De oorlog is nog steeds het morele ijkpunt

Het sjabloon van goed of fout in de Tweede Wereldoorlog leek uit de tijd, maar krijgt door de discussie over 'foute verzetsmensen' een nieuwe impuls. Probeer vooral het hoofd koel te houden, luidt het advies van wetenschappers.

Tophistoricus Hans Blom huldigt over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog een 'vrij extreem standpunt': probeer die geschiedenis zo goed mogelijk te reconstrueren, analyseren en begrijpen, maar laat als wetenschapper het persoonlijke, morele oordeel achterwege. Blom, voormalig directeur van het Nederlands instituut voor oorlogsdocumentatie (Niod), heeft recht van spreken. Hij hield in 1983 (bij zijn aantreden als hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam) een baanbrekend pleidooi om af te stappen van het overheersende gebruik om de bezettingsgeschiedenis te beschrijven in termen van 'goed' en 'fout'.

Het werk van Bloms voorganger Loe de Jong was ervan doordesemd en hij had dat met zijn tv-serie 'De Bezetting' en het monumentale geschiedwerk 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' op een breed publiek overgedragen. Blom stelde dat in de bijna veertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zoveel nieuwe inzichten waren ontstaan dat je er niet meer mee kon volstaan de Nederlandse bevolking in te delen in goed (zoniet actief in het verzet, dan toch op z'n minst anti-Duits) en fout (collaborateurs en landverraders).

Weer bijna dertig jaar later lijkt de slinger de andere kant op te slaan. Door publicaties over verzetsmensen die tijdens of na de oorlog mogelijk zwaar over de schreef zijn gegaan (zie kaders), komt het goed-fout- sjabloon weer uit de kast, maar nu met een volledig andere toepassing. Verzetsmensen, lange tijd het symbool bij uitstek van de 'goede' Nederlander, krijgen ineens het stempel van 'fout' opgedrukt. Auteur Maarten van Buuren heeft in verzetskringen en bij familieleden veel beroering veroorzaakt met zijn boek 'De Afrekening; ontmaskering van gewapend verzet' over de Westlandse knokploeg. Knokploegleider Piet Doelman sloeg enkele dagen na de Bevrijding een NSB'er zo hard dat deze aan zijn verwondingen overleed. Doelman zou zich volgens Van Buuren bovendien tijdens de oorlog schuldig hebben gemaakt aan zwarthandel en brute overvallen voor eigen gewin.

Van Buuren concludeert uit archiefonderzoek dat het optreden van de Westlandse knokploeg niet op zichzelf stond, en dat de Landelijke Organisatie tot hulp aan onderduikers en de Landelijke Knokploegen (LO-LKP) dat later met de mantel der liefde bedekt hebben. Naar misdaden door leden van het verzet is tot nu toe geen systematisch onderzoek gedaan. Dat maakt het eigenlijk onmogelijk om welke generaliserende uitspraak dan ook te doen over de omvang van het verschijnsel.

Historicus Hans Blom en ook zijn opvolger bij het Niod, Marjan Schwegman, neigen ernaar te zeggen dat de kwestie rond Piet Doelman een uitzondering is. Blom: "Dergelijke verhalen zijn in het geheel niet nieuw; die deden al kort na de oorlog de ronde. Maar ze stoelen altijd op een paar gevallen, waar de critici generaliserend mee omgaan." Schwegman: "Je kunt geen conclusie trekken dat er sprake was van een algemeen patroon. Het is bekend dat sommige verzetsmensen moeite hadden om zich na de oorlog weer aan het dagelijks leven aan te passen, maar dat is iets anders dan doorgaan met liquidaties."

Met het verstrijken van de jaren is het taboe op (vermeende) misdaden van het verzet kleiner geworden. Lange tijd was het ondenkbaar om verzetsmensen met misdaden in verband te brengen. "Het verzet was in de eerste decennia na de oorlog in zekere zin de kern van het oorlogsverhaal: het beste deel van het volk dat zich voor onze vrijheid heeft ingezet", zegt Blom. Dit nogal eendimensionale beeld maakte plaats voor verhalen over mensen van vlees en bloed, die dus ook aan de verkeerde kant van de lijn terecht konden komen.

Historicus Chris van der Heijden vindt het dan ook niet meer dan logisch dat er "meer aandacht komt voor de negatieve kanten van het verzet nu er minder wordt gedacht in termen van goed en fout of collaboratie en verzet". "Dat beeld is al een hele tijd aan het kantelen."

Van der Heijden publiceerde in 2001 het geruchtmakende boek 'Grijs Verleden', waarin hij de door Blom bepleite nuance ver doortrok, volgens critici te ver. "Bovenal zie ik het toeval, de klunzigheid, de kleinheid", schrijft Van der Heijden. "Een oorlog, deze oorlog, is in mijn optiek niet wezenlijk anders dan andere tijden. Het belangrijkste verschil is dat alles ineens haarscherp wordt. Bangheid wordt angst, durf wordt moed, hardheid ontaardt in wreedheid. Wankelmoedigen blijken lafbekken te zijn, helden van het woord zijn schijtlijsters in de daad en de muurbloem uit het gezelschap ontwikkelt zich opeens tot de enige die van aanpakken weet."

Het denken over de Tweede Wereldoorlog mag in de loop der jaren genuanceerder zijn geworden, de schok is er ook anno 2011 niet minder om als verzetsmensen 'fout' blijken te zijn geweest. Dat duidt erop dat de Tweede Wereldoorlog nog steeds het morele ijkpunt is voor voorbeeldig of juist laakbaar gedrag. Hoewel de oorlog inmiddels bijna drie generaties geleden is, heeft die zich in ons collectieve geheugen en geweten genesteld - dieper dan menigeen zich bewust is.

Hans Blom constateert - met lede ogen - dat de nuance en 'een zekere nuchterheid ten opzichte van de menselijke feilbaarheid' vaker moeten wijken voor een moreel en emotioneel oordeel. Gecompliceerde vraagstukken worden versimpeld tot het oordeel dat iemand 'fout' of 'goed' is geweest. "Zulke heel directe morele oordelen gaan dan het beeld bepalen."

Het is al veel langer bekend dat sommige verzetsgroepen en individuele verzetsmensen er hun eigen normen en waarden op nahielden. Zeker in de periode vanaf D-Day (juni 1944) en Dolle Dinsdag (september 1944) kregen verzetsgroepen meer invloed en macht en maakten daar soms misbruik van, bijvoorbeeld door het liquideren van hen onwelgevallige personen. "Er zijn nog veel geheimen", zegt onderzoeksjournalist Jack Kooistra. Hij doet al tientallen jaren onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog en kreeg door het opsporen van oorlogsmisdadigers de bijnaam 'de Friese Wiesenthal'. Samen met archivaris Albert Oosthoek bracht Kooistra twee jaar geleden het boek 'Recht op wraak' uit over liquidaties door het verzet. Onder de naar schatting driehonderd mensen die tijdens en kort na de oorlog zijn geliquideerd, waren ook 'lastige' onderduikers en mensen die het slachtoffer werden van woede en wraak.

"Dat is te vaak gebeurd, maar we hebben geen structuur gevonden", zegt Kooistra. "Liquidaties zijn vaak uit wraak gebeurd, omdat men ervan uitging dat de betrokkene verantwoordelijk was voor de dood van verzetsmensen. Dat bleek lang niet altijd te kloppen." Kooistra (1930) heeft zulke 'erupties van emotie en onderhuidse gevoelens' zelf als jongen van vijftien in Leeuwarden meegemaakt, kort na de Bevrijding. "Bij labielere figuren die hun eigen gevoelens niet onder controle hadden, zocht dat een uitweg in een klap met een knuppel of een trap. Ik zie nog de lange rijen mensen lopen die bespuwd werden."

Kooistra heeft - zoals hij het zelf noemt - door zijn onderzoeken het verzet 'ontbolsterd', dat wil zeggen ontdaan van de glanzende buitenlaag. "Van het goud zijn nog maar kleine stukjes overgebleven. Uit de honderden onderzoeken die ik heb gedaan, komt een heel wat minder rooskleurig beeld naar voren, van een vrij grote laag die het verzet heeft bezoedeld. Steeds weer is er dat moment waarop je denkt: goh, dat had ik van jou niet verwacht."

De kwestie van de Westlandse knokploeg vertoont volgens Kooistra overeenkomsten met andere affaires die eerder in de openbaarheid kwamen (zie kader hierboven). Zulke ploegen werden vaak geleid door 'een dominante figuur met grote bevoegdheden, door zijn afkomst, postuur en gedrag imponerend'. Tegenspel kregen zulke leiders meestal niet, uit angst en ook omdat gezag in die tijd zonder discussie werd geaccepteerd. "Als de dominee voorbijkwam, stond je heel nederig langs de weg en nam je eerbiedig je pet of muts af."

Waarschijnlijk zal nooit precies duidelijk worden welke verzetsmensen echt over de schreef zijn gegaan. Niod-directeur Marjan Schwegman benadrukt dat de keuze om in het verzet te gaan bijzonder blijft. Publicaties zoals over de Westlandse knokploeg mogen er niet toe leiden dat er een karikaturaal beeld van het verzet ontstaat alsof het een stelletje criminelen betrof.

Schwegman vroeg zich in 2008 tijdens een lezing af 'waar de Nederlandse verzetshelden zijn'. "Moeten hun gebreken breed worden uitgemeten, opdat de helden minder aanstootgevend 'goed' zijn? Het is niet moeilijk aan te tonen dat ook mensen die als held beschouwd werden en worden, onpraktische dromers waren of ijdele, autoritaire persoonlijkheden die hun volgelingen behandelden als slaven. Er is veel slechts over helden te vertellen, niets menselijks is ze vreemd." Daar voegde ze aan toe dat in zo'n 'debunkende' benadering onvoldoende zichtbaar wordt dat de gebreken van verzetshelden deel uitmaken van hun heldhaftigheid. Er is, aldus Schwegman, behoefte aan gelaagde, complexe verzetsgeschiedenissen.

Schwegman kreeg flinke kritiek op haar pleidooi dat 'de helden en heldinnen terug moeten' in de geschiedschrijving. "Vanwege de misverstanden die de term 'helden' wekt, zal ik die term nu niet meer zo gauw gebruiken, maar ik blijf vinden dat we meer aandacht moeten besteden aan onze verzetsstrijders en de verzetsgeschiedenis. Het is tijd voor een samenhangende studie naar het verzet. Daarin zou ook het verhaal over de Westlandse knokploeg passen."

Verzetsmensen in opspraak
De afgelopen jaren zijn verschillende verzetsmensen en -groepen in opspraak geraakt vanwege (vermeende) misdragingen tijdens of na de Tweede Wereldoorlog.

Februari 2005: Verzetsicoon Jan Campert wordt postuum beschuldigd van verraad van medegevangenen in concentratiekamp Neuengamme. Campert zou daarom door Nederlandse gevangenen zijn geliquideerd en niet van uitputting zijn gestorven. Later onderzoek wijst uit dat Campert ten onrechte is beschuldigd.

2009: Naar aanleiding van het boek 'Recht op wraak' komt de liquidatie van verzetsstrijder Kitty van der Have weer in het nieuws. Zij werd in juni 1945 door ex-leden van Knokploeg Rotterdam gemarteld en vermoord omdat ze een overval op de Gestapo zou hebben verraden. Later bleek dat er geen opzet in het spel was geweest.

April 2009: In het Staphorsterveld worden de stoffelijke resten teruggevonden van onderduiker Pieter Hoppen. Hij werd medio 1943 doodgeschoten op last van Gerrit Gunnink van de Knokploeg Meppel. Hoppen zou hebben gecollaboreerd met de Duitse bezetter, maar dat is nooit bewezen.

Juni 2011: De 96-jarige verzetsvrouw Atie Visser bekent op 1 maart 1946 architect Felix Guljé te hebben doodgeschoten omdat zij hem verdacht van collaboratie. De moord is verjaard, waardoor Visser vrijuit gaat.

Oktober 2011: Auteur Maarten van Buuren beschrijft hoe KP-leider Piet Doelman drie dagen na de Bevrijding een NSB'er ernstig mishandelde op verdenking van verraad. Later bleek deze verdenking onterecht te zijn.

Familie van Piet Doelman is gekrenkt
Familieleden van knokploegleider Piet Doelman zijn verontwaardigd over het boek 'De Afrekening' van Maarten van Buuren en de voorpublicatie in de Trouw-bijlage 'Letter en Geest' op 15 oktober. Dat Doelman op 8 mei 1945 in Maassluis een NSB'er heeft mishandeld met dodelijke afloop, bestrijdt de familie niet. Wel dat Doelman (overleden in 1979) zich schuldig zou hebben gemaakt aan overvallen en zwarthandel en dat hij zich als een 'maffiabaas'en 'criminele bendeleider' zou hebben gedragen.

"Van Buuren heeft een zeer eenzijdig boek geschreven. Geschokt door de gebeurtenissen op 8 mei 1945 in Maassluis, is hij tot de overhaaste conclusie gekomen dat Piet Doelman niet deugde en nooit gedeugd had", aldus zoon Jan Doelman. "Vanuit dit vooringenomen standpunt heeft Van Buuren zijn boek geschreven, als een aanklager zoveel mogelijk (schijnbaar) belastend materiaal tegen Doelman verzamelend en via gewrongen of ronduit onjuiste redeneringen trachtend zijn gelijk te bewijzen. Daarbij heeft hij er blijkbaar bewust naar gestreefd de resultaten van zijn onderzoek zo sensationeel mogelijk te presenteren."

Inmiddels is Jan Doelman met Maarten van Buuren in gesprek om te kijken over welke feiten ze het eens kunnen worden. Van Buuren heeft aangegeven dat hij eventuele fouten zal rechtzetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden