De ooievaar: Mens en broedvogel zijn aan elkaar gewaagd

Het nest wordt weer gebruikt. Sinds ongeveer een week zit de Kralingse ooievaar op haar takkennest dat op een stevige hoge paal is bevestigd. De nestpaal bevindt zich aan de oostzijde van het Kralingse Bos tussen het hertenkamp en een drukke tweebaansweg die tijdens de spits nog weleens wil dichtslibben met traag voortkruipend blik. Een dergelijke verkeerssituatie stoort de vogels kennelijk totaal niet en bevordert tegelijkertijd de mogelijkheid het nest eens rustig te bekijken. Vanaf het asfalt gezien ontwaar je meestal weinig meer dan een boven de takkenbos uitstekend stuk ooievaarsnek met kop en snavel. Dikwijls staat een tweede ooievaar op de rand van het nest. Ik verbeeld me dan dat dat het waakzame mannetje is, en dat het vrouwtje broedend op de eieren zit, maar misschien is dat wel een antropomorf en seksistisch idee; bij de ooievaar zien de geslachten er eender uit, dus voor hetzelfde geld zijn de rollen anders verdeeld. Afgelopen dinsdag liep trouwens een derde exemplaar onderaan de nestpaal statig ijsberend door het hoge gras, spiedend naar voedsel. Zo'n ruig grasland moet wemelen van de smakelijke lekkernijen, vooral woelmuizen.

Rotterdam heeft al sinds mensenheugenis ooievaars binnen de stadsgrenzen. Decennialang reeds zit er een nest op de bovenleiding van het spoor bij Blijdorp, recht boven een van de drukste treintracés van ons land én boven een viaduct waaronder een drukke uitvalsweg naar de A13 loopt. Veel treinverkeer onder het nest en recht dááronder weer een eeuwig voortjakkerende stroom auto's: het lijkt de vogels niet te deren. Integendeel, de menselijke omgeving bevalt ze prima.

In Amsterdam zit een nest bovenop een schoolgebouw tegenover Artis. Rustiger hebben ze het op de oude dorpskerk van Bergambacht in de Krimpenerwaard, waar ook al sinds jaren een stel ooievaars het hervormde kerkdak met witte poepstrepen besmeurt. Op een of andere manier zijn ooievaars en de mens aan elkaar gewaagd. Zeker in zuidelijker steken is dat het geval. In Spanje zitten overal ooievaarsnesten op kerktorens, dakruiters, hoogspanningsmasten en andere hoog boven het maaiveld uittorenende voortbrengselen van menselijke bouwdrift.

Toch ging het vroeger niet goed met de ooievaars in ons land. In de jaren zestig, de gelukkig voorbije tijd van zure regen, Waldsterben en korstmoswoestijn, waren ook de ooievaars hier vrijwel verdwenen. Mijn vogelgids uit 1965 vermeldt: 'vrij zeldzame broedvogel van het platteland'. Het initiatief van Vogelbescherming om toen het ooievaarsdorp 'het Liesvelt' bij Groot-Ammers te stichten en daar met ooievaars te gaan fokken, bracht in die zeldzaamheid een omslag teweeg. Dertig jaar later waren er weer duizend ooievaars. En ook nu gaat het steeds beter. Het is altijd weer een genoegen om langs de A4, tussen het Prins Clausplein en Leiden, een vijf-, zestal ooievaars te zien staan op de aluminium lichtarmaturen in de middenberm. Bewegingloos houden ze vanaf grote hoogte het voorbijrazende verkeer in de gaten. Waarom juist daar? Ik heb geen idee, je zou haast gaan denken dat ooievaars autoliefhebbers zijn. Gelukkig is niet alles in de natuur even begrijpelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden