De opmars van de privébeveiligers

Nederland heeft misschien al volgend jaar evenveel privébeveiligers als politieagenten. Wat mogen ze eigenlijk allemaal doen? Daar zijn nauwelijks afspraken over.

De branche van de particuliere beveiliging groeit als kool. „Als we niet uitkijken gaan we terug naar een feodale tijd, waarin de rijken voor hun eigen veiligheid kunnen betalen”, zegt Ronald van Steden, onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

De politie geeft noodgedwongen letterlijk en figuurlijk terrein prijs. „Er ontstaan steeds meer ruimten waar opdrachtgevers en beveiligers, binnen de regels van de wet, hun eigen regels handhaven.”

Ronald van Steden is een pionier. Over het aantal agenten, de inzet en bevoegdheden van de politie zijn vele vingers blauw geschreven. De enorme belangstelling staat in schril contrast met die voor de wereld van de particuliere beveiliging. „In de wetenschap is er geen aandacht voor. Ook politici hebben nauwelijks oog voor de sector”, zegt Van Steden.

Terwijl er toch alle reden is om de snelgroeiende branche in het vizier te houden. Het aantal beveiligers is na 1980 gestegen van 10.000 naar 30.000 medewerkers. Tegenover die verdriedubbeling staat in de periode na 1993 een stijging van het aantal politiemensen van 40.000 naar ongeveer 50.000 agenten.

De cijfers worden genoemd onder voorbehoud; betrouwbare gegevens over beveiliging en politie zijn bij de betrokken ministeries en de korpsen niet te krijgen. De branche denkt dat – als de trend zich zo voortzet – het aantal particuliere beveiligers de politiesterkte zal gaan evenaren.

Op tafel bij Van Steden ligt een brochure. Het is er eentje van het wereldwijde concern Group4Securicor, dat ook in Nederland actief is.

Op de cover staat een beveiliger. Hij man is niet van een militair te onderscheiden. Dat is ook niet de bedoeling. ’Frontlijn’, staat er naast hem op de brochure, ’Bescherming van US troepen in Kosovo’. Deze beveiligers controleren in- en uitgaande personen op Amerikaanse bases in het voormalige Joegoslavië, en ze bewaken de kampen. Om dat effectief te doen hebben ze een speciale training gevolgd en zijn ze bewapend met M16-machinegeweren en pistolen.

Zover is het in Nederland nog niet, zegt politicoloog Van Steden, die volgend jaar op de ontwikkeling van particuliere beveiliging hoopt te promoveren. Toch wordt de gelijkenis met de Verenigde Staten steeds groter. Beveiligingstaken worden in toenemende mate naar bedrijven overgeheveld: gevangenissen bewaken, geld- en waardetransport verzorgen, controles bij gebouwen en terreinen. Winkelcentra en uitgaansgebied worden overgelaten aan private toezichthouders.

Particuliere beveiliging is van alle tijden, zegt Van Steden. Het beroemde schilderij van Rembrandt, ’De Nachtwacht’, is een van de markantste voorbeelden van een georganiseerde groep civiele beveiligers. Zulke beveiligers maakten van de Gouden Eeuw tot de negentiende eeuw in de nachtelijke uren onze steden (on-)veilig.

De matige verdiensten en het nachtelijke contact met de onderwereld maakten de nachtwachters zo corrupt dat de overheid het destijds noodzakelijk vond om een ’policie’ te organiseren met vaste taakomschrijving en redelijke beloning. Pardoes stortte met de opkomst van de reguliere politie de particuliere bewakerswereld in elkaar.

Helemaal is de bewaker nooit verdwenen. Tot begin vorige eeuw stelde een enkele rijke burger of een fabriek met dure spullen in het magazijn nog wel eens een nachtwaker aan.

Daarnaast hadden bedrijven eigen ordediensten. Zo was er in het zuiden van Limburg, maar ook in Duitsland en België de particuliere mijnpolitie. Die had niet alleen tot taak het stelen tegen te gaan, maar zorgde ook voor orde en veiligheid in en rond het bedrijfsterrein. Orde en veiligheid vanuit de directie gezien dan, want de mijnpolitie werd ook ingezet bij het voorkomen van betogingen en het breken van stakingen. Ook het beruchte betaalde politiekorps van Philips herstelde desnoods met geweld de orde.

Hevige straatgevechten in 1936 zorgden ervoor dat de Tweede Kamer een Wet op de Weerkorpsen aannam. Die noodregeling bleef van kracht tot zeven jaar geleden de Wet op particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR) werd aangenomen.

De wet van 1999, denkt Van Steden, is onvoldoende om de realiteit van de bewakingswereld in goede banen te leiden. De particuliere beveiligingsbranche is overal binnengedrongen. „Is dat erg? In veel gevallen niet. Iedereen beseft dat de politie niet overal kan zijn. De orde in hele gebieden als voetbalstadions, haventerreinen en woonwijken wordt steeds vaker gehandhaafd door particuliere bedrijven.

Het is voor de burger nu vaak verwarrend of een particulier beveiliger of een gezagsdrager hem wegstuurt uit een park of hem fouilleert bij een popconcert. Expres wordt op het politie-uniform lijkende bedrijfskleding gebruikt, zodat de beveiliger op een echte politieagent lijkt.”

Dat is ook het gevolg van overheidsbeleid, benadrukt Van Steden. De politie kan niet overal verantwoordelijk voor zijn. Steeds weer wordt debat gevoerd wat haar kerntaken zijn. Dan gaat het niet alleen om de groeiende behoefte aan persoonlijke veiligheid en bescherming van bezittingen. Er zit ook een politiek-economische kant aan.

„Beveiligers zijn een stuk goedkoper dan politieagenten. Daarom is de verleiding groot hen in te zetten voor relatief makkelijk uitvoerbare politietaken die tijdrovend zijn, zoals het opnemen van aangiftes. Agenten kunnen vanwege de grote vraag naar veiligheidshandhaving niet alles zelf doen.

In een met Nederland vergelijkbaar land als Denemarken doet het bedrijf Falck de brandweer, de wegenwacht en de ambulances. In Engeland worden gedetineerden vervoerd door een particulier bedrijf. Dat doet Justitie hier nog zelf, maar er gaan stemmen op daar ook de markt mee op te gaan.”

Tot grove incidenten heeft de grote aanwas van werk en werknemers in de particuliere beveiliging niet geleid. Toch is het volgens Van Steden hoog tijd dat bestuurders de sector beter in de gaten gaan houden.

In het rapport ’Particuliere Beveiliging Bewaakt?’ van onderzoeksbureau Regioplan komt het beeld naar voren van een grotendeels ongeregelde economische sector waar zo’n miljard euro in omgaat.

„Wat belangrijker is”, zegt Van Steden, „het is een branche die iedereen raakt.” Wie wil overnachten op een bankje in een winkelcentrum wordt verwijderd door een beveiliger. Iemand met hetzelfde uniform controleert papieren bij een overheidsgebouw of kijkt in de bagage van een concertbezoeker.

Dat zijn nog afgebakende taken. Uit het rapport van Regioplan blijkt dat gemeenten en politie maar al te graag gebruik maken van portiers in het uitgaansleven, die ook de straat eromheen ’schoonhouden’. Daartoe worden convenanten gesloten.

De politie heeft daarbij de neiging soms een oogje dicht te knijpen als het om de sector gaat. Regioplan heeft daar een verklaring voor: bij veel bedrijven werken oud-politiemensen. „Dit kan de politie ervan weerhouden om strikte controles uit te voeren. Het is immers lastig ex-collega’s te controleren. Zeker als branche beter op de hoogte is van de wet WPBR dan de toezichthoudende politiemensen.”

Misstanden binnen de branche worden zelden opgespoord. De sector houdt niet van klokkenluiders, zegt Regioplan. De politie is doorgaans alert op klachten van andere beveiligers. Die kunnen ingegeven zijn door concurrentieoverwegingen.

Aan het uitgroeien van de status van de beveiligers kleven gevaren als het gaat om dwangmiddelen en privacybescherming, meent Van Steden. „Een particulier beveiliger mag in feite niets meer of minder dan een gewoon burger. Het is geen politieagent met speciale bevoegdheden.

Toch wordt de indruk gewekt dat geüniformeerde beveiligers veel meer mogen. Sommigen lopen bijvoorbeeld met honden rond. En in de praktijk kan beveiligingspersoneel je tas doorsnuffelen voordat je een vliegtuig betreedt.”

De branche krijgt ook signalen vanuit de overheid dat ze meer mag en kan. Het kabinet-Balkenende heeft in 2002 in de nota ’Naar een veiliger samenleving’ gebroken met het verzet tegen de aanwezigheid van particuliere beveiliging in openbare ruimten.

Van Steden: „Niet alleen dient wettelijk afgebakend te worden waar de politie optreedt en waar de particuliere beveiliging. Ook is een landelijke richtlijn nodig waarin staat in welke gevallen de overheid de particuliere branche mag inschakelen. Nu doet men maar wat.”

De tendens dat de beveiligingsbranche veel meer in de samenleving zal doordringen gaat nog wel even door en is niet te stuiten. Justitie denkt dat al volgend jaar net zoveel beveiligers actief zullen zijn als agenten. Van Steden denkt dat die mijlpaal iets later wordt gepasseerd, over een jaar of twee, vier misschien.

„Het komt niet alleen door de veranderde houding van de rijksoverheid. De kans bestaat dat vermogende burgers en ondernemers zich zullen gaan omringen met beveiligers. Je ziet al buurten die worden bewaakt door bedrijven. Daar is de politie alleen nog op de achtergrond aanwezig.

Er wordt ook al gebouwd met het oog op beveiliging. Huizenblokken in de vorm van een cirkel in het Amsterdamse Oostelijk Havengebied; vrijwel ommuurde, kasteelachtige woonwijken in Den Bosch, plannen voor een seniorenstad bij Nagele. Het zijn tendensen die op een terugkeer naar feodale tijden wijzen waarin de rijken het zich kunnen permitteren in een veiliger omgeving te leven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden