hulpverleners kent. Nu klagen huisartsen dat ze de wijkverpleegkundige van een patiënt zoeken en dan moeten bellen met een anoniem kantoor in de stad." Ontstaat er geen willekeur, als elke wijkverpleegkundige op eigen houtje bepaalt welke zorg nodig is? "Dat kun je voorkomen door in de gaten te houden hoe het staat met de gezondheid in zo'n wijk", zegt De Bakker. "Denk aan tevredenheidsonderzoek onder patiënten, of andere metingen." Het eerste onderzoek naar de effectiviteit van de nieuwe aanpak, uitgevoerd in Brabant, is nog klein van opzet en volgens De Bakker niet zo beslissend als alle voorstanders doen voorkomen. "Maar als we willen zorgen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen, en niet onnodig lang in het ziekenhuis moeten blijven, dan lijkt me de nieuwe aanpak met wijkverpleegkundigen onontkoombaar."

'Nieuwe aanpak is onontkoombaar'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden