De opera ’La Vita humana’ stamt uit de 17de eeuw, maar is nog zeer actueel.

Aan nieuwe en onbekende componisten geen gebrek in het Festival Oude Muziek. Zaterdag voert het ensemble Le Poème Harmonique onder leiding van Vincent Dumestre een opera uit van de in de vergetelheid geraakte componist Marco Marazolli. ’La vita humana ovvero il trionfo della pietà’ zoals het muziektheatrale werk voluit heet, is een christelijke allegorie over de verzoekingen in het menselijke leven en de uiteindelijke overwinning van de deugd.

’La Vita humana’ heeft de vorm van een sacra rappresentazione, een genre waarin morele dilemma’s door allegorische personages worden uitgebeeld. Nieuw was dat Marazolli de serieuze levensvragen in een luchtige intrige verpakte. De fundamentele psychologische strijd in een mensenleven (vita humana) tussen de verlokkingen van wereldse geneugten en het hemelse geluk, wordt in de opera breed uitgemeten. De Deugden, met in hun vaandel de spreuk ‘piace se lice’ (’wat geoorloofd is, behaagt’), voeren bij Marazolli oorlog tegen de Ondeugden of Zonden. Die voeren de leus ‘lice se piace’ (’wat lekker is, mag’).

Dat de naam Marazolli tegenwoordig bij weinig muziekliefhebbers een belletje doet rinkelen, is interessant. Tijdens zijn leven was de componist namelijk wereldberoemd in heel Rome. Zeker na de première van ’La Vita humana’, dat Marazolli in 1656 speciaal voor koningin Christina van Zweden schreef.

Christina had zich juist daarvoor met veel aplomb van het protestantisme tot het katholicisme bekeerd, en werd zo tot boegbeeld van de contrareformatie. De publiciteit in het geheel niet schuwend, reisde de vorstin na haar troonsafstand in een triomftocht naar Rome. Daar werd ze met open armen ontvangen. Onder anderen door kardinaal Giulio Rospigliosi, een Roomse librettist en cultuurpaus die het later tot echte paus zou schoppen (Clemens IX).

Christina werd in de tweede helft van de 17de eeuw een belangrijke kunstmecenas, een rol die ze op zich nam na het zien van ’La Vita humana’. Ze toonde zich getroffen door de allegorische voorstelling (die veel raakvlakken met haar eigen leven had) en bezorgde componist Marazolli een hoge positie.

Ook voor luitist Vincent Dumestre geldt Marazolli als een van de groten uit zijn tijd. Het Franse ensemble Le Poème Harmonique werd in 1997 door hem opgericht en richt zich met name op Italiaanse en Franse muziek, ongeveer uit het tijdperk van Lodewijk XIV. Een paar jaar geleden was Le Poème de ontdekking van het Festival Oude Muziek, waar vooral het stemgeluid van Claire Lefilliâtre veel bewondering oogstte.

In 2004 reconstrueerde Le Poème in datzelfde festival een ’comédie-ballet’ (een voorstelling met voordracht, dans en muziek) zoals die aan het Franse hof moest hebben plaatsgevonden. Inclusief het kaarslicht, dat als enige bron van verlichting werd gebruikt. De drieënhalf uur durende voorstelling werd sommigen toen te veel. Telefoonboeken aan tekst en gestileerde acteursgebaren, tegen een klein aandeel muziek: dat was even wennen.

In ’La Vita humana’ (een dikke twee uur, met coupures) domineert de muziek, in een allegorisch verhaal dat volgens Dumestre voor ons 21ste-eeuwers uitstekend te herkennen is. Dumestre ontdekte Marazolli’s muziek in de bibliotheek van het Vaticaan: ,,Ik was meteen getroffen door de kwaliteit van zijn oeuvre en door deze unieke opera. Het is tegelijkertijd een muziektheaterwerk én een religieus werk. Precies tussen een oratorium en een opera in. Dat is zeldzaam en vormt een deel van de kracht van ’La Vita humana.’’

Volgens Dumestre worden de meeste opera’s uit de 17de eeuw gedragen door lange recitatieven, maar vormt Marazolli’s ’La Vita humana’ daar een mooie uitzondering op. ,,De componist vindt een mooi evenwicht tussen dat sprekende zingen en de melodieuze aria’s. Marazolli’s recitatieven hebben de kracht van de vroege 17de eeuw. Tegelijkertijd gebruikt hij ariavormen die al vooruitwijzen naar de 18de eeuw. Een uitleg voor die moderniteit ligt in het feit dat Marazolli harpist was. Waarschijnlijk zag hij muziek meer als meerstemmigheid dan als harmonie. De baslijn is bij Marazolli vaak een zelfstandige stem, in plaats van een echte basso continuo. Dat geeft de muziek een enorme kracht.’’

Oude-muziekliefhebbers kennen het genre van de allegorie van ’Rappresentazione di anima e corpo’ van Marazolli’s tijdgenoot Cavalli. Maar de karakters in ’La Vita humana’ zijn levensechter, aldus Dumestre. ,,Allebei zijn het typische werken van de contrareformatie. Cavalli’s werk is het prototype, de uitvinding van het allegorische genre. Je voelt dat ook bij het beluisteren. ’La Vita humana’ heeft de constructie van de Venetiaanse opera’s uit die tijd overgenomen. Er komt bijvoorbeeld een passage in voor waarin Piacere (Plezier) en Colpa (Schuld) zich vermommen als hun tegenpolen Rede en Onschuld. Zo kan de mens het verschil tussen waarheid en leugen niet meer zien. Dat komt recht uit de Venetiaanse opera. Of neem de derde akte, waarin de Rede verdoofd wordt door een slaapdrank: ook al zo’n typisch Venetiaans motief.’’

Volgens Dumestre gebruiken librettist Rospigliosi (de kardinaal die later paus Clemens IX zou worden) en componist Marazolli het Venetiaanse model enkel als voertuig voor een sacrale en allegorische voorstelling.

,,Het interessante voor het publiek van vandaag is dat de personages in ’La Vita humana’ in zekere zin tijdloos zijn. Iedereen zou zich erin kunnen herkennen, hoewel we de cultuur van goden en allegorische figuren allang achter ons hebben gelaten. De personages in ’La Vita humana’ overstijgen dat mythische niveau en worden door Marazolli en Rospigliosi als wezens van vlees en bloed weergegeven. De opera wordt abstract opgebouwd, maar biedt tegelijkertijd een intieme blik in de kern van het menselijke leven. Het is een verhaal over mensen, dat zonder problemen naar de 21ste eeuw te vertalen is. Geen wonder dat het werk zo’n succes had in 1656.’’

Hoewel Dumestre de tijdsduur van ’La Vita humana’ door coupures ingekort heeft tot ruim twee uur (een normale operalengte), is Marazolli’s oorspronkelijke tijdsduur wagneriaans te noemen. Had het publiek in de 17de eeuw geen moeite met zulke lange voorstellingen?

,,De ervaring van tijd is niet meer dezelfde als in de 17de eeuw. In onze tijd gaat alles aanmerkelijk sneller dan toentertijd. Zes of zeven uur naar een opera luisteren was voor een 17de-eeuwer geen enkel probleem. Natuurlijk verlieten mensen de zaal af en toe om een hapje te eten of iets te drinken en kwamen ze dan weer terug. Je ziet die extreem lange tijdspannes tegenwoordig in bijvoorbeeld oosterse culturen nog steeds. Het is typisch voor onze maatschappij dat we alleen behoefte lijken te hebben aan snelheid en korte vormen. Als je gegrepen wordt door een verhaal, dan doet de duur er volgens mij niet meer toe. We hebben aan de reacties op ’Le bourgeois gentilhomme’ gemerkt dat het scenische tempo de tijd voor het publiek deed omvliegen. Ik weet zeker dat dat in ‘La Vita humana’ ook het geval zal zijn. De muzikale en psychologische kracht van deze opera doen de tijd omvlíegen.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden