De onverwoestbare Hannibal

Carthago is met de grond gelijkgemaakt door de Romeinen, toch leven de stad en haar grote veldheer voort

Zijn Romeinse tegenstander, Scipio Aemilianus, die hem uiteindelijk versloeg, is door het grote publiek vergeten. Maar de Carthaagse veldheer Hannibal leeft voort: meer dan tweeduizend jaar na zijn dood kunnen we het gezelschapsspel Hannibal: Rome vs. Carthage spelen. Het bewijst hoezeer deze generaal tot de verbeelding spreekt.

Dat zal zeker ook komen door zijn gewaagde veldtocht waarbij hij zijn leger, inclusief olifanten, over de Pyreneeën en Alpen dirigeerde richting Rome. Het mocht niet baten, Hannibal kon de stad niet veroveren, integendeel, zijn Carthago werd door de Romeinen ingenomen en in de derde ronde met de grond gelijkgemaakt. Wat restte voor latere generaties was slechts het verhaal dat de stad het zo lang tegen de onoverwinnelijke Romeinen had uitgehouden.

Maar dat is een later perspectief. Toen de invloedsferen van de twee grootmachten in de derde eeuw voor Christus op elkaar botsten zal de verwachting van buitenstaanders toch geweest zijn dat de zeemacht Carthago met zijn enorme economische bronnen het zou winnen van de landmacht Rome. De strijd was immers een strijd om de Middellandse Zee. Maar de Romeinen wisten in korte tijd een vloot te bouwen en, innovatief als altijd, voorzagen ze die van enterbruggen die op de vijandelijke schepen neergelaten konden worden, waardoor er een landgevecht op zee ontstond. Ze wonnen.

Het is allemaal beschreven in een prachtig boekwerk 'Carthago: opkomst en ondergang', verschenen ter gelegenheid van een tentoonstelling van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden over Carthago (nog te zien tot 10 mei). Er zijn ondermeer voorwerpen uitgestald uit het Bardo-museum in Tunesië, dat onlangs door een terroristische aanval in het nieuws kwam.

Mooi plaatwerk en duidelijke uitleg wisselen elkaar op een plezierige manier af in het boek. In zeventien bijdragen belichten deskundige schrijvers het fenomeen Carthago vanuit verschillende hoeken. De Fenicische achtergrond van de stad wordt besproken: de handelsmacht begon als een kolonie en stichtte zelf weer steden in het westelijk Middellandse Zeegebied. De geduchte oorlogsvloot van de Carthagers komt vanzelfsprekend aan de orde alsook de oorlogen waarin de Carthagers het uiteindelijk moesten afleggen tegen de Romeinen. De culturele verhoudingen krijgen aandacht: hoe was de relatie tussen de Carthagers en de oorspronkelijk Libisch-Numidische bevolking in Noord-Afrika? En welke rol speelt de beschaving van Egypte in dit geheel?

Met de verovering van de stad door de Romeinen in 146 v. Chr. was haar rol echter nog niet uitgespeeld, ook al was door de senaat van Rome bepaald dat Carthago nooit meer mocht worden opgebouwd. Ruim honderd jaar later was het opnieuw een bloeiende handelsstad, nu weliswaar onder Romeins bewind. Naast Rome en Alexandrië gold ze als een van de grote steden van het Imperium Romanum. Als het Rijk gekerstend wordt is er voor de stad nog een hoofdrol weggelegd: de theoloog Tertullianus leefde er, Cyprianus was er bisschop en de grootste kerkvader van het westen, Augustinus, woonde er voor hij naar Rome ging.

Historici willen tegenwoordig niet alleen maar laten zien 'hoe het vroeger was', maar ook 'hoe er later naar vroeger gekeken werd'. Dat zal te maken hebben met het besef dat geen enkele historische interpretatie het monopolie kan opeisen en dat het daarom goed is om verschillende visies naast elkaar te hebben. Vandaar de interpretatie van Carthago in de kunst van de negentiende-eeuw en in films, stripverhalen en gezelschapsspelen van daarna.

Intrigerend is het stuk over de 'Tophet' van Carthago, de enorme begraafplaats met urnen en grafzerken, al dan niet met opschriften. Wil je een cultuur leren kennen dan moet je naar begraafplaatsen gaan. Een nog niet geheel opgeloste vraag is of de Carthagers kinderoffers brachten. De naam Tophet doet vermoeden van wel, want die komt uit de Hebreeuwse Bijbel en is de aanduiding van de begraafplaats buiten Jeruzalem, waar sommige Israëlieten volgens de profeet Jeremia kinderoffers brachten. Of dat in Carthago gebeurde, wordt uit het boek niet helemaal helder. Vele archeologen neigen ernaar te erkennen dat er dergelijke mensenoffers zijn gebracht, maar wellicht meer incidenteel dan regelmatig.

De verbindingen tussen Carthago en Israël zijn niet toevallig. Beide behoren tot een en hetzelfde mediterrane cultuurgebied en ook de talen van beide gebieden zijn verwant: semitisch. Zo zien we in de tentoonstelling ook beelden van Baäl-Hammon, een god die doet denken aan de bijbelse Baäl. Op een van de stormrammen waarmee de Carthaagse schepen de vijandelijke vloot moesten stukbeuken staat de bede: 'Laat deze (ram) gericht zijn tegen het schip: met (de) woede (van) Baal, (de god) die het doel laat bereiken, laat deze gaan en het beslagen schild in het midden raken'.

Meer over Carthago vinden we in 'Denken over Carthago. De erfenis van Duilius', de Huizinga-lezing 2014 van Fik Meijer. De oudhistoricus heeft ook aan de museumbundel meegewerkt. Ondanks de titel van zijn lezing geeft Meijer toch ook een stukje geschiedenis van de stad, met name van de Punische oorlogen. Maar het dient als opmaat om te ontdekken hoe de Romeinen over de Carthagers dachten.

De Romeinen waren van huis uit boeren, die landbouw de eerlijkste manier vonden om het brood te verdienen. In hun ogen moesten de handeldrijvende Carthagers wel minderwaardige lui zijn. Daar komt nog bij dat de Romeinen als landrotten weinig met de zee hadden. Genoeg stof voor een diepe verachting van de tegenstander.

De Romeinse fides (trouw) stond tegenover de Carthaagse perfidia (trouweloosheid). Enigszins overtrokken noemt Meijer dit: 'de erfenis van Duilius', de generaal die met enterbruggen de Carthaagse vloot versloeg. Naar wat deze Duilius dacht, moeten we gissen, maar Meijer zal er wel niet zo ver naast zitten als hij hem tot representant van de Romeinse denkwereld maakt.

In hetzelfde boekje brengt oudhistorica Ineke Sluiter een boeiende nuancering aan van het door Meijer opgeroepen beeld: hoe is het mogelijk dat de Romeinse dichter Vergilius in zijn 'Aeneis' de Carthaagse koningin Dido als een rechtvaardige, edele vorstin tekent, terwijl Aeneas, de stamvader van de Romeinen, iemand is die zijn woord van liefde en trouw aan haar breekt? Beter dan de Romeinse geschiedschrijvers, die het vaderland willen verheerlijken, weet Vergilius hoe gecompliceerd de verhoudingen tussen mensen en tussen volkeren zijn. Soms zijn dichters de betere gidsen.

R. Docter, R. Boussoffara en P. ter Keurs (red.): Carthago, opkomst en ondergang. WalburgPers; 144 blz. euro 19,95

Fik Meijer: Denken over Carthago. De erfenis van Duilius. Elsevier; 104 blz. euro 12,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden