De oorlog buiten Irak

Nederlandse oorlogsromans spelen zelden of nooit aan het front. Dat is geen toeval. Aan de verwerking van de oorlog valt meer eer te behalen

Ik ben niet erg dol op oorlogsromans, een mededeling die allicht nadere toelichting behoeft. Is een oorlogsroman een roman die over de oorlog gaat of een die zich in oorlogstijd afspeelt? In de beroemde oorlogsromans uit de Nederlandse literatuur wordt niet erg veel gevochten. 'De donkere kamer van Damokles' van W.F. Hermans, 'Het stenen bruidsbed' van Harry Mulisch en 'Het bittere kruid' van Marga Minco zijn boeken waarin de feitelijke krijgshandelingen hoogstens dienen als decor.

Daarnaast heb je echte oorlogsromans als 'Im Westen nichts neues' van Erich Maria Remarque of Norman Mailers 'The Naked and the Dead' waarin het leven van soldaten, hun gevechten en trauma's centraal staan. Van dat soort boeken heb je in onze literatuur niet veel voorbeelden, de soldaat is een van de vergeten personages in de Nederlandse letterkunde. Het is karakteristiek dat we Lodewijk Stegman, de hoofdpersoon uit Hermans' 'Ik heb altijd gelijk', pas tegenkomen als hij na de politionele acties in Indonesië weer is teruggekeerd in het civiele bestaan. Nederland grossiert in burgerlijke oorlogsromans.

Ik durf te beweren dat dit soort boeken beter passen bij een artistieke benadering dan de rauwe oorlogsromans, waarin het voornamelijk om soldaten en gevechten gaat, ongeveer zoals een film van het soort 'Una giornata particolare' zich verhoudt tot een film van het kaliber 'Apocalypse Now'. Oorlog is, simpel gezegd, wat te grof en te bruut voor de kunst.

Ik word in deze mening gesteund door Vestdijk, die in zijn essay 'Kunstenaars en oorlogspsychologie' stelt dat "men de kunstenaar, de scheppende kunstenaar wel te verstaan, [zou] kunnen definiëren als dat menselijk wezen dat de oorlog niet begrijpt, en dat in dit onbegrip tegenover georganiseerd geweld vrouwen en kinderen nog overtreft".

Een voorbeeld: in de zojuist verschenen oorlogsroman 'De gele vogels' van Kevin C. Powers, over de Irak-veteraan John Bartle, lezen we hoe hij zijn afgeslachte vriend Murphy heeft aangetroffen in een Irakees bloembed: "Maar het was niet langer zijn gezicht. Zijn ogen waren uitgestoken, twee gapende holten, venijnige rode doorgangen naar zijn geest. Zijn keel was zo diep doorgesneden dat zijn hoofd losjes naar alle kanten knikte, alleen nog verbonden door beschadigde nekwervels." Het is onvermijdelijk dat een oorlogsroman die de gruwel in beeld wil brengen zulke passages bevat, ze zijn schokkend, verbijsterend, ze sorteren effect, maar hebben ze ook iets met kunst te maken? Eigenlijk proef je er vooral in dat woorden tekortschieten. Vandaar dat oorlogsfilms die zoiets in beeld brengen toch altijd meer indruk maken. Je krijgt alles te zien.

Heel wat Amerikaanse oorlogsromans leunen op zo'n fysieke uitbeelding van de oorlog. Ik denk aan boeken als 'Catch 22' van Joseph Heller en 'Matterhorn' van de Vietnamveteraan Karl Marlantes. Deze schrijvers hebben zich voorgenomen dat volvette cliché van 'de waanzin van de oorlog' op een of andere manier in beeld te brengen. Ze vertellen een adembenemend, krankzinnig verhaal.

Powers' 'Gele vogels' is in dat opzicht trouwens nog tamelijk bescheiden, het is vooral een stemmig, melancholisch boek over een piepjonge soldaat die niet goed weet wat hij thuisgekomen nog met zijn leven aan moet. De eerste zin van het boek is karakteristiek: "In de lente probeerde de oorlog ons te doden terwijl de dagen warmer werden en de vlakten van Ninive groen kleurden." Powers laat zien dat oorlog ook altijd nog een wijdere context heeft, van (menselijk) natuur, van hogere tragiek en menselijk tekort. Dat is de essentie van een voor dit genre behoorlijk diepgravende en filosofische roman, die toch niet helemaal zonder die gruwelscènes kan.

Het lijkt me geen toeval dat de heuse oorlog van soldaten en verjaagde burgers op een of andere manier ook een absurdistische tegenstem oproept, om als het ware de al te grote afschuw te bestrijden.

Dan krijg je iets als een zwarte komedie, waarvan de befaamde tv-serie 'Mash' wel het bekendste voorbeeld is, maar ook in de literatuur bestaan ze, zie 'Catch 22' .

Ook de onlangs vertaalde oorlogsroman 'Billy Lynn en hoe hij de rust overleefde' van Ben Fountain geeft een nogal hilarisch beeld van de bijwerking van de oorlog.

Soldaat Billy Lynn, net als John Bartle piepjong, maakt deel uit van de Bravo-divisie die een vuurgevecht met Iraakse strijders heeft geleverd, dat gefilmd is en op YouTube terechtkwam.

De regering-Bush haalt de jongens als helden naar huis, waar ze als een soort mascottes worden rondgezeuld. Het verhaal beschrijft de laatste dag voor ze weer terug moeten naar Irak, een dag van feesten, van diners met miljonairs en sterren en politici plus een footballwedstrijd waar ze voor het volk mogen opdraven. Met gemengde gevoelens ondergaat de hoofdpersoon de festiviteiten, want in het befaamde vuurgevecht is ook een van zijn makkers, Paddo, omgekomen: "Vreemd om geëerd te worden voor de ergste dag van je leven."

'Billy Lynn' bevat in retrospectief een aantal pittige vechtscènes maar gaat voornamelijk over de overwinningstournee van Billy en de zijnen. Hij ontmoet een mooie, gelovige cheerleader, die hij, als held, mag kussen, doet zijn best voor Amerika.

"'Ik voel me vol', zegt hij, en de vrouwen slaken een kreet, waarna er een soort zachte scrum plaatsvindt, met veel getroetel en gestreel, menige gsm klikt, er klinken een stuk of vier gesprekken door elkaar en meer dan één vrouw vergiet ware tranen." Hij word ook nog min of meer per abuis in elkaar geslagen.

Fountains verhaal en stijl zijn behoorlijk over de top, hij herinnert aan de overtrokken siliconenschrijver Tom Wolfe, maar het effect is wel dat de door Billy Lynn overleefde rustpauze in vaderland Amerika, in verschrikking en krankzinnigheid nauwelijks lijkt onder te doen voor de oorlog in Irak.

En dat is dus het recept om het botte, schokkende, onartistieke geweld van de oorlog die in oorlogsromans nu eenmaal aan bod moet komen, aanvaardbaar te maken: meng het met menselijkheid, met filosofie en poëzie (Powers), met humor en absurdisme desnoods (Fountain). Want zo zonder meer verteren we het niet goed. Het maakt van de meeste oorlogsromans een soort halffabrikaten, waarin ruwe werkelijkheidszin met artisticiteit wordt afgewisseld.

Kevin C. Powers: De gele vogels. (The Yellow Birds) Vertaald door Peter Abelsen. Prometheus, Amsterdam; 236 blz, € 16,90

Ben Fountain: Billy Lynn en hoe hij de rust overleefde. (Billy Lynn's Long Halftime Walk) Vertaald door Jan Pieter van de Sterre. De Bezige Bij, Amsterdam; 368 blz. € 22,90

Veteranen als probleem
De Romeinen schonken hun veteranen na de oorlog een lapje grond waarmee ze in hun levensonderhoud konden voorzien. In Nederland worden veteranen jaarlijks geeerd met een veteranendag. Ook Amerika kent z'n Veterans Day (11 november), toch vormen veteranen er vooral ook een probleem. Door de vele oorlogen die de VS na WO II voerde (Korea, Vietnam, Irak, Afghanistan) is hun aantal verveelvoudigd en velen vallen na hun diensttijd in een zwart gat. Berucht is het voorbeeld van Timothy McVeigh, veteraan uit de Golfoorlog van 1990-1991 die in 1995 de dodelijke bomaanslag (168 slachtoffers) in Oklahoma City pleegde.

Geen wonder dat de omstreden en getraumatiseerde 'vet' ook een geliefd onderwerp in de Amerikaanse literatuur vormt.

Heel wat beroemde Amerikaanse romans zijn in feite verhulde veteranenromans, zoals 'The American' van Henry James (1877), 'The Great Gatsby' van Scott Fitzgerald (1925) en 'Henderson the Rain King' van de Canadees-Amerikaanse Saul Bellow (1959). Onvervalste veteranenromans, zoals de hier besproken 'De gele vogels' en 'Billy Lynn' , zijn in de minderheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden