DE OOGAPPELS VAN FRITS BECHT

De tentoonstelling 'NOG MAAR NET' is t/m 25 augustus te zien in het Van Reekum Museum, Chrurchillplein 8 in Apeldoorn, dagelijks van 10-17 uur, zondag van 13-17 uur. Op maandag is het museum gesloten. Bij de tenstoonstelling hoort een fraai uitgegegeven catalogus.

Ontspannen zit hij achter de grote vierkante tafel in het kantoor van Cadre, zijn eigen kunststichting aan het Boerhaaveplein in Amsterdam-Oost. Aan niets valt te merken dat zijn imago toch wat beschadigd is geraakt. Ook door zijn kortstondige benoeming tot directeur van het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam. Maar Becht lijkt geen moment gebukt te gaan onder de tegenslagen. Efficiënt werkt hij alle telefoontjes af, als zijn secretaresse even het pand heeft verlaten. Een onverwacht bezoek van een Keulse galeriehouder wordt elegant opgelost. Frits Becht laat zich door niets of niemand uit het veld slaan, dat is duidelijk.

Hij excuseert zich kort voor de lege muren rondom in het vertrek. Tot vorige week hingen daar nog tekeningen en gouaches die inmiddels naar het Van Reekum Museum in Apeldoorn zijn verhuisd. Zij maken deel uit van de collectie die Frits Becht voor de NOG Verzekeringen heeft aangekocht. Afgelopen zaterdag is de tentoonstelling geopend, in aanwezigheid van bijna alle deelnemende kunstenaars, vertelt Becht trots. Tussen de geselecteerden zitten oude bekenden als Mark Brusse, Helen Frik en Berend Hoekstra, maar Becht heeft ook het oog laten vallen op nieuwkomers als Pascale Tiggeler en Roel Achterberg. Het is een mooie, eigenzinnige tentoonstelling geworden. Een kwalitatieve doorsnee van wat er op het ogenblik in Nederland wordt gemaakt.

Ton Boersma, directeur van de NOG Verzekeringen, heeft Becht ruim twee jaar terug voor deze klus benaderd. Ze kenden elkaar uit het bestuur van het Nationale Ballet. Boersma had geen beter persoon kunnen bedenken. Het aankopen van kunst is Becht op het lijf geschreven. Zelf is hij een befaamd collectioneur. Samen met zijn vrouw Agnes heeft hij in veertig jaar tijd een kunstverzameling op gebouwd, waarvan de waarde niet in geld valt uit te drukken. Hun collectie telt grootheden als Co Westerik, Carel Visser, Piet Ouburg, Ger van Elk, Jan Dibbets, Joseph Beuys, Christo, Sol Lewitt, Kienholz en Richard Long. Aan verkopen denkt Becht echter niet - “Wellicht ooit, als ik geen droge boterham meer verdien”, lacht hij. Maar zolang dat niet het geval is, gaat er geen kunstwerk de deur uit. Hij is een verzamelaar pur sang. Als enige uitzondering heeft hij onlangs twee objecten van Kudo aan Japanse musea verkocht. “Kudo is een belangrijk Japans kunstenaar. De musea misten werk uit zijn Europese tijd in hun collectie. Vandaar.”

Becht kreeg van Boersma de vrije hand bij de samenstelling van de collectie. De enige beperking vormde de omvang van het budget. Per jaar heeft Becht zo'n twee ton ter beschikking om naar eigen smaak en inzicht kunst te kopen, zowel in binnen- als buitenland. De opdracht geldt voor vijf jaar. Op de tentoonstelling in Apeldoorn is nu de vrucht van zijn inspanningen gedurende de eerste twee jaren te zien. In de twee ruime etages van het Van Reekum Museum hangen meer dan honderdvijftig werken van achtentwintig deelnemende kunstenaars. De meeste kocht Becht tijdens atelierbezoeken, een paar maal liet Becht zich tippen door anderen.

“Ik ben nogal impulsief”, zegt Becht. “Ik koop wat ik mooi vind en laat me niet leiden door wat voor stroming dan ook. Is mijn interesse eenmaal gewekt, dan volg ik een kunstenaar op de voet. Voor de NOG collectie heb ik van de meeste deelnemers meerdere werken uitgezocht. Juist om de ontwikkeling te schetsen die iemand doormaakt. Dat doe ik bewust anders dan mensen die kunst aankopen voor een bank of onderneming. Die selecteren in commissie honderd kunstwerken van honderd verschillende kunstenaars. Maar ik heb gemakkelijk praten. De NOG collectie is niet voor het eigen kantoor bestemd. Ik hoef geen rekening te houden met de individuele smaak van een medewerker, want hij hoeft niet de hele dag tegen zo'n expressief gelaat van Otto Egberts aan te kijken. De NOG wil de collectie bij elkaar houden. Musea kunnen er delen uit tentoonstellen of de gehele collectie laten zien, zoals nu het Van Reekum.”

In 1987 trok Frits Becht zich terug uit het zakenleven. Hij had vijfentwintig jaar eerder samen met F. A. Nauta het bureau Intomart opgericht, dat kijk- en luisteronderzoek deed voor radio en televisie. Het marktonderzoeksbureau was dermate toonaangevend dat het de interesse wekte van het Britse Audits of Great Britain (AGB) dat het in 1972 overnam. Becht bleef directeur van de Nederlandse tak. Omdat hij een goed manager bleek en bovendien in kunst geïnteresseerd, werd hij voor diverse besturen gevraagd. In 1986 was Becht naast voorzitter van het bestuur van het Holland Festival ook bestuurslid van Mickery, de stichting Het Derde Net, Fodor, Ateliers '63, het Nationale Ballet en Openbaar Kunstbezit. Een cumulatie van verantwoordelijkheden die hem bijna teveel werd.

Eind jaren tachtig werd Openbaar Kunstbezit, dat met grote financiële tegenslagen kampte, overgenomen door de SDU, de voormalige Staatsuitgeverij. Bij het Holland Festival ging het ook mis, het tekort liep zelfs op tot 3,7 miljoen. Becht stapte in 1987 uit het bestuur van het Holland Festival. Hij werd voorzitter van het Van Gogh-jaar, dat in 1990 grootscheeps gevierd ging worden. Voor het eerst van zijn leven werd hij betaald voor zijn activiteiten in de kunstwereld. Het Van Gogh-jaar werd een groot succes, ook financieel. Minder goed liep het af met de Mondriaan-tentoonstelling, vorig jaar in het Haagse Gemeentemuseum. In plaats van de begrote 350 000 bezoekers kwamen er slechts 180 000 naar de schilderijen en tekeningen van Piet Mondriaan kijken.

Een afdoende verklaring voor deze geringe belangstelling heeft Becht niet. “Het publiek is nu eenmaal grillig” zegt de gelauwerde marktonderzoeker. Hij kan wel een paar redenen opnoemen, maar helemaal begrijpen doet hij het niet. “In New York liep de tentoonstelling wel heel goed. Aan het Gemeentemuseum, gebouwd door Berlage, kan het ook niet liggen. Dat is toch het mooiste museum van Nederland. Misschien ligt het op een verkeerde plek in Den Haag. Als je het museum uitkomt, valt er in de buurt weinig te beleven. Maar de belangstelling voor Vermeer in het Mauritshuis in Den Haag is weer gigantisch. Of iets een succes wordt, is steeds moeilijker te voorspellen.”

Het steekt Becht niet, zegt hij, dat zijn expertise niet is gevraagd door de organisatie van de grote Vermeer-tentoonstelling. Al bracht Mondriaan niet het resultaat dat hij had gehoopt, hij heeft de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan bij het organiseren van dit soort mega-exposities. In 1993 hielp hij bij de organisatie van de grote Miro-tentoonstelling in Barcelona. Becht kijkt liever vooruit. Voor de gemeente Amsterdam bereidt hij een groots evenement voor dat in augustus 1997 moet plaatsvinden, Flying Amsterdam geheten, een spectaculaire combinatie van kunst, sport, milieu en natuur. Het zal voortaan elke vijf jaar worden gehouden, afwisselend met Sail Amsterdam.

Vijfenzestig is Becht inmiddels, maar het woord 'pensioen' komt in zijn vocabulaire niet voor. “Zolang ik nog de dingen kan doen die ik leuk vind, ga ik door.” Zelf hoeft hij niet meer zo nodig in het middelpunt te staan. “Ik beleef ook veel plezier om iets of iemand op het juiste spoor te zetten. Een beeldend kunstenaar promoten, bijvoorbeeld. Er zijn schilders die uitstekend hun zegje kunnen doen, maar anderen kunnen dat niet. Ik vind het een ernstig tekort dat de overheid Nederlandse kunstenaars onvoldoende promoot in het buitenland. Schrijvers worden wel door een stichting aan de man gebracht, maar schilders en beeldhouwers niet. Er zijn wel ambassadeurs die af en toe wat doen, maar dat is te weinig. Beeldende kunst is hun terrein niet.”

Nee, lacht Becht. Zijn hartekreet moet niet als een sollicatie worden opgevat. “Voor de functie van cultureel ambassadeur ben ik te oud. Dat moeten jongeren doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden