De oorlog om de roker

De eigen 'inlichtingendienst' van de tabaksindustrie liet de afgelopen jaren geen middel onbenut kritische wetenschappers, parlementariërs en bewindslieden voor hun zaak te winnen. Volgens de WHO ging dat gepaard met met strafbare feiten, als fraude en ongeoorloofde druk. Een reconstructie uit de Nederlandse praktijk: hoe een kritisch WHO-rapport nog vóór publicatie op het bureau van Philip Morris belandde.

De wereldgezondheidsorganisatie WHO is al zeker zestien jaar doelwit van de tabaksindustrie. In 1983 stelde Philip Morris vast dat 'vijandige anti-rook bewegingen' het tot dan relatief gunstige Europese produktieklimaat voor de tabaksindustrie bedreigden. In een 'strikt vertrouwelijke' nota merkte dr. Helmuth Gaisch, directeur wetenschap en technologie van Philip Morris Europa, op dat anti-rookactiviteiten in Europa in grote mate werden gestuurd door de WHO. Beïnvloeding van de wereldgezondheidsorganisatie werd daarom voor Philip Morris strategisch doel nummer 1.

Om de verdere ontwikkeling van 's werelds grootste tabaksproducent te beschermen, besloot Philip Morris in '83 tot ,,voortgaande pogingen in contact te komen met individuele wetenschappers om op de hoogte te raken van hun voornemens, om hun uitgangspunten aan te passen en om op hun plannen vooruit te kunnen lopen'', aldus de nota Objectives and strategies van Philip Morris-wetenschapper Gaisch. De goede verstandhouding tussen een pr-man in Nederland en een hoge WHO-functionaris sloot naadloos aan bij die doelstelling.

Dr. Kees van der Heijden, die een half jaar geleden bij de WHO met de vut ging, vindt het overhandigen van het ontwerp-rapport aan een vertegenwoordiger van de tabaksindustie geen enkel probleem. ,,Nota's werden en worden wel vaker ruim verspreid, ook in concept. Tegenwoordig zet de WHO zelfs nog niet aanvaarde nota's al in z'n geheel op Internet.''

Zowel Jules Wilhelmus, manager Corporate Affairs bij Philip Morris Holland, als Van der Heijden zeggen niet te hebben geweten dat Philip Morris in 1983 de WHO als strategisch doel voor de industrielobby koos. Wilhelmus: ,,Ik ken Van der Heijden al langer, al van voordat ik bij Philip Morris ging werken. Ik zie niet wat er fout is aan een zakelijk contact. Van der Heijden en ik zijn het op tal van punten oneens, maar over één punt bestond er tussen ons nooit enig verschil van opvatting: voorkomen moet worden dat jeugdigen gaan roken. Dat is een doel van de WHO, maar ook een bedrijfsopvatting van Philip Morris. En vooral over dat onderwerp gingen onze contacten. We hebben met onze gesprekken nooit een bijbedoeling gehad.''

Bij de WHO is Genève is de greep die de tabaksindustrie op regeringen en op internationale organisaties poogde te krijgen maar al te goed bekend. Dr. Derek Yach, directeur van Tobacco Free Initiative, het anti-rookprogramma van de WHO, was afgelopen week in New York om met VN-organisaties te spreken over een internationaal onderzoek naar de manieren waarop de industrie de afgelopen decennia op allerlei niveaus trachtte de 'rookschade' te beperken.

Yach: ,,Uit de vele documenten die in de VS over de tabaksindustrie bekend zijn geworden, komen aanwijzingen dat er daarbij ook sprake was van strafbare feiten, zoals fraude en het uitoefenen van ongeoorloofde druk. Gebleken is dat de industrie stelselmatig en tientallen jaren lang heeft gezocht naar wegen om invloed uit te oefenen op internationale organisaties. Niet alleen op de WHO, maar ook op andere VN-organisaties, zoals Unicef. Wij zijn daar zeer bezorgd over. Secretaris-generaal Brundlandt van de WHO zal binnenkort stappen bekend maken.'' In Groot-Brittannië besloot het parlement onlangs al tot een onderzoek naar de manier waarop de tabaksindustrie het overheidsbeleid heeft beïnvloed.

Yach wil niet direct ingaan op de handelwijze van zijn Nederlandse oud-collega Van der Heijden. ,,Ik ken de zaak niet. Maar binnen de WHO geldt het principe dat stafmedewerkers niet in strijd mogen handelen met onze missie. Het overdragen van informatie aan Philip Morris Holland is flagrant in strijd met dat uitgangspunt.''

De vraag rijst hoever de invloed strekte van de tabaksindustrie op het Nederlandse tabaksbeleid. Uit documenten van Philip Morris blijkt dat het Nederlandse filiaal begin jaren tachtig een buitengewoon succesvolle lobby voerde op fiscaal terrein.

Stevige druk kán het verschil betekenen tussen drie miljoen dollar verlies en negen miljoen winst, zo is te lezen in de bedrijfspresentatie die president-directeur Aleardo Buzzi van Philip Morris Europa in 1988 in het Europese hoofdkantoor in het Zwitserse Lausanne gaf aan zijn Amerikaanse baas Geoffrey Bible. ,,Holland verdient een speciale vermelding'', zei Buzzi. Hij kon Bible melden dat de tabakspoot van zijn multinational in vrijwel alle EU-landen nieuwe verkooprecords had gehaald. De winst was in één jaar met 60 procent gestegen tot 385 miljoen dollar.

Maar ook in Nederland, hoewel voor Philip Morris-begrippen een pindamarkt, verdiende de tabaksgigant in 1988 'goed geld', aldus Buzzi. In 1983 leed Philip Morris Holland nog drie miljoen verlies. Maar de dip was een jaar later al voorbij. De omslag was te danken aan 'de betere prestaties van onze afdeling externe relaties in Holland'. ,,We hebben door beïnvloeding van de overheid een verandering in het Nederlandse belastingsysteem bereikt, waardoor onze marges aanmerkelijk zijn verbeterd.'' Buzzi liet Bible een vrolijk stemmend setje staafdiagrammen zien met de drie miljoen verlies van 1983 die was omgebogen tot de fiere negen miljoen winst in 1988.

Bij het ministerie van financiën in Den Haag kan niet worden achterhaald welke fiscale maatregel Buzzi bedoeld kan hebben toen hij zijn chef Bible het goede nieuws uit Nederland bracht. ,,In ieder geval niet op het gebied van de tabaksaccijnzen. Die zijn in de jaren tachtig bijna ieder jaar omhoog gegaan'', aldus een woordvoerder.

De tabakslobby in politiek Den Haag valt vooral op door haar professionaliteit, zegt CDA-Kamerlid Wim van de Camp, tabakswoordvoerder van zijn fractie. ,,Een sterke, gepolijste lobby, niet opdringerig, zeer goed georganiseerd. Ze volgt de Kamer buitengewoon goed.'' Van ongeoorloofde druk is geen sprake, zegt Van de Camp. ,,Luister, ook de top van de Nederlandse sigarettenindustrie weet dat je hier geen spelletjes kunt spelen. Wij hebben toch een wat andere cultuur dan Amerika. De tabaksindustrie onttrekt zich heus niet aan het poldermodel.''

Maar de lijntjes zijn soms opmerkelijk kort. Onlangs kreeg CDA-Kamerlid Siem Buijs, ook tabakswoordvoerder, een uitnodiging van directeur Jan Schipper van de Philips Morris-fabriek in Bergen op Zoom voor een bedrijfsbezoek. Schipper is óók prominent CDA-lid in de afdeling Brabant én was als hoofdbestuurslid betrokken bij samenstelling CDA-lijst voor de Kamerverkiezingen van 1998. De directeur van Philip Morris zorgde er dus indirect voor dat Buijs in de fractie kwam. Van de Camp: ,,Buijs en ik zijn er samen heen geweest. Niks aan de hand. Maar als we dan standpunten krijgen te horen, maken we er geen geheim van dat we die vervolgens ook toetsen aan die van de tegenpartij, zoals de Stichting Volksgezondheid en Roken.''

De tabakslobby in Nederland richt zich niet alleen op het ministerie van financiën (minister Zalm ontving vorig jaar bijna vier miljard gulden aan accijnzen en btw van de rokers) en economische zaken (de Nederlandse tabaksindustrie biedt werk aan vijfduizend mensen, de exportbelangen zijn zeer groot). Ook op het ministerie van minister Borst (volksgezondheid) zijn de tabakslobbyïsten bekend.

Vooral in barre tijden is een sterke lobby van groot belang, realiseerden de beleidmakers van Philip Morris zich in oktober 1996. Dat najaar besloot Philip Morris Holland de lobby-activiteiten flink op te voeren, in de eerste plaats om nieuwe accijnsverhogingen te voorkomen. In het bedrijfsplan Corporate Affairs 1996/1997. The Netherlands zette Philip Morris een stevig drukmiddel klaar om 'tabaksvriendelijke Kamerleden' te bewegen een accijnsverhoging te blokkeren. Zou de Kamer vasthouden aan het voornemen de accijns op rookwaren te verhogen, dan zou Philip Morris de lobby ingaan met het dreigement van een fikse verhoging van de commerciële prijs van een pakje sigaretten. Het bedrijf zou dan dus bovenop de van staatswege opgelegde accijnsverhoging nog een extra prijsstijging doorvoeren. Een maatregel die onder de paar miljoen Nederlandse rokers een veenbrand zou doen oplaaien.

In het bedrijfsplan legde het hoofdkantoor in Amstelveen vast dat strategische samenwerkingsbanden verder moesten worden versterkt en uitgebreid. Wilhelmus: ,,Dat ging toen vooral om samenwerking met de horeca. We zijn begonnen aan een campagne voor wederzijds respect tussen rokers en niet-rokers.'' Ook de media werden in het bedrijfsplan tot algemeen strategisch doel verheven. Daarnaast wilde het bedrijf gaan proberen munt te slaan uit het tijdelijke Nederlandse voorzittersschap van de Europese Unie.

In de jaren '96 en '97 besteedde Philip Morris veel energie aan het voorkomen van meer reclamebeperkingen. Philip Morris nam zich voor 'medestanders' als werkgeversorganisaties VNO en NCW te mobiliseren om aan te tonen dat verdere restricties geen zin zouden hebben. Het tabaksbedrijf wilde ook met het bestuur van de Stichting Rokersbelangen (SRB), een vereniging van rokers die financiële steun krijgt van de tabaksindustrie, samenwerken om rokers te mobiliseren. Philip Morris klampte zich vast aan de 50 000 leden claimt te hebben. ,,De SRB is nu een belangrijke partij in de media en heeft ook al resultaten behaald.'' Met hulp van de SRB wilde het bedrijf voorkomen dat er in de private sector op grote schaal rookverboden werden ingevoerd.

De lobby mag in het verleden succes hebben gehad, de laatste jaren ligt de tabaksindustrie in Nederland op achterstand, constateert Kamerlid Van de Camp. Het lijkt er op dat minister Borst het vertrouwen in de Nederlandse tabaksindustrie zelfs volledig kwijt is. In antwoord op Kamervragen van Van de Camp en Buijs over berichten dat de industrie sinds jaar en dag verslavingsversterkende stoffen aan tabaksprodukten toevoegt, maakte Borst duidelijk dat ze de industrie niet meer serieus neemt.

De koepel van tabaksfabrikanten, de Stichting Sigarettenindustrie, had de minister laten weten dat er 'pertinent' geen verslavingsversterkende additieven in de industrie worden gebruikt. Borsts reactie op de brief was vlijmscherp: ,,Recentelijk werd in Amerika de tabaksindustrie in eerste aanleg schuldig bevonden aan samenzwering bij het verhullen van feiten over de schadelijkheid van sigaretten'', schreef ze de Kamer. En in dat licht zag zij dan ook geen reden te twijfelen aan de juistheid van de berichten over de additieven. Het stond er niet, maar in feite deelde Borst mee dat ze de Nederlandse industrie niet meer gelooft.

Op het kantoor van Philip Morris Holland in Amstelveen is de reikwijdte van de zoveelste reprimande van de minister nog amper doorgedrongen. ,,Tja'', zegt pr-manager Wilhelmus, ,,we kunnen dit als industrie zeker niet over onze kant laten gaan. We zullen hierop reageren. Maar ik vind wel dat Borst zaken aan elkaar koppelt die niet aan elkaar te koppelen zijn. De juridische procedure waar zij op doelt, loopt nog. Het kan dus nog alle kanten op. We vinden nog steeds dat we als industrie onterecht worden aangepakt. En dat terwijl we als industrie, met een nieuwe, jonge generatie managers, juist zoeken naar een nieuw soort evenwicht.''

Afgelopen week ontving ook Philip Morris Holland een brief van de Amersfoortse advocaat mr. M. de Witte. Eén van zijn cliënten - er hebben zich inmiddels tien zieke ex-rokers bij hem gemeld - stelt de firma aansprakelijk voor de bloedvaatproblemen waaraan zij lijdt. De ongeveer 40-jarige vrouw rookte jarenlang het huismerk Marlboro. Wilhelmus: ,,De mallemolen gaat nu draaien.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden