De onzichtbare revolutie van Frank Ankersmit

Volgens Frank Ankersmit leven wij op een breuklijn in de geschiedenis. Het levert hem een sublieme historische ervaring op. Hij is vooralsnog de enige.

Een historische ervaring, een sublieme nog wel, wat is dat eigenlijk? Frank Ankersmit, hoogleraar geschiedsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, gunt zijn gehoor een inkijkje in zijn persoonlijke geschiedenis om de vraag te beantwoorden, woensdagavond in het Amsterdamse debatcentrum De Balie.

Ankersmits moeder, communist uit wrok tegen het elitaire milieu van haar echtgenoot (Ankersmits vader), vertelde haar zoontje vol hartstocht over de Franse Revolutie.

De kleine Ankersmit zag hoe het hoofd van Lodewijk XVI als een trofee aan de menigte werd getoond en de bodem werd onder zijn voeten weggeslagen. Ankersmit: „Terwijl moeder sprak van een nieuwe dageraad, dacht ik: dit is niet goed.”

Een moment zonder weerga, dat ons danig van ons stuk brengt, tegelijkertijd afgronden en weidse vergezichten oproept. De Franse Revolutie is volgens Ankersmit een schoolvoorbeeld maar momenteel maken wij iets vergelijkbaars door. Hij beschreef het in zijn recente boek ’De sublieme historische ervaring’.

Volgens de filosoof en historicus is ook nu een revolutie gaande ’waarvan het tempo zich aan het zicht onttrekt omdat de verandering ons allen gelijkelijk overkomt’.

Kort samengevat: na vijfhonderd jaar opbouw wordt de staat als samenbindende en richtinggevende entiteit in ijltempo afgebroken. Mede door toedoen van het neoliberalisme dat de markt aanbidt als God, leveren wij ons ongemerkt over aan krachten die groter zijn dan wijzelf, met alle rampspoed van dien.

Volgens Ankersmit dobberen we stuurloos met klapperende zeilen op een nagenoeg windstille zee maar is het een kwestie van tijd voor de storm losbarst en wij reddeloos verloren zijn. Als de staat – en daarmee ons collectieve zelfbewustzijn – verdwijnt kan een Hobbesiaanse oorlog van allen tegen allen niet uitblijven.

Om adequaat te reageren op deze ommekeer zijn politieke hervormingen noodzakelijk en zal de staat ’met orde’ moeten ingrijpen.

Het lijkt een opmerkelijk betoog voor een liberaal denker als Ankersmit, maar zelf ziet hij dat anders. Een uitgangspunt van het liberalisme is immers de scheiding tussen markt en staat, legt hij uit, niet de afschaffing van de staat ter bevordering van de winsten van de markt.

Wat we vooral nodig zullen hebben bij het keren van het tij is visie en juist daaraan ontbreekt het ons. Ankersmit: „Wij leven als het ware in het negatief van de Franse Revolutie: een omwenteling van hetzelfde formaat, maar zonder idealen.”

Maar terwijl Ankersmit al nadenkt over de remedie zijn de andere sprekers in de Balie het nog niet eens over de diagnose. Leven wij echt op een breuklijn in de geschiedenis?

Volgens Paul Frissen, hoogleraar bestuurskunde in Tilburg, is deze gedachte van alle tijden, net als de waarneming dat de jeugd van tegenwoordig niet deugt en dat vroeger alles beter was.

Ook schrijfster en historica Nelleke Noordervliet heeft ’sterk de neiging om tut tut en ho ho te roepen’. Noordervliet: „Niemand die over zijn eigen tijdsgewricht zegt: ’Hè hè, eindelijk rust’.”

Volgens Noordervliet moeten we de eigentijdse ervaring niet verwarren met de historische interpretatie ervan. Voor geschiedschrijving is een zekere afstand vereist. Noordervliet: „Misschien kan een nieuwe Huizinga over vijfhonderd jaar een sublieme historische ervaring hebben als hij terugkijkt naar onze millenniumwisseling.”

Niet alleen over de vraag of we op een keerpunt leven heerste verdeeldheid maar ook over de oorzaak. Ligt die volgens Ankersmit bij de teloorgang van de staat, volgens anderen zijn er andere mogelijke bronnen. Wat te denken van de ongekende ontwikkeling van de medische stand? En de technologische en de seksuele revolutie?

Filosoof Luuk van Middelaar ziet in elk geval cruciale breukmomenten die een overgangstijd typeren. De val van de muur en de aanslagen van 11 september hebben de verhoudingen in de wereld blijvend veranderd. Maar of dat ook leidt tot een afbraak van de staat? In Europees verband nemen staten volgens hem juist meer verantwoordelijkheid dan ooit. Vóór deze historische gebeurtenissen was Europa verworden tot een marktplaats tussen Oost en West. Van Middelaar: „De vlucht uit de politiek en de geschiedenis die Europa lange tijd was, is voorbij.”

Ook Paul Frissen weet nog niet zo net of de staat aan het verdwijnen is. Frissen: „Dit kabinet doet weer alles om zijn tentakels uit te strekken tot achter de voordeuren van de burgers.”

De verzorgingsstaat verdwijnt volgens Frissen niet maar maakt een verandering door, van een links ideaalbeeld naar een politiek gegeven dat ’van ons allemaal’ is.

Ger Groot, filosoof aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, deelt Ankersmits zorg over de ondergang van de staat. Hij ziet het morele appèl van Postbus 51-spotjes als een wanhoopsoffensief van een overheid die de greep terug zou willen op de al te individualistische burgers. Maar dat individualisme heeft de staat aan zichzelf te danken en nu kan hij zich op dat vlak maar beter koest houden, vindt Groot.

Het debat zelf komt niet van de grond. Vanwege de minilezingen die de sprekers ter introductie hebben gegeven, moet de hele discussie om tien uur nog beginnen, terwijl de officiële tijd al verstreken is en de vermoeidheid in de lucht hangt.

Na enkele haastig afgeraffelde stellingen kijken alle ogen naar Frank Ankersmit. Heeft de onheilsprofeet, de boodschapper van de revolutie, misschien nog een wijs slotwoord? Ankersmit schraapt zijn keel en laat een stilte vallen. De zaal houdt de adem in. Dan zegt hij: ,,Ik hoop dat het mee zal vallen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden