Column

De oude Donner is een geboren onderkoning

Piet Hein Donner.Beeld anp

In 1980 debatteerde de Tweede Kamer voor het eerst over de nieuw benoemde vicepresident van de Raad van State, toen de inkt van het koninklijk besluit (KB) al vier dagen droog was.

Hans Wiegel, de minister van binnenlandse zaken, was voortvarend te werk gegaan. Direct nadat het kabinet het eens was geworden over de voordracht van Willem Scholten, de zittende minister van defensie, had hij een motorkoerier naar Assen gestuurd, waar de koningin op bezoek was. De historie vertelt nog net niet dat zij het KB op een servetje tekende, wat al eens eerder was gebeurd, maar snel ging het wel.

De oppositie onder leiding van PvdA-leider Joop den Uyl was razend over wat zij beschouwde als een voldongen feit. Wiegel beriep zich evenwel terecht op de staatsrechtelijke regel 'de regering regeert, de Kamer controleert'. Vergeleken met de slagvaardigheid die het toenmalige kabinet toonde, maakt dit kabinet er een rommeltje van. Al wekenlang is de benoeming van een nieuwe onderkoning onderwerp van een brede publieke discussie.

Dit verschijnsel levert een scherpe illustratie bij de verklaring die Piet Hein Donner onlangs gaf voor het toenemende populisme in de Nederlandse politiek. 'Men heeft de kiezers jarenlang verteld dat ze het voor het zeggen hebben. Is het dan vreemd dat ze daarnaar gaan handelen?' Met zulke uitspraken maak je je niet populair, maar zij tonen wel aan dat Donner een onafhankelijke en eigenzinnige geest is, zeer geschikt voor de post van vicepresident van de Raad van State.

Met zijn uitspraak over het populisme, eind augustus in zijn Montesquieu-lezing, maakte hij duidelijk dat hij het populisme dat zich beroept op de wil van het volk verfoeit. Regeren is niet domweg doen wat het volk wenst, zei hij in 2002 in deze krant. De regering is er voor de continuïteit, de politiek is er om de wensen van burgers te vertalen, meerderheden zijn er om conflicten te beslechten, rekening houdend met minderheden.

Donner is gewoon een consequent verdediger van de representatieve democratie, die niks moet hebben van referenda en andere vormen van directe democratie, zoals verkiezing van bestuurders. Je zou hem een ouderwetse regent kunnen noemen, in de zin dat hij staat in de traditie van het oude regentenambt met zijn onafhankelijke status en voorkeur voor collegiaal bestuur. Dat maakt het bezwaar van de PvdA en anderen dat hij in de functie van onderkoning de slager is die zijn eigen vlees moet keuren relatief. De politicoloog Hans Daalder stelde al eens vast dat in onze ambtentraditie bestuurders zich sterk met hun functie identificeren, eerder dan dat zij zich horig achten aan hun partij of aan een vorige post.

De boze Den Uyl voerde in 1980 aan dat alleen een internationale post de tussentijdse benoeming van een minister elders rechtvaardigde. In alle andere gevallen zou de band met de Haagse politiek niet voldoende worden doorgesneden. Hij hield zich daar zelf niet strikt aan. Onder zijn premierschap werd staatssecretaris Polak burgemeester van Amsterdam, zoals Cohen dat werd onder het premierschap van Wim Kok. In de afgelopen jaren stapten Van der Knaap en Aboutaleb tussentijds op om burgemeester te worden.

Tegen de opvatting van Daalder kan worden ingebracht dat in de mediacratie ambt en persoon nauwelijks nog van elkaar zijn te scheiden. In dat verband is van belang dat het vicepresidentschap van de Raad van State dankzij Herman Tjeenk Willink een nieuwe dimensie heeft gekregen. De onderkoning is niet alleen meer de sfinxachtige adviseur van de regering en het staatshoofd, zoals Willem Scholten dat nog was, maar ook hoeder van de democratische rechtsstaat. Tjeenk Willink schuwde kritiek op zittende kabinetten niet.

Kan Donner die lijn met verve doortrekken nu hij met het door hem zo verfoeide populisme tegelijk gemene zaak heeft gemaakt en zich daarbij een uiterst pragmatisch politicus toonde? Ook in dit opzicht is het oppassen voor onheilig vuur op het altaar. Er is enige discrepantie tussen de theoreticus en de pragmaticus Donner, maar dat geldt voor iedereen die in de Haagse politiek vuile handen maakt. Verrassend en perspectief biedend vond ik Donners waarneming in de Montesquieu-lezing dat de crisis in het staatsbestel niet een gevolg is van een tekort, maar aan een teveel van vertrouwen in de overheid. Daar was weer iets van de oude Donner te herkennen.

Zijn redenering is dat met de expansie van de overheidszorg de verwachtingen van de burgers zijn gegroeid. Zelfs als de overheid daaraan niet kan voldoen, blijft het vertrouwen ongeschokt. Door het geloof in de overheid als instant-heilige is, zowel bij bestuurders als in de samenleving, uit het oog verloren dat mensen zelf veel kunnen doen om misstanden aan te pakken. Donners remedie: vormen van eigenbestuur en zelfbeheer door burgers in hun directe leefomgeving.

De kracht van dit verhaal is dat het de bal teruglegt bij de klagers en de kankerpitten, de zwakte dat er onder dit kabinet eerder sprake is van centralisatie van bevoegdheden (nationale politie, afschaffing deelgemeenteraden) dan van delegatie naar lagere niveaus. Aan de Kneuterdijk zou de onafhankelijke en eigenzinnige denker in Donner weer alle ruimte krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden