Review

De opmars van een 'Gloria'

Het 'Gloria' ván....? Meestal vullen klassieke muziekliefhebbers die vragende zin aan met: Vivaldi. Het is een soort Pavlov-reactie. Bij het steekwoord 'Gloria' hoort Antonio Vivaldi's jubelende koorstuk, zoals bij 'de Negende' Ludwig van Beethovens grootse symfonie hoort, bij het 'Stabat Mater' Giovanni Battista Pergolesi's aangrijpende compositie voor sopraan en alt en bij het 'Alleluia' Georg Friedrich Hündels machtige koorzang uit 'Messiah'.

Die koppelingen van compositie en componist zijn vanzelf zo gegroeid - niet door een uitgekiende marketing, maar door de eeuwigheidswaarde van de stukken in kwestie. In deze tijden van exclusieve rechten op titels en namen en de gevechten om website-domeinen wekken die vastliggende koppelingen verwondering. Want er zijn heus nog wel meer 'Negende's' - die van Dvorák bijvoorbeeld, of die van Bruckner en Mahler. Van het aangrijpende 'Stabat Mater'-gedicht zijn er veel en veel meer zettingen dan die van Pergolesi (hele goeie ook) en door het woord 'Alleluia' hebben meer componisten dan Hündel alleen zich laten verleiden tot exuberante uitbarstingen.

In de operawereld is het vaak voorgekomen dat een heel populaire opera later werd 'ingehaald' door een werk met dezelfde titel van een andere componist. In de barokke tijd was het heel gewoon dat meerdere componisten (soms wel twintig verschillende) een opera maakten op een en hetzelfde tekstboek. Later werd het ongebruikelijker, maar Paisiello's 'Il barbiere di Siviglia' kon het niet bolwerken tegen Rossini's opera. Op zijn beurt moest Rossini's 'Otello' het afleggen tegen de gelijknamige opera van Verdi, Leoncavallo's 'La bohème' hield geen stand tegen de 'dijenkletser' van Puccini en Massenet moest met lede ogen aanzien hoe zijn 'Manon' internationaal voorbijgestreefd werd door Puccini's 'Manon Lescaut'.

Het lijkt evenwel niet waarschijnlijk dat er aan de hierboven genoemde Siamese verbindingen snel gemorreld zal worden. Van hedendaagse componisten hebben hun al lang overleden collega-toondichters weinig te vrezen. Een 'Negende' van Peter Schat die de symfonie van Beethoven in de schaduw stelt? Schat zou er wat voor over hebben, maar het idee is absurd. Een 'Stabat Mater' van Pierre Boulez of Karlheinz Stockhausen dan, waardoor Pergolesi's werk naar de achtergrond verdwijnt? Weinig kans.

En nu dreigt hét 'Gloria', dat van Vivaldi, toch met een vaart te worden voorbij gesneld door een 'Gloria' van een tijdgenoot van Vivaldi: Georg Friedrich Hündel. Een opmerkelijk verhaal, want Hündels 'Gloria' werd pas in september 2000 'ontdekt' in een verzameling manuscripten in de Royal Academy of Music in Londen. Het nieuws van de ontdekking werd tot maart 2001 geheim gehouden, maar daarna was de opwinding zo groot dat twee grote Engelse kranten het embargo schonden en de vondst vier dagen eerder al publiekelijk maakte.

Het gebeurt dan ook niet vaak dat een substantieel werk van een groot componist als Hündel ineens zomaar opduikt. En als het al gebeurt dan is er in de musicologische wereld meestal enorme scepsis over de echtheid van de toeschrijving. In het geval van Hündels 'Gloria' is er echter nauwelijks iemand van naam geweest die de ontdekking in twijfel heeft getrokken.

Sinds de bekendmaking van het bestaan van het manuscript is Hündels 'Gloria' in een stroomversnelling terechtgekomen. Het barokorkest van The Royal Academy of Music voerde het werk in die bewuste week in maart 2001 uit en liet direct een cd-opname maken met sopraan Emma Kirkby. Collega's van Kirkby als Cecilia Bartoli toonden direct belangstelling en over de hele wereld hebben sopranen van meer en mindere naam het 'Gloria' op hun repertoire genomen.

Het nieuwe 'Gloria' is dan ook een aantrekkelijke compositie. Bescheiden van omvang - het werk duurt ruim een kwartier - kan een zangeres er toch veel van haar kwaliteiten in kwijt. Ze mag lekker de hoogte in, omdat Hündel een paar keer een hoge bes voorschrijft; dat maakt de muziek ook meteen ongeschikt voor op de loer liggende countertenoren. Ze kan er lustig op los kwinkeleren, omdat snelheid en lastige coloraturen elkaar in sommige delen feestelijk omarmen en ze heeft de mogelijkheid om indruk te maken in gevoelige delen als 'Et in terra pax'. De eerste violist mag de sopraan prachtig weerwerk geven en het lijkt waarschijnlijk dat Hündel die partij componeerde voor de beroemde violist/componist Corelli.

Lekkere muziek dus, maar is het Hündel op zijn best? Nou nee. Ontdekker professor doctor Hans Joachim Marx van de Universiteit van Hamburg plaatst de compositie in Hündels jonge jaren, toen hij net in Rome was aangekomen. Hündel zou het geschreven hebben in 1707; Vivaldi schreef zijn 'Gloria' in 1708. Andere muziek van Hündel uit die tijd, zoals het 'Dixit Dominus', is veel inventiever en staat bol van de onstuimige experimenten. Voor zijn 'Gloria' was Hündel duidelijk minder geïnspireerd, of hij blijkt uiteindelijk toch niet de componist te zijn.

Helemaal zeker zal het nooit worden. Onderzoekers hebben inmiddels overeenkomsten aangetoond tussen een eerdere compositie van Hündel (het 'Laudate pueri' in F) en het 'Gloria'; er zitten twee dezelfde melodische ideeën in. Dat zegt niet zo veel. Het zou best kunnen dat Hündel een 'Gloria' van een collega-componist in zijn verzameling had, waaruit hij dan thema's haalde voor zijn eigen werken. Schering en inslag bij beroepsjatter Hündel. Hoe dan ook - het blijft heerlijke barokmuziek en sopranen hebben gelijk dat ze dit nieuwe 'Gloria' met veel genoegen instuderen en uitvoeren.

Hündels 'Gloria' wordt morgenavond uitgevoerd door sopraan Maya Boog en La Stagione Frankfurt in het Amsterdamse Concertgebouw. Aanvang 20.15 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden