De oorlog die Belchite niet meer wil vergeten

reportage | Herinnering | De wonden van de Spaanse Burgeroorlog snijden diep, maar een plan om de kapotgeschoten dorpskern toch maar af te breken, haalde het niet.

ALEX TIELEMAN

De afbrokkelende muren zijn geperforeerd met kogelgaten. De kerk heeft geen dak meer en de meeste gebouwen in dit spookdorp staan op instorten. Dit zijn geen observaties uit Syrië. De oorlogsruïnes van Belchite, 1562 inwoners, staan in Noord-oost Spanje.

Al is de Spaanse Burgeroorlog, die zondag precies tachtig jaar geleden begon, allang voorbij, niemand heeft de moeite genomen om de kapotgeschoten dorpskern af te breken. Sterker nog, dictator Francisco Franco (1892-1975) besloot nadat zijn nationalisten de overwinning hadden behaald, dat de ruïnes bleven staan ter nagedachtenis aan de 'barbarij' van zijn tegenstanders, los rojos (de roden). De ontheemde bewoners moesten verkassen naar het door dwangarbeiders opgetrokken nieuwe Belchite, pal naast de ruïnes.

"Nee, nee, nee, mevrouw. Wij hebben echt niet meer dan twintig minuten de tijd", maakt een rood aangelopen Nederlandse heer op leeftijd in gebroken Engels duidelijk aan gids Nati Virgos. Zij staat op het punt om aan een twee uur durende tour door de ruïnes te beginnen. Virgos, die via een microfoontje en een kleine draagbare speaker boven de toeristen uit probeert te komen, kijkt de man afkeurend aan, waarna de Nederlanders op eigen houtje de ruïnes besluit te verkennen.

Virgos had het liever anders gezien. Want de ruïnes hebben voor haar een speciale betekenis. Schuin tegenover de kerk staan de resten van het huis van haar opa. "Het is voor mij iedere keer weer bijzonder om hier te lopen", zegt Virgos. "Ik wil laten zien wat de gevolgen van oorlog kunnen zijn. Kijk om je heen. Het is een en al vernieling!"

De Belchitenses die in het oude dorp (destijds zo'n 3800 inwoners) hebben gewoond, laten het pijnlijke verleden liever rusten, zegt Virgos. "Het zit diep. Liever halen zij plezierige herinneringen op over hun jeugd op die plek." Virgos probeert in haar tour de ruïnes juist enigszins tot leven te wekken. "Kijk hier zat de bakker en daar de bank", zegt zij wijzend op een paar afgebrokkelde muren. "En daar werden de gesneuvelden verbrand."

Verknocht

Franco had aanvankelijk beloofd om bovenop de ruïnes van het oude Belchite een nieuw dorp te laten verrijzen. Maar het bleek goedkoper om de resten te laten staan en opnieuw te beginnen. Bovendien was kapot Belchite voor het regime welkome anti-republikeinse propaganda: zie waartoe de Roden in staat zijn.

Het duurde maar liefst tot 1954 voordat het nieuwe Belchite voltooid was. Toch vertrokken de laatste Belchitenses pas halverwege de jaren zestig uit het oude dorp. Aanvankelijk bleven zij daar uit noodzaak in de moeilijke jaren na de burgeroorlog. Maar veel bewoners waren simpelweg verknocht aan hun geboorteplek, zelfs toen die door gebrek aan onderhoud voor hun ogen verging.

Ook Dorita Ortiz en haar man Domingo Serrano (beiden geboren in 1946) konden maar moeilijk afscheid nemen. "Ik heb daar nog mijn eerste communie gedaan", vertelt Ortiz in de deuropening van haar huis in het nieuwe Belchite. "Het waren mijn jeugdjaren. De mooiste tijd van mijn leven."

Vanaf de bovenste verdieping kijkt zij uit op de gehavende kerktoren van het oude dorp. Die aanblik is vooral pijnlijk voor haar vader Tomas, die de broederstrijd zelf meemaakte. Zo werd een nationalistisch familielid van hem op straat doodgeschoten met een kind in haar armen, dat het wonder boven wonder wel overleefde. Jarenlang wilde haar vader niets over de oorlog kwijt.

Toch was er volgens Ortiz leven na de verschrikkingen: republikeinen en nationalisten trouwden onderling en betrokken kriskras door elkaar de nieuwe woningen in Belchite. "Veel mensen sloten zich in de oorlog maar aan bij de groep die toevallig passeerde", vertelt Dora. "Er waren geen goeden of slechten. Iedereen heeft verschrikkelijke dingen gedaan.

"Vergeet niet, mensen wilden boven alles overleven. Het zijn de omstandigheden die je op dit soort momenten sturen, niet de ideologie", filosofeert haar man, die net terugkomt van een bezoek aan de krantenkiosk. De oorlog was zo bitter dat het nodig was om deze bladzijde zo snel mogelijk om te slaan en niet te veel in het gebeurde te wroeten, meent Domingo, die lange tijd burgemeester van Belchite was. "Na de oorlog hebben wij een imaginaire muur in ons hoofd gebouwd om die te vergeten."

Vindt Domingo het dan niet pijnlijk om dag in dag uit geconfronteerd te worden met de ruïnes van de oorlog, op een steenworp afstand? "Dat zijn brokstukken geschiedenis", zegt hij beslist. "Laatst kwam hier een bus met jonge kinderen. Die moet je niet lastigvallen met allerlei feiten, maar die begrijpen wel in één keer wat oorlog betekent."

Domingo en Ortiz vinden het daarom goed dat er steeds meer toeristen op de oorlogswond afkomen. Vorig jaar waren het er 18.000. Bovendien is het goed voor de middenstand, die het aantal klanten ziet teruglopen in het vergrijzende dorp.

Platwalsen

Een paar jaar geleden gingen er in Belchite toch stemmen op om de ruïnes op te ruimen. "Lokale politici wilden ze platwalsen", zegt Domingo vol onbegrip, "Maar een herinnering kun je niet zomaar effenen. Was het maar zo makkelijk!" Om het verleden te behouden heeft Domingo eigenhandig een paar grote stenen uit het oude Belchite verplaatst naar zijn patio.

Inmiddels zijn de baten van de ruïnes duidelijk voor het gemeentebestuur, maar het enigszins absurde gegeven doet zich nu voor dat het dorp geld moet zoeken om de ruïnes in de huidige staat te onderhouden in plaats van het oude dorp te restaureren.

Sinds drie jaar is het alleen nog mogelijk om het oude Belchite onder begeleiding van een gids te bezoeken. Graffiti ('fascisten eruit!') en een paar hakenkruizen herinneren aan de jaren die daaraan voorafgingen, toen sympathisanten van links of rechts er ceremonies voor hun gevallenen hielden, waarbij het beruchte lied 'Cara al Sol', waarin het franquisme wordt opgehemeld, zomaar weer door de desolate straatjes galmde.

Er zijn mensen die de spoken uit het verleden nog altijd horen. Zij menen dat de doodskreten van de gevallen strijders in de nachtelijke uren zijn op te vangen, waardoor de oude stad een trekpleister is geworden voor allerhande spirituele onderzoekers. En de ruïnes zijn uitgegroeid tot een geliefd decor voor filmmakers. Onlangs liep Arnold Schwarzenegger er nog rond.

Geen probleem, vindt gids Nati Virgos, hopelijk brengt dit allemaal genoeg geld in het laadje om de ruïnes te behouden voor het nageslacht én als waarschuwing. Want de burgeroorlog, zegt ze, echoot tachtig jaar na dato door in de Spaanse samenleving, die menigmaal in een behoorlijk verbeten links-rechtstegenstelling uiteenvalt. "De twee polen van extreem links en rechts bestaan nog altijd. Ik hoop dat we een keer in het midden uitkomen", zegt Virgos als de laatste toerist is vertrokken en het doodstil is in de straten van het oude Belchite.

undefined

De Spaanse Burgeroorlog, 1936-1939

Op 17 juli 1936 begonnen opstandige militairen onder leiding van generaal Franco een offensief op het Iberisch Schiereiland. Doel van de nationalisten was de omverwerping van de democratisch gekozen linkse, republikeinse regering. Wat een snelle machtsovername had moeten worden, mondde uit in een jarenlange bloedige strijd. De republikeinen dolven in 1939 het onderspit, waardoor Franco zijn dictatoriale regime kon vestigen dat tot 1978 Spanje in zijn greep hield. Zeker een half miljoen mensen vonden tijdens de burgeroorlog de dood.

undefined

De Slag om Belchite

Het oude Belchite ademt een sfeer alsof de oorlog er gisteren nog woedde en vormt een geliefd decor voor veel filmmakers.

De republikeinen bereidden in 1937 een tegenoffensief voor om Zaragoza te heroveren op de nationalisten, die toen al de helft van de regio Aragón in handen hadden. Op 24 augustus trokken zij op naar nabijgelegen stadjes. Daaronder Belchite, dat zwaar verdedigd bleek door 6000 militairen en burgermilities. Onder de snikhete zomerzon braken hevige gevechten uit waarbij de republikeinen samen met internationale brigades van huis tot huis de stad binnentrokken. Op 6 september kregen zij Belchite in handen. In maart 1938 viel het dorp echter opnieuw, en kwam dus weer in handen van de nationalisten. Door de lange duur van de slag lukte het de nationalisten versterkingen op te roepen, waardoor de republikeinse opmars naar Zaragoza stokte. Bij de Slag om Belchite vielen 6000 doden en gewonden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden