De oude fout

Was er na 11 september in de Nederlandse pers sprake van een hetze tegen de moslim-gemeenschap? Hebben dag- en weekbladen zich, omgekeerd, schuldig gemaakt aan het overdreven toedekken of zelfs ontkennen van radicale opvattingen die wel degelijk onder moslims leven? En hoe goed deed de overheid het eigenlijk?

Meindert Fennema, politicoloog aan het instituut voor migratie- en etnische studies (Imes) van de Universiteit van Amsterdam: ,,De pers heeft het zelfs beter gedaan dan de regering, in die eerste maand na de aanslag. Althans, de schrijvende pers die ik heb bestudeerd. Al kan je die twee - regering en pers - natuurlijk niet helemaal met elkaar vergelijken: de regering moet met één mond spreken terwijl de pers een conglomeraat van stemmen vertegenwoordigt.

Maar de pers heeft zich niet bezondigd aan het innemen van algemene standpunten. Er is heel snel hoor en wederhoor toegepast en al snel verschenen in de dag-en weekbladen artikelen waarin de lezers informatie werd gegeven over de islam. En dat is heel belangrijk. Kennis, zoals bekend, is een essentiële voorwaarde om vooroordelen te bestrijden.''

Het geruststellende beeld dat Fennema schetst is het resultaat van een studie die hij maakte voor de vorige regering, namelijk voor Roger van Boxtel, minister voor grote steden- en integratiebeleid. De opdracht luidde een analyse te maken van de discussies in de pers na 11 september over de veranderingen in de verhouding tussen allochtonen en autochtonen. En, om met beleidsaanbevelingen te komen voor verbeteringen.

Fennema is oud-CPN'er en sinds de oprichting lid van GroenLinks. Binnen die partij is hij een buitenbeentje. Al lang huldigt hij het standpunt dat extremisme, of het nu van links of van rechts komt, niet moet worden bestreden door het bestaan ervan te ontkennen of door het uiten van extreme opvattingen tot taboe te verklaren. Fennema: ,,Zie hoe ze Janmaat in het verleden hebben aangepakt. Het was zijn democratisch recht om zijn standpunten naar buiten te brengen - op voorwaarde dat er geen geweld wordt toegepast. Geweld is altijd de grens.''

,,Maar in zijn tijd had Janmaat geen recht van spreken. Hij kreeg te maken met een vorm van staats- en straaterreur. De anti-fascisten gebruikten geweld, waarbij de vrouw van Janmaat zelfs het slachtoffer werd van een terroristische aanslag. Zij verloor haar been. Ook de overheid probeerde Janmaat de mond te snoeren. Vergaderingen werden verboden, waarbij steevast het argument werd gebruikt dat de veiligheid niet viel te garanderen. Er hoefde maar iemand telefonisch te dreigen met geweld en het was al zo ver.''

,,Ik ben ervan overtuigd dat Pim Fortuyn kòn opkomen doordat de mensen het gevoel hadden dat ze niet mochten zeggen wat ze dachten. Hij is neergeschoten door een eco-fundamentalist. En ook al weten we niet of er een directe relatie bestaat met z'n politieke overtuiging, de kans daarop acht ik groot. De reactie op die moord is dat we nu te maken hebben met terreur van rechts. Zie de kogelbrieven. Het democratische speelveld wordt opnieuw verkleind. Is dat de schuld van de overheid? Ja, voor een deel wel, is mijn overtuiging. Het is allemaal het gevolg van het feit dat de overheid in het verleden te weinig vrijheid van meningsuiting heeft toegelaten.''

Op de discussie over de schaduwzijden van de immigratie rustte destijds een taboe. Een nuttig taboe, volgens velen, omdat op die manier kon worden voorkomen dat bevolkingsgroepen tegen elkaar werden opgezet. Maar Fennema heeft het nut ervan nooit ingezien: ,,Een taboe kan je niet afdwingen. Als een taboe een taboe is wordt er niet over gesproken. Het doel van de overheid moet niet zijn: het handhaven van taboes, maar: het bestrijden van terreur. Een democratische bestrijding kan alleen succesvol zijn als gevoelens van wraak, van ongenoegen, van onrecht eerst erkend en toegelaten worden tot de discussie.''

Fennema meent dat de regering-Kok na 11 september dezelfde fout beging als eerder tegenover extreem rechts, door dergelijke gevoelens onder moslims te onderdrukken. ,,De regering heeft na 11 september te weinig onderscheid gemaakt tussen vrijheid van meningsuiting enerzijds en terreur anderzijds. Uit een onderzoek van Contrast, weekblad voor de multiculturele samenleving, bleek dat vijf procent van de moslims in Nederland de aanslagen steunde, tweederde van hen had een beetje tot volledig begrip voor de aanslagen, misschien zelfs wel leedvermaak. Hoe moet je nu als overheid reageren op de uitslag van zo'n onderzoek? Naar mijn mening had de regering hetzelfde moeten doen als ze tegenover extreem rechts had horen te doen: de uitingsvrijheid garanderen. Maar wat deden Kok en Van Boxtel? Ze noemden de uitslag van de enquête 'zorgelijk', een teken dat de integratie van allochtonen was mislukt. Uit zo'n reactie blijkt dat deze ministers kennelijk vonden dat je pas geïntegreerd bent als je denkt zoals de meerderheid. Op die manier geef je aan het integratiebegrip een gevaarliijke draai. Strikt genomen waren dan de communisten van dertig, veertig jaar geleden evenmin geïntegreerde Nederlanders.''

,,Overigens, als ik dan toch kritiek op de pers heb is het wel hier. In sommige media is aanvankelijk geprobeerd het onderzoek van Contrast in discrediet te brengen. De steekproef zou niet deugen. Maar daarna kwam het onderzoek van Intomart overheen, waaruit bleek dat het nog ernstiger was: zelfs tien procent van de moslims zou achter de aanslagen staan. Toen kon de pers er ook niet meer omheen.''

Fennema vindt dat in de geschreven pers voldoende stemmen en tegenstemmen te lezen zijn geweest. De discussie, ook tussen columnisten, bewoog zich tussen twee uitersten. Er waren er die de aanslagen zagen als een botsing tussen twee culturen, die van het christendom/humanisme en die van de islam, waarbij de islam gelijk werd gesteld met fundamentalisme. Zo'n visie was bij voorbeeld te lezen bij Paul Frentrop (HP/De Tijd), Leon de Winter (Ad-columnist, later ook in Letter en Geest in Trouw) of Silvain Ephimenco (Trouw). Anderen gooiden het op een verkeerde Midden-Oosten politiek van de VS, bij voorbeeld Marcel van Dam in zijn columns in De Volkskrant. Een enkele keer maakten kranten zich schuldig aan stemmingmakerij, meent Fennema. Zoals bij voorbeeld De Telegraaf, die wat al te uitbundig schreef over de maagden in de hemel als beloning voor moslims die sneuvelen in hun Heilige Oorlog.

Ook het incident in Ede, waarbij Marokkaanse jongeren na de aanslagen op straat een feestje zouden hebben gevierd, is volgens Fennema in de pers wellicht iets uitvergroot. Maar ook in dit geval ging zijns inziens de regering sterker in de fout. Fennema: ,,Dat feestje was gewoon een kwestie van vrije meningsuiting. Maar Kok veroordeelde het. Alweer liet de regering zich hier verleiden tot een inhoudelijk standpunt over wat je wel of niet mag vinden. Dat is niet de taak van de overheid. Haar taak is het democratische proces te bewaken, te zorgen dat de discussie gevoerd kan worden en dat gevoelens kunnen worden geuit. Dan deden de overheidsdienaren in Ede het beter. Daar was de politie erbij, maar die heeft er alleen op toegezien dat het niet uit de hand liep. Heel goed.''

,,In Utrecht gebeurde iets veel ernstigers dan in Ede. Daar besloot de directie van het Thorbecke College om drie minuten stilte voor de slachtoffers van de aanslagen alleen in de Aula in acht te nemen. Prima natuurlijk: wie niet wilde meedoen, hoefde dat niet. Maar die tolerante opstelling van de schoolleiding werd afgestraft, niet door de media, maar door de gemeenteraad. Die nam een motie aan waarin de directie werd veroordeeld. Dat is ongehoord. Vergelijk het met 4 mei. Ik ken nogal wat mensen die principieel tegen die herdenking zijn, omdat ook de gesneuvelden in de oorlog tegen Indonesië in de herdenking worden betrokken. Ze willen daar niet aan meedoen. Stel je voor dat ze daartoe gedwongen zouden worden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden