Review

De operette is terug met de sfeer van toen, maar in de stijl van nu.

De operette is weer springlevend. Professioneel gezien dan, want in het amateurcircuit en bij de semi-profs is het genre nooit doodgebloed. Nederland telt volgens de Bond van amateur opera- en operettegezelschappen (BOOG) zo’n 145 aangesloten verenigingen. Die houden zich in hun vrije tijd allemaal bezig met muziektheater in de breedste zin van het woord. Zo’n 88 van hen zijn gespecialiseerd in operette.

Op professioneel operettegebied was het droeviger gesteld. In 1945 werd de Hoofdstad Operette opgericht door Meyer Hamel, later opgevolgd door zijn vrouw Netty en weer later door zijn zoon Philip. Maar in 2000, 55 jaar na oprichting, viel het doek omdat het de Hoofdstad Operette niet lukte te vernieuwen, het genre los te trekken uit de tijd en te moderniseren. Subsidie stopgezet, einde gezelschap. Er volgde een ietwat kale periode waarin alleen de Nationale Reisopera en Opera Zuid zo af en toe een operette brachten.

Maar er staat ’was’, want nu is voor de liefhebber weer hoop – er zijn allerlei interessante nieuwe initiatieven. Eind vorig jaar liet bijvoorbeeld De Nieuwe Nederlandse Operette (DNNO) al van zich horen met ’Der Vetter aus Dingsda’ van Eduard Künneke. Morgen gaat Jacques Offenbachs ’La Vie parisienne’ in première bij het Nederlands Operette Theater (NOT), en over een kleine twee weken is in Oss de zelfgeschreven en -gecomponeerde operette ’Villa Johanna’ te zien. Wat deze initiatieven gemeen hebben is dat ze het genre willen opfrissen en dichter bij het publiek willen brengen. Hoe kan dat beter dan door te zingen in het Nederlands?

Bij DNNO werd ’Dingsda’ bijvoorbeeld al ’Verweggistan’, en werden fax en internet aan het verhaal toegevoegd. ’Villa Johanna’, geschreven door John van Boekel en gecomponeerd door Joop Stokkermans, gaat over de onmogelijke liefde tussen Louis van den Bergh en Leonie Jurgens, nazaten van de Osse families die aan de basis stonden van een bedrijf dat nu bekendstaat als Unilever. Het verhaal speelt zich weliswaar eind 19de eeuw af, maar er is duidelijk gekozen voor een onderwerp dicht bij huis. ’La Vie parisienne’ werd hertaald door Seth Gaaikema, cabaretier en volleerd musicalvertaler en er is gekozen voor een mix aan klassieke- en musicalzangers: Antje Monteiro, Ernst Daniël Smid, Peter Bording, Trudy Labij en Maaike Widdershoven.

Wat houdt het genre eigenlijk in? Wat zijn de wetten van operette? Als je de boeken erop na slaat, wordt er gerept van ’een lichte opera met gesproken dialoog en een frivole, komische inhoud.’ Maar, zo zegt Eddy Habbema, artistiek leider van het NOT en regisseur van ’La Vie parisienne’: „Het is een misverstand dat operette alleen maar lichtvoetig is. De maatschappelijke betrokkenheid van met name Offenbach is groot. Maar ook Léhar, die tot de Romantiek gerekend wordt, is minder lieftallig dan je denkt. In ’Die lustige Witwe’ willen mensen wel voor elkaar kiezen, maar kunnen ze geen ’ja’ zeggen. Het gaat om standpunten en keuzes, en het zijn karaktervolle mensen met veel tragiek.”

Dat vindt ook Seth Gaaikema, vertaler van musical als ’My fair lady’, ’Les Misérables’ en ’Elisabeth’: „Jacques Offenbach schreef ’La vie...’ in 1866 en het verhaal speelt zich af in het decadente Parijs. Het is een cabareteske operette met commentaar op de actualiteit van die tijd. Dat heb ik geprobeerd eer aan te doen. Net zo ondeugend en vol emoties; pittig, maar het moet ook ergens over gáán. Ik geloof in de Nederlandse taal, het is mijn grote liefde, maar het moet ook overkomen na rij 12. Ik heb ’La vie...’ vier jaar naar voren verschoven in de tijd, zodat je aan de vooravond van de Frans-Duitse oorlog zit en die dreiging merkt. Buiten de spanning, binnen het feesten waar men over de schreef gaat. Met flinke satire na de pauze.”

Habbema: „De boel gaat op zijn kop! Het personeel dat al die chique mensen mag uitbeelden is echt niet alleen 19de-eeuws. Het is van alle tijden, kijk maar naar ’Gooische Vrouwen’. Ik woon zelf in het Gooi, dus ik kan erover meepraten, ik lach me gek. Maar ik ken mensen die er totaal niet om kunnen lachen; voor hen is het té pijnlijk. Dat gedoe met rangen en standen is er dus nog steeds, ook in 2006.”

Eddy Habbema noemt ’La Vie parisienne’ van Offenbach verder ’Shaffy-achtig’ of ’richting Brel’: „De grote stad wordt bezongen met al haar gevaren en verlokkingen. Deze operette is zowel een lofzang als een schandlied op Parijs. Ik heb geprobeerd om er een hedendaags ritme en levensgevoel aan te geven.”

Offenbach schreef de operette in eerste instantie voor acteurs die aardig konden zingen. Later herschreef hij het voor zangers. Behalve de rol van Gabriëlle, die is altijd voor een zangeres geweest. Die rol wordt vertolkt door musicalster Maaike Widdershoven. Gabriëlle is een handschoenennaaister die zich af en toe voordoet als de rijke kolonelsweduwe. Widdershoven: „Het is een superleuke rol, een goede mengeling van acteren en zingen. Ik vind het heerlijk om in het Nederlands te zingen, zodat iedereen het begrijpt. Dat is voor mij uiteindelijk het belangrijkst als ik speel of zing: ik wil een verháál vertellen. In dit licht-klassieke genre komt ook mijn stem het beste uit. Toen ik hiervoor gevraagd werd, was ik niet meteen enthousiast. Ik wist dat mijn stem er zeer geschikt voor was, maar het leek mij allemaal nogal oubollig. Dat is het dus helemaal niet geworden.” Naast een rol in ’La Vie...’ speelt Widdershoven ook de hoofdrol in ’Villa Johanna’, de nieuwgeschreven productie uit Oss met muziek van Joop Stokkermans. „Ik kom uit Oss, vandaar. En de kans om met Joop Stokkermans te werken, laat ik mij niet ontnemen. Het is wel zwaar, twee producties tegelijk, maar dat is maar even. Er is een revival van de operette, ja, zo lijkt het. Ik hoop echt dat nu ook jongeren komen kijken.”

De operette is dus nu ’opgefrist’ en ’moderner gemaakt’, de slogan van het NOT is ’de sfeer van toen, de stijl van nu’. Maar werkt het ook? DNNO kreeg op zijn zachtst gezegd gemengde kritieken op hun aangepaste ’Der Vetter aus Dingsda’. Eddy Habbema van het NOT zucht diep als het woord ’critici’ valt: „Ik heb geprobeerd een muziektheatervoorstelling voor een zo groot mogelijk publiek te maken. Om te laten zien dat operette een leuke, rijke vorm is en net zo goed jong en sexy kan zijn. Maar die dingen gaan stap voor stap. Je moet ook weer niet voor de troepen uitlopen, dan ben je je publiek zo kwijt. Maar operette leek wel 100 jaar te hebben stilgestaan in de tijd. Ik hoop de boel in ieder geval te hebben opgeschud.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden