Review

DE OOGST VAN 1995

Uit de Bibelebonse berg de fictie en non-fictie van 1995 hebben twaalf medewerkers hun drie favoriete boeken geselecteerd. Hun keuze is persoonlijk, dus willekeurig. Het hoeft niemand te weerhouden van een eigen lijst met favoriete titels. Niettemin is dit favorietenoverzicht mede bedoeld als handreiking op de valreep van 1996. Dus, op naar de boekwinkel! Er kan niet genoeg gelezen worden.

Soms weet je al van tevoren dat je een boek mooi gaat vinden. De roman 'Ruisend Gruis' van W. F. Hermans was voor mij een feest der herkenning. Bekende thema's werden met veel vernuft en in een heldere stijl uiteengezet. Een waardige afsluiting van een magistraal oeuvre. Soms ook weet een boek je pas na een tijdje te overtuigen. Dat overkwam mij met 'De vriendschap' van Connie Palmen. Pas in het tweede gedeelte van de roman drong de onderzoekende en verhalende kracht goed tot mij door. Tenslotte kun je je door een volslagen onbekende schrijver laten verrassen. De debutant Nanne Tepper maakte met 'De eeuwige jachtvelden' grote indruk op mij door zijn moed met barokke stijlvormen en een lastig onderwerp te experimenteren.

Een schril contrast met de stijl, kracht en moed van die drie boeken vormt de nog immer groeiende stapel Nix-romans van mijn eigen treurige generatie. Het absolute dieptepunt uit die stapel vond ik 'Het feest der liefde' waarin de 'tekstjes masturberende' Ronald Giphart 'poep moet kotsen van truttige literatuur'. Nee, dan verdient de roman 'Raaf' van de tot nu toe nauwelijks bekende en besproken schrijver Allard Schröder meer waardering. 'Raaf' is spannend en zit vol literaire raadsels en ontdekkingen. Al bij al - om met de uitgever te spreken - een goed boek. Onno Blom

Verlichting in donkere dagen Op de valreep van 1995 verscheen de geïllustreerde geschiedenis van de Westerse en Oosterse filosofie onder de titel 'De verbeelding van het denken', een zeer helder, door Nederlandse filosofen van naam geschreven 'zwaargewicht', voorzien van prachtige illustraties. Om bladerend, lezend, kijkend en denkend de donkere dagen, verlicht door zoveel wijsheid, door te brengen.

'Het enfant terrible van de huidige kritische filosofie', zoals de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in 'De verbeelding van het denken' getypeerd wordt, schreef het essay 'Europa, mocht het ooit wakker worden'. Europa's slaap van de periode 1945-1989 is voorbij: een nieuwe toekomst moet vormgegeven worden. Het is niet zozeer het - (al te) naïeve - recept hiervoor dat het essay zo lezenswaardig maakt. Sloterdijk is vooral op dreef in zijn weergave van Europa's geschiedenis: mooi geschreven, erudiet en vol verrassende verbanden.

Dat niet elke filosoof zich tot denkwerk beperkt, bewijst Eddie Coffin in 'The Thought Gang' van de Engelse auteur Tibor Fischer. Coffin is een filosoof die op een intelligente manier banken berooft. In dit zeer vermakelijke boek zijn de filosofische beschouwingen genummerd volgens het systeem dat Wittgenstein in de 'Tractatus' hanteerde. Overigens siert niet hij, maar Nietzsche de omslag van het boek, geheel in stijl met een pistool in zijn hand.

Dat James Redfield de lezer breed lachend vanaf de omslag van zijn boek aankijkt, kan geen toeval zijn, nu we weten dat 'De celestijnse belofte' een kassucces van formaat is. Eigenlijk had het boek niet geschreven mogen worden: flinterdun verhaal, ergerlijke stijl, irriterende dialogen. De 'inzichten' die onthuld worden, hebben hun oorsprong in een merkwaardig samengeraapt, maar kennelijk zeer aansprekend soort metafysica. Laten we het er maar op houden dat de vele kopers laten zien dat zij de moed op een betere wereld nog niet hebben opgegeven. Gerritjan van Luin

Icarus en de benen van Kok Eindelijk Ovidius' 'Tristia' in het Nederdiets, maar tot nu toe geen enkele recensie gezien. In het jaar 8 na Chr. verbant Keizer Augustus de dichter naar Tomi aan de Zwarte Zee. Ovidius lamenteert over Rome als betrof het de moederborst. De verzen van deze supernarcist zijn met nostalgie en depressie doordrenkt: pauweschreeuwend schoon.

Een ander hoogtepunt is de nieuwste Darwinbiografie 'Voyaging' van Janet Browne, maar de zwierige pas verschenen Bollandbiografie van Otterspeer ligt net een neuspuntje voor. Aan top 'Handgeschreven Wereld', Middeleeuwse Literatuur In Optima Forma, oogverblindend fraai verlucht. Van 'Tantae molis erat...' (eindexamen Latijn 1996) slurpte ik de woorden bijna van 't papier. Voor stuudjes only? Welnee. Niks geen brillejongenslectuur. Vergilius' 'Aeneis' eindelijk gesnapt.

De Grote Dijenkletser Prijs is voor 'Ontmoetingen' van Harvard-professor psychiatrie John Mack over contacten met buitenaardse wezens. Uitgeverij Forum: nooit meer doen.

Droefste regel van 1995: “Ik weet zeker dat ik vannacht ben gestorven”, grapt Jacob Drent in 'Huldigingen' (Alfred Kossmann). Foutje, een paar bladzijden later is hij dood.

In Brussel hangt een schilderij van Bruegel waar ik me dood om lachte: De val van Icarus. Voor een suïcidaal prijsje tik je het Bruegelboek van de Hagens op de kop. Dat marathonlopers doodlopers zijn en dat hoogmoed voor de val komt, wisten we, maar zíjn die beentjes uit zee in de hoek rechtsonder nu echt van Icarus? Enneüs, vergeet je Heerma-leed zonder wrok. 'Hodie mihi, cras tibi', dat wordt dik lachen, het zijn de koele benen van Kok. Hans van der Ploeg

Afstappen jullie! Laat ik mij beperken tot boeken van of over filosofen, en alleen afgaan op mijn leesgenot. Ontroerend, vermakelijk en leerzaam vond ik 'Mijn levensverhaal', de twee eeuwen oude autobiografie van Salomon Maimon. Hij was voorbestemd om rabbijn te worden in zijn geboorteland Litouwen, maar ontwikkelde zich door zelfstudie tot een Verlichtingsfilosoof die zelfs door de grote Kant werd geprezen.

Dan de vijf vaak zeer persoonlijke essays van Michel de Montaigne, gebundeld in 'Op dood of leven' (vertaling Hans van Pinxteren). Hoe meer ik Montaigne lees, hoe meer ik van de man ga houden.

Ten derde 'De ongeschreven leer' van Geerten Meijsing. Een in de kritiek zeer omstreden roman naar aanleiding van Plato's wijsbegeerte, maar in mijn ogen een geslaagde tour de force, een uniek literair verslag van een obsessie.

Mijn wens dat 'Reis door mijn kamer' van Xavier de Maistre nog eens zou worden vertaald, is dit jaar vervuld, dus daar hoef ik het niet meer over te hebben. Boeken die niet hadden mogen worden uitgegeven, heb ik dit jaar gelukkig niet gelezen.

Een groeiende ergernis tot slot: trottoirs en voetpaden worden, sinds oom agent uit het straatbeeld is verdwenen, steeds vaker onveilig gemaakt door fietsers, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Je kunt tegenwoordig niet meer rustig lopen te mijmeren. Afstappen jullie! Hans Dijkhuis

Egodocumenten en oude koe Een debuut dat mij trof, is 'Blauw metaal' (Atlas) van Christine Otten, in alle opzichten een buitengewoon prachtig verhaal. Ik heb het niet zo op bloemlezingen van verschillende schrijvers - onder de dwang van het thema bezwijkt meestal het kwaliteitsbenul - maar 'Vrouwenlevens' (Contact) is fascinerend. Margot de Waal bracht met zorg zo'n 60 Nederlandse en Vlaamse egodocumenten van vrouwen uit de laatste eeuw bij elkaar. De titel dekt de inhoud, het gaat over verliefd, verloofd, getrouwd, gescheiden, over ouderschap en dronkenschap, over studie, werk, kunst, gekte en politiek, over leven en dood; kortom, over alles waarmee mensen - vrouwen in dit geval - in het leven te maken kunnen krijgen. Even sympathiek en fascinerend vind ik 'Een verstoorde relatie', brieven van George Sand en haar dochter Solange, geselecteerd en vertaald door Rosalien Witsen (Scheffers).

Natuurlijk zijn er ook weer tientallen boeken verschenen die niemand had gemist: slordig geschreven, krachteloze zinnen, slappe verhalen, niets te melden. Laat ik volstaan met één titel: 'De rectrix' (Meulenhoff), waarin ex-leraar Simon Bottema de affaire rond een Amsterdamse rectrix herkauwt. Ongetwijfeld zag hij een bestseller schemeren, maar er is wel enig talent nodig om een oude koe tot roman te herscheppen.

Stefan Hertmans kan gelukkig wel schrijven: 'Naar Merelbeeke' (vorig jaar verschenen, maar ik las het dit jaar) is schitterend. En waarom zijn er dan, ondanks de lovende recensies, niet honderdduizend exemplaren - of meer - van verkocht? Ik begrijp steeds minder van de wereld. Inez van Eijk

Innerlijk evenwicht In de loop van dit jaar ben ik steeds meer plezier gaan krijgen in de bloemlezing van het werk van de Nederlands-Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers die onder de titel 'Uit en Tuis' bij Human & Rousseau in Kaapstad ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van de dichteres verscheen. Vrijwel alle gedichten over Nederland - in contrast tot Zuid-Afrika - zijn hier bij elkaar gesprokkeld, hetgeen een beeld geeft van continuïteit en verandering. Bij wie anders is de poëzie zo duidelijk het innerlijk evenwichtsorgaan?

Een fraaie, inspirerende cultuurgeschiedenis van de Grieken tot heden vind ik het boek 'Das Labyrinth' van de Duitse filosoof Helmut Jaskolski (Kreuz Verlag, Stuttgart). Jaskolski laat de evolutie zien die het labyrinth heeft doorlopen van het begin in de gevangenis van de Minotaurus tot aan de bibliotheek als labyrinth bij Umberto Eco in 'De naam van de roos'.

Bij de keuze van een derde favoriet twijfel ik tussen J. M. Coetzee's aangrijpende 'De meester van Petersburg' (Ambo, Baarn) en de levensgeschiedenis 'Vatmaar' van de 'bruin Afrikaner' A. H. M. Scholtz (Kwela-Uitgewers, Roggebaai, Zuid-Afrika). Het eerstgenoemde boek verwerkt alle vragen en tradities van de Europese roman tot een fascinerend nieuw geheel, het tweede zet de mooie traditie van de anekdotische Zuidafrikaanse vertelling voort. Ziedaar: in twee boeken de polen van een nationale letterkunde.

Een kostelijke herontdekking was in 1995 het werk van de jeugdboekenschrijver Leonard Roggeveen. Roggeveen is de enige Nederlandse jeugdschrijver die zich kan meten met Astrid Lindgren. De avonturen van de familie Ambrosius en de lotgevallen van Bram Vingerling zijn balsem voor onrustige kinderzielen. Wie schrijft een gedetailleerd boek over leven en werk van de thans enigszins vergeten Roggeveen? Hoe bleek steken daar de lollige verhaaltjes van Toon Tellegen tegen af. Ik ken geen kinderen die verhalen willen lezen die de natuur op haar kop zetten. Of het moest via spannende ontdekkingen gaan zoals bij de realistisch en positief getekende Bram Vingerling. Hans Ester

Don Quichot op Scheveningen De beste romanvertaling van het jaar is Georges Perec, 'Het leven een gebruiksaanwijzing' (De Arbeiderspers), een boek als een huis met tientallen kamers, die stuk voor stuk vol verhalen zitten. De beste verzamelbundel verhalen is Toon Tellegen, 'Misschien wisten zij alles' (Querido), dierenverhalen zoals niemand op de hele wereld ze schrijft. De beste dichtbundel is Leo Vroman, 'Psalmen en andere gedichten' (Querido), vitale poëzie over liefde, dood en samenhang. De beste essaybundel van het jaar is Piet Meeuse, 'Doorkijkjes' (De Bezige Bij), een schitterend geschreven en doordachte beschouwing over de rol van het beeld in onze cultuur. De beste bundel poëzievertalingen van het jaar is J. Bernlef, 'Alfabet op de rug gezien' (Querido), een keuze uit zijn vertaalwerk van grootse dichters als Elisabeth Bishop, Lars Gustafsson, Tomas Tranströmer en Marianne Moore. De beste essaybundel over poëzie is Rutger Kopland, 'Het mechaniek van de ontroering' (Van Oorschot), waarin voortdurend de vraag wordt gesteld wat poëzie nu eigenlijk is. De beste novelle van het jaar is Willem Brakman, 'Een voortreffelijke ridder' (Querido), waarin een oude Don Quichot terugkeert naar zijn geboortegrond, het Scheveningen van Brakmans jeugd: buitengewoon verrassend en geestig.

De beste postuum verschenen dichtbundel van het jaar is Lucebert, 'Van de maltentige losbol' (De Bezige Bij), met prachtig beeldend werk bovendien. De beste essayvertaling van het jaar is Roger Caillois, 'Stenen (De Bezige Bij), waarin het mogelijk blijkt dat gesteente over het meest fundamentele spreekt. De beste columnbundel van het jaar is Koos van Zomeren, 'Wat wil de koe' (De Arbeiderspers), onverbeterlijke stukjes over de natuur. T. van Deel

Sluier van mistroostigheid Ook in 1995 hing de sluier der mistroostigheid als een dikke donzen deken over de psychologie en de psychotherapie. De Amerikaanse droom dat alle psychische conflicten in een handomdraai door positief denken of een wonderpil zijn op te lossen, vierde ook dit jaar weer hoogtij.

Echter, er gloorden lichtpuntjes aan de horizon. Uitgeverij Boom bleef roeien tegen alle simplistische stromen in en bracht 'Het Freudisme' van de Franse filosoof en psychoanalyticus Paul-Laurent Assoun uit. Zou dan eindelijk de Franse psychoanalyse de Ratelband-manie een halt kunnen toeroepen? Als er gerechtigheid bestond, had 'Tsjakkaa' natuurlijk nooit het daglicht mogen zien.

En of mijn geluk in 1995 niet opkon, bleek zelfs het Franse analytici-echtpaar Rosine en Robert Lefort hun boek uit 1980 onder de Engelse titel 'The Birth of the Other' aan de Nederlandse lezer te kunnen aanbieden. Overtuigend tonen zij aan dat ernstige psychische stoornissen complexer zijn dan een simpel radertje in de hersenen dat niet goed functioneert. Ongewild krijgen zij steun van de scheidende psychiater Rudi van den Hoofdakker. Hij fulmineerde onlangs in zijn afscheidscollege nog tegen deze 'speelgoedfilosofie' van zijn collega in de biologische psychiatrie professor R. S. Kahn.

En of de koek nog niet op was, mochten we ook nog de verschijning van 'The Complete Correspondence of Sigmund Freud & Ernest Jones (1908-1939)' in een betaalbare paperbackuitvoering meemaken. De fanatieke Jones werd in eerste instantie door Freud als een stroman gebruikt om zijn psychoanalyse in de Nieuwe Wereld te introduceren. Maar al in een brief van 10 december 1908 verweet hij de Amerikaanse psychiater oppervlakkigheid, charlatanerie en commercieel winstbejag. Helaas bevestigen Dyer, Gray, Hay en anderen nog steeds schaamteloos hoe vooruitziende de blik van Freud was. Tonja Kivits

Fictionele ruggegraat De diverse longlists kunnen kort blijven volgend jaar, want 1995 werd bepaald geen literair annus mirabilis, zoals het vorige jaar wat mij betreft wel was. Misschien zaten de grote schrijvers wat uit te puffen en in elk geval verschijnt het zoveelste deel van A. F. Th. van der Heijden's veelluik 'De tandeloze tijd', waarop ik mijn kaarten had gezet, pas volgend jaar.

Wel een complete verrrassing was de roman 'De opdracht' van Wessel te Gussinklo (Meulenhoff), een schrijver die ik tot nu toe slechts in tijdschriften had gevolgd. Zeker, het verhaal over een intellectueel jongetje dat in een zomerkamp om z'n vreemde ideeën en ongemakkelijke toenaderingspogingen verstoten wordt, is maniëristisch en een beetje à la de Tachtigers geschreven, maar ik las het in één, gefascineerde adem uit.

Verder vond ik 'De blinde passagiers' van Jan Brokken (Atlas) een mooi klassiek verhaal en het beste debuut van het jaar was ongetwijfeld 'Zonder wijzers' van Russell Artus (Meulenhoff), heel ver verwijderd van alles wat postmodern heet, maar met veel literaire en fictionele ruggegraat.

De essayistiek was dit jaar ook mager (of las ik het gewoon niet?): 'Fuga's en pimpelmezen' van literaire duizendpoot Stefan Hertmans (Meulenhoff-Kritak) mocht er wezen, uit de oude, ietwat marxistische school maar prikkelend genoeg.

Wat de poëzie aangaat: Remco Campert's verzamelde gedichten onder de titel 'Dichter' (De Bezige Bij) (treffend, want dat is hij vooral: dichter) torende gemakkelijk boven de meeste nieuwe bundels uit.

Het zat er kennelijk gewoon niet in, dit jaar. Daarom ook las ik eindelijk wat nachtkastdochters, Julien Greens 'Leviathan' en de biografie over Woodrow Wilson van de betreurde Schulte Nordholt (ook al Meulenhoff), allemaal meer aan mij besteed dan het gros van de oogst van dit magere jaar. Rob Schouten

Een 'rooms' rijtje Vooraf enkele eervolle vermeldingen: 'De Maasbode - De bewogen geschiedenis van “De beste courant van Nederland” '(Waanders, Zwolle), lezenswaardige monografie van Hans Vermeulen over een voormalige r.-k. krant: 'Das große Pfalzbuch' (PVA, Landau), encyclopedische vraagbaak bij een mij dierbaar deel van Duitsland; en 'Deutschlands große Fußballmannschaften - Eintracht Frankfurt' (AGON Sportverlag, Kassel), waarin Matthias Kropp statistisch materiaal over mijn favoriete Duitse voetbalclub heeft verzameld. Er staan evenwel storende foutjes in, zoals een onjuist aantal Europacupwedstrijden voor Roland Weidle. Jammer.

Het katholieke element heeft, zoals valt te constateren, in mijn overzicht de overhand. Ofschoon ik de lectuur ervan nog niet geheel heb voltooid, verdient Lambert J. Giebels' academische proefschrift 'Beel - Van vazal tot onderkoning' (Sdu, 's-Gravenhage/CPG, Nijmegen) zeker een plaats in de top-drie. Méér politieke biografieën zijn welkom - waar blijven, om ons tot de katholieken te beperken, de levensbeschrijvingen van Ruijs de Beerenbrouck en Cals? - en helemáál wanneer zij zo toegankelijk zijn geschreven als deze.

Voor 'Der schwierige Deutsche. Kurt Schumacher - Eine Biographie' (DVA, Stuttgart) van Peter Merseburger geldt in feite hetzelfde: leesbaar, spannend, objectief, alleen minder gedocumenteerd dan de Beel-biografie.

Over de rijke katholieke traditie is indertijd door wijlen prof. Frits van der Meer veel geschreven en toegelicht. Een aantal van zijn beschouwingen over het kerkelijk jaar werd gebundeld in 'Feestelijke gedachtenis' (SUN, Nijmegen). Vooral de liturgie ('het Heilige der Heiligen') had zijn - en heeft mijn - speciale voorliefde. Veel katholieken zullen na het lezen van dit boek nog weleens terug verlangen naar het Rijke Roomsche Leven - en dan hopelijk niet (uitsluitend) in nostalgische zin. Wim Slagter

Modernisering van Woensel I. De dikke boeken van Jonathan Israel en Willem Frijhoff zijn zulke geheide klassieken, dat ik ze niet hoef te noemen. 1. Heel spannend is Gabriël van den Brinks 'De grote overgang' (dissertatie; of er een handelseditie bestaat, weet ik niet), over de modernisering van het bestaan in het thans onder Eindhovense nieuwbouwwijken verdwenen Woensel tussen 1670 en 1920. Brede theorievorming én nauwgezet archiefonderzoek. Verrassende uitkomst: politieke modernisering ging chronologisch én causaal voorop, daarna pas kwamen de veranderingen op cultureel-mentaal en economisch gebied.

2. Toos Streng, 'Realisme in de kunst- en literatuurbeschouwing' in Nederland tot 1875 (Amsterdam University Press). Haar 'precieze' opvatting van begripsgeschiedenis bevalt me niet echt, maar het nauwkeurig doorspitten van tijdschriften zou ook door 'rekkelijker' ideeën en geesteshistorici meer toegepast moeten worden.

3. P. H. A. M. Abels e.a., 'De kerk in de kop - Bouwstenen tot de kergeschiedenis van Noord-West Overijssel', dat alweer de zevende bundel is van de loffelijke Vereniging voor Nederlandse Kerkge-schiedenis (Gouda, 0182-537373). Het artikel van Frits David Zeiler over veertien verdwenen kerken 'rond' de IJssel-Vecht-delta bezorgde me een aangename dag aan nareizen en deed me begrijpen, waarom de immer bedachtzame schaatsende postbezorger Dries van Wijhe in - thans kerkloos - Kerkdorp woont. Bovendien hebben we nu het boeiende verhaal over het verbod van Schortinghuis' 'Het innige christendom in Overijssel' (1740-1750) door Roel Bosch.

II. Het overdreven n'en-rijke nieuwe Groene boekje is onzinnig, maar als konsekwent critische, konservatieve konsument beschouw ik de nieuwe Dikke van Dale helemaal als een overbodige, kommersjele onderneming. Een woordenboek is er voor betekenissen, niet voor de spelling. En dat boek opnieuw twaalfde editie noemen (terwijl die drie jaar geleden al verscheen) getuigt van ernstig bijgeloof, dat wel ongeluk moet brengen.

III. Grotere bekendheid verdient het documentatieblad van de werkgroep 'Sassen' met de heldere titel 'Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland' (Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam). Gangbare filosofiegeschiedenissen (type Störig) hebben misschien wel een zekere didactische waarde, maar bieden nauwelijks historisch inzicht. Bovendien wordt er te vaak gezeurd dat er in Nederland geen filosofische traditie zou bestaan. In dit tijdschrift wordt bij stukjes en beetjes beschreven, wat er wijsgerig werkelijk voorviel in de loop der eeuwen. Jan Dirk Snel

Opgeklopte humbug 1. E. Annie Proulx, 'Scheepsberichten'. Eindelijk weer eens een schrijfster die een volstrekt eigen geluid laat horen. Zelfbewust, stevig taalgebruik, even ongenaakbaar als het ruige landschap van Newfoundland dat ze beschrijft. Maar onder dat oppervlak emoties die je niet onberoerd laten.

2. Louis de Bernieres, 'Kapitein Corelli's mandoline'. Een van de opmerkelijkste auteurs van de nieuwe generatie Britse schrijvers. Een prachtige roman, die zich afspeelt op een Grieks eilandje tijdens de Tweede Wereldoorlog. De absurditeit van het wereldgebeuren geprojecteerd op een idyllische dorpsgemeenschap.

3. Salman Rushdie, 'De laatste zucht van de Moor'. Kaleidoscopische roman met alle elementen die karakteristiek zijn voor Rushdie's schrijverschap: een veelvoud aan intriges, maatschappelijk engagement en een spotlust die hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen.

Dat 'De paardenfluisteraar' van Nicholas Evans nooit uitgegeven had mogen worden, lijkt me wat overdreven, maar de opgeklopte humbug eromheen is nogal misleidend. Misschien een gezellig boek voor de koude winteravonden, maar met literatuur heeft het absoluut niets te maken.

Wie niet over het hoofd gezien moet worden. is de Noor Jan Kjaerstad. Zijn roman 'Rand' is een van de eigenaardigste literaire experimenten die ik het afgelopen jaar onder ogen heb gehad. Gertjan Vincent

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden