De opkomst van het ’Dikke Ik’

Het doorgeschoten individualisme vraagt om een politiek antwoord. De PvdA zou weer solidariteit moeten propageren.

Het moralisme in de politiek maakt een razendsnelle comeback. Na decennia van individualisering, ontzuiling en ontkerkelijking, waait er een nieuwe morele wind door Nederland. Zelfs de predikers van de individuele vrijheid, onder wie veel sociaal-democraten, hebben zich bekeerd tot ’normen en waarden’. Wouter Bos stelde dat we ’weer moeten durven moraliseren’.

Dat is winst. Er is immers echt iets aan de hand. Een onaangename vorm van hyperindividualisme neemt bezit van de kwetsbare publieke ruimte. Dat uit zich in hufterigheid en het gelijk-van-de-grote-bek. Wie daar iets aan wil doen, kan alom op begrip rekenen. Dus passeert een bonte stoet aan maatregelen de revue, variërend van de roep om herintroductie van burgermansfatsoen tot regelrechte repressie. De jacht op ranzige tv-programma’s en computerspelletjes is geopend. Ontsporende hangjeugd moet in internaten, coffeeshops gesloten, alcohol verboden.

Het zijn begrijpelijke reflexen in reactie op serieuze problemen, maar goed beschouwd zijn ze slechts symptoombestrijding. Het zal weinig oplossen.

Repressie lucht op, maar helpt niet structureel. Repressie is soms nodig om de publieke ruimte leefbaar te houden, maar het onderliggende probleem blijft bestaan. Diefstal verdwijnt niet door met hardere straffen, hasjgebruik niet met het sluiten van coffeeshops bij scholen.

Ook het teruggrijpen op een normatief kader – zoals we dat midden vorige eeuw hadden – zal de achterliggende oorzaken van wangedrag niet wegnemen.

Het werkelijke probleem zijn niet alleen die onopgevoede rotjochies, smakeloze tv-makers of agressieve lomperiken. Die kun je nog met specifieke maatregelen te lijf. Het werkelijke probleem is wat professor Kunneman zo treffend de opkomst van het ’Dikke Ik’ heeft genoemd.

Het ’Dikke Ik’ is de verontrustende uitvergroting van het individu, dat zich bevrijd heeft van alle vormen van moreel gezag en dat zich aan niets en niemand nog wat gelegen laat liggen. Lomp gedrag, minachting voor andersdenkenden, onverzadigbaarheid en zelfingenomenheid zijn de kenmerken van het ’Dikke Ik’.

Het ’Dikke Ik’ beheerst niet alleen de getatoeëerde hooligan. Een topmanager trapt geen bushok in, maar botviert zijn onverzadigbaarheid met een buitensporige bonus. Bewoners van de villawijk gedragen zich fatsoenlijk, maar tonen hun ’Dikke Ik’ in de procedures waarmee ze de komst van een verzorgingstehuis blokkeren, uit angst dat hun huizenprijs daalt.

De samenleving als geheel gedraagt zich als een steeds ’Dikkere Ik’. Met ons consumptiepatroon ontnemen we anderen – elders op deze wereld en de generaties na ons – kostbare leefruimte.

Daarom kan een nieuwe moraal die hier tegenwicht aan biedt zich niet beperken tot een beroep op alleen normen en waarden of burgermansfatsoen. Fatsoen voorkomt geen ’Dikke Ik’-gedrag. Deugden wel: bescheidenheid gaat als deugd, het ’Dikke ik’ te lijf, net als solidariteit. Het zijn deugden waar mensen naar verlangen, zo blijkt uit onderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau of 21minuten.nl. Daarin geven mensen keer op keer aan dat ze rust en bescheidenheid verkiezen boven een prestatiemaatschappij en dat ze minder milieuvervuiling belangrijker vinden dan welvaartsgroei.

De harde praktijk maakt duidelijk dat mensen individueel én collectief er niet in slagen te leven naar het ideaalbeeld dat ze in de enquêtes nastreven. Dat is wel te begrijpen. De heersende moraal schrijft voor dat onbeperkt consumeren de basis is van geluk. Bescheidenheid mag dan de wens zijn, overvloed is de norm. De samenleving is doordrenkt van deze moraal – of beter: het gebrek daaraan – van toenemende consumptie, productie en individuele autonomie.

Juist voor sociaal-democratische politici ligt hier een uitdaging. De kernbegrippen van de sociaal-democratie – gelijkheid en solidariteit – vormen een volwaardig alternatief voor de ratrace van concurrentie en presteren. Met dat alternatief is de laatste jaren veel te schuchter omgegaan. Gelijkheid en solidariteit werden vooral ingezet als aanvulling op de liberale markteconomie, niet als echt alternatief.

Illustratief is de opvatting dat een appèl op solidariteit zinloos is en dat solidariteit tussen mensen alleen georganiseerd kan worden vanuit ieders welbegrepen eigenbelang. Daarmee is het begrip solidariteit van haar morele lading én haar kracht ontdaan.

Nu het ’Dikke Ik’ onhoudbare proporties aanneemt en sociaal-democraten van allerlei pluimage hardop spreken over een nieuwe moraal, dient zich de kans aan om die zwakte te herstellen. Laat de PvdA een echt alternatief verhaal gaan uitdragen, een verhaal waarin bescheidenheid en solidariteit centraal staan en technologische expansie en marktdynamiek een toontje lager zingen.

De moraal in dat nieuwe verhaal gaat dus niet over burgermansfatsoen, maar over een alternatief voor wat in essentie onze samenleving steeds onaangenamer maakt: de verontrustende uitvergroting van het individu.

In zo’n nieuw verhaal is marktwerking niet het dominante verdelingsmechanisme in de zorg en het openbaar vervoer, maar zorgt de overheid voor een rechtvaardige en eerlijke verdeling. In zo’n moreel geladen verhaal is nieuwe technologie niet het excuus waarmee ongebreidelde consumptieve groei wordt gesanctioneerd, maar wordt een serieus appél gedaan op de zelfbeheersing in ons consumptiepatroon.

Zo’n verhaal is niet eenvoudig. Het politieke discours is keihard, dan klinkt een pleidooi voor bescheidenheid ontluisterend soft. En wie durft er nog stelling te nemen tegen de massaconsumptie?

Het mooie is dat de kernbegrippen van de sociaal-democratie – gelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit – onverwoestbaar zijn. Het wordt tijd om de handschoen op te pakken, minder aandacht te schenken aan de technische en bestuurlijke politiek en weer te investeren in een sterk moreel beladen verhaal. De sociaal-democratie heeft zich daar te lang niet meer aan gewaagd. Nu we weer durven moraliseren wordt het hoog tijd om dat te herstellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden