De onverzettelijkheid van Jan-Willem van Schip wordt niet beloond in Gent-Wevelgem

De voorjaarsklassieker Gent-Wevelgem werd voor de tachtigste keer verreden. Wereldkampioen Peter Sagan kwam uit een sprint als eerste over de finish. Beeld AFP

De ijzeren wetten van het wielrennen schrijven voor dat een vroege vluchter in een zware klassieker als Gent-Wevelgem de rekening gepresenteerd krijgt voor zijn heldhaftigheid. “Is dat zo?”, riposteerde Jan-Willem van Schip na een aanval die 220 kilometer duurde. Vervolgens bemoeide hij zich ook nog even doodleuk met de sprint.

De 23-jarige rookie van de bescheiden Nederlandse profploeg Roompot logenstrafte alle beweringen dat een vroeg ingezette monstervlucht bijna altijd tot mislukken is gedoemd.

Er was zondag amper dertig kilometer gereden toen Van Schip samen met zijn ploeggenoot Brian van Goethem en vier andere renners opportunistisch de aanval koos in de Vlaamse Westhoek, tussen de velden vol zerken van gesneuvelde soldaten in de Eerste Wereldoorlog.

Normaliter verloopt het scenario zo, dat een lange vlucht in het zicht van de finale strandt. Wanneer dan ook nog eens het tempo opgeschroefd wordt, gaan de zwakke schapen als eerste ballast overboord. Bijna altijd zijn dat de dwaze dapperen die zich kilometers aan één stuk hebben leeggereden in de wind en op de heuvels.

Niets wees er zondag in de tachtigste editie van Gent-Wevelgem op dat het koersverloop ditmaal anders zou uitpakken. De kopgroep werd bijgehaald na de laatste klim, de Kemmelberg, waarna de onvermijdelijke eerste slachtoffers vielen.

Onverzettelijkheid

Er was alleen geen rekening gehouden met de onverzettelijkheid van twee jonge Nederlanders. Het duo flikte het zelfs om de gevestigde orde met namen als Peter Sagan, Philippe Gilbert en Greg van Avermaet tot de orde te roepen bij hun uitbraakpogingen. “Die namen maken mij helemaal niets uit”, zei Van Schip met een onverschrokken gezicht na afloop in Wevelgem.

“Wiens wiel ik pak in de sprint om een goede uitslag te rijden, is mij om het even. Als je daarvan onder de indruk bent, dan kun je meteen inpakken.” Van Schip is geen branieschopper. Maar als de eerstejaars prof zijn kansen ruikt, dan gaat hij door drie spreekwoordelijke muren, legde hij uit.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld BELGA

Zijn nietsontziende vechtersmentaliteit leverde hem op de WK baanwielrennen in Apeldoorn begin deze maand twee zilveren medailles op. Een paar dagen later reed Van Schip al zijn eerste koers. Hij kende wat aanpassingsproblemen: “Het was echt prut”. In Gent-Wevelgem bleek weer hoe taai zijn karakter is.

Je zou verwachten dat iemand na een dergelijk opmerkelijk debuut op het hoogste niveau de tijd neemt om de indrukken te verwerken en na een enerverende koers vooral zijn zegeningen te tellen. Zo niet de Wageningse ex-student, die onlangs zijn thesis inleverde. Hij was de enige coureur die naast de ploegbus zijn cooling down deed, de voorjaarskou trotserend. “Dit is zo jammer. Ik zat niet voorin voor de bijvangst. Ik wou hier winnen, laat dat duidelijk zijn.”

Ervaring

Van Schip schetste een sprint die hij verloor vanwege van zijn gebrek aan ervaring. “Ik kwam klem te zitten tussen de rest en de hekken, toen ik het wiel van Demare volgde en Vanmarcke mijn pad blokkeerde. Ik had agressiever moeten zijn.” Van Schip moest uiteindelijk genoegen nemen met een twaalfde plek. Van Goethem werd negentiende. De sprint werd gewonnen door Peter Sagan, de drievoudig wereldkampioen.

“Jammer. Deze finale is op mijn lijf geschreven”, zei Van Schip, alsof hij al jaren voorjaarsklassiekers rijdt. “We stormden de laatste25 kilometer met de wind in de rug richting Wevelgem. Dan denk je: deze is voor mij. Zulke kansen zijn er niet vaak. Misschien dat ik morgen blij kan zijn, nu zeker niet.”

Van Schip legde nog eens uit wat hem bezielde om aan een 220 kilometer lange vlucht te beginnen. Lachend: “Het is fijn om de controle te hebben. En je hebt geen last van het gedrang en gewurm in het peloton.”

Oppeppers

Zijn taak bestond er zondagmiddag vooral uit om zijn kompaan aan te sporen. “Jan-Willem is nogal enthousiast. Veel roepen, dat soort werk”, aldus Brian van Goethem. “Het hoort erbij, dat aanmoedigen. Zo’n groepje moet gewoon goed samenwerken, zorgen dat het draait. Wie weet wat het oplevert”, verklaarde Van Schip zijn ongevraagde oppeppers.

“Ik heb hier vooral zere benen aan overgehouden”, grijnsde Van Schip, die erkende dat hij zijn potentie en capaciteiten nog lang niet volledig in kaart heeft gebracht. Neem de vraag of hij de wielerbaan prefereert of de weg. “Ik ben coureur”, riep hij, het dilemma ontwijkend. Bij Roompot vinden ze de combinatie momenteel geen belemmering, zei ploegleider Erik Breukink.

Onder de gestolde laag transpiratievocht en plakkerige frisdrank op Van Schips fietscomputer was met moeite het aantal afgelegde kilometers leesbaar. Van die 254 had hij er ruim 220 op kop afgelegd. Een mijlpaal in meerdere opzichten, erkende Van Schip. “Tot vandaag was ik bij 160, 170 kilometer helemaal gaar.”

Jan-Willem van Schip had zomaar met een zege bekroond kunnen worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden