De ontkenning van de holocaust is al verboden; Internet is het gevaar

Op de studiedag over het revisionisme die de Anne Frankstichting en het CIDI op 8 december organiseerden, keerde minister Sorgdrager zich tegen een algemeen wettelijk verbod op de ontkenning van de holocaust. “We moeten niet in de valkuil trappen dat we alles wat wij smakeloos en moreel laakbaar achten ook meteen strafwaardig moeten maken”, zei ze.

Voorzover de minister zich wilde afzetten tegen Europese druk om de Nederlandse strafwet op dit gebied te modelleren naar die van enkele buurstaten, valt haar zienswijze te begrijpen. Frankrijk, België, Duitsland, Spanje en Oostenrijk kennen een speciaal wetsartikel dat het in twijfel trekken van de holocaust, of van misdrijven tegen de mensheid in het algemeen, strafbaar stelt. Het grote bezwaar van zo'n lex specialis is, dat het serieuze wetenschappelijke debat erdoor wordt belemmerd. Het riekt naar een gebod tot staatsgeschiedschrijving, zoals jarenlang onder het communisme in zwang was.

Degenen die systematisch beweren dat de gaskamers niet bestaan hebben, zijn evenwel geen serieuze wetenschappers te noemen. Ze zijn een samenraapsel van oude en nieuwe racisten, die erop uit zijn het Nazisme te rehabiliteren en de waarschuwende werking die van de holocaust uitgaat, te ondermijnen. Door de genocide in Auschwitz te ontkennen hopen zij de maatschappij te ontdoen van het meest indrukwekkende eigentijdse symbool van de gevolgen van rassenwaan, en aldus ontvankelijker te maken voor nieuwe vormen van nationalisme en rassenhaat.

Tot deze revisionisten behoren zowel de intellectuele godfather van de holocaustontkenning, de Amerikaan Arthur R. Butz, die in 1976 het veel gekopieerde boek 'The Hoax of the Twentieth Century' publiceerde, als politieke figuren als Jean Marie Le Pen en onze eigen Joop Glimmerveen. Afgelopen week noemde de leider van het Front National opnieuw de genocide op de 6 miljoen Joden 'een detail in de geschiedenis.'

Kenmerkend is dat de revisionisten hun ideologie direct of indirect (bijvoorbeeld door hun contacten met jonge neo-nazi's) koppelen aan hedendaags nationalisme en vreemdelingenhaat. Bij de verspreiding van hun visie maakt het hun bovendien niets uit dat ze slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en hun nabestaanden tot diep in hun ziel kwetsen door te stellen dat de gewelddadige dood van hun familieleden een mythe is.

Juist vanwege het racistische karakter van de holocaustontkenning werd in 1992 bij de officier van justitie te Den Haag een strafklacht tegen de Belgische revisionist Siegfried Verbeke ingediend. In Den Haag waren pamfletten van zijn hand aangetroffen met als opschrift 'De zes miljoen / Holocaust / Wat u steeds heeft willen weten maar wat men altijd heeft verzwegen', en 'Amerikaanse holocaust deskundige vernietigt de gaskamer legende'. Verbeke noemde daarin het bestaan van de gaskamers een verzinsel van de Joden om er economisch beter van te worden. Later zou hij nog de soortgelijke brochure 'De Rudolf Expertise' aan leraren maatschappijleer in Nederland toezenden.

Op 2 mei 1996 veroordeelde het hof in Den Haag Verbeke tot een geldboete van ¿ 5000 en zes maanden voorwaardelijk wegens het overtreden van de artikelen 137 c-e Wetboek van strafrecht. Deze verbieden het zich beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun ras of godsdienst en het aanzetten tot rassenhaat. Dat Verbeke een Belg was, die zijn kwalijke boodschappen in België publiceerde, deed niet terzake, omdat de pamfletten hier verspreid waren. Dit arrest werd op 25 november jl. door de Hoge Raad bevestigd.

Daarmee werd voor het eerst duidelijk uitgesproken dat de opzettelijke ontkenning en het bagatelliseren van de holocaust in principe in ons land verboden zijn. Dit baanbrekende arrest maakt de invoering van een specifieke verbodsbepaling onnodig. Ondanks de reserves van minister Sorgdrager blijken 'smakeloze en moreel laakbare' revisionistische uitingen goed juridisch te bestrijden te zijn met behulp van de bestaande antiracismewetgeving.

Via een gang naar de rechter kan men een uitspraak verkijgen over de grens tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht van een bevolkingsgroep niet gediscrimineerd te worden. Op landen als Amerika en Canada, waar een zogenaamde onbegrensde vrijheid van meningsuiting geldt (ten aanzien van porno geldt vrijwel de omgekeerde situatie) heeft het Nederlandse recht echter geen vat. Hierdoor is het mogelijk dat elke Internetgebruiker via een Amerikaanse provider kennis kan nemen van revisionistische en racistische geschriften. Er bestaan tientallen van deze sites, met honderden publicaties en muziekfragmenten waarin het Nazisme wordt verheerlijkt.

Voor veel jongeren is het lastig de boodschappen op deze sites op hun feitelijke inhoud en ideologie te beoordelen. Naarmate de jaren 1940-1945 verder verwijderd zijn, zijn er in onze naaste omgeving ook minder mensen in leven die kunnen vertellen wat er gebeurd is. De revisionisten spelen hierop in door met subtielere beweringen te komen dan de platte ontkenning van de holocaust. Zo werd ruim een jaar geleden op de Nederlandse scholen een boekje verspreid waarin zogenaamd berekend werd dat de in Auschwitz aanwezige crematoria onvoldoende capaciteit hadden om meer dan een miljoen lijken te verbranden. Duitse documenten die het tegendeel beweerden, werden als vervalsing afgedaan. Scholieren die dit soort boekjes in handen krijgen of op Internet lezen, moeten behoorlijk goed de geschiedenis kennen om te ontdekken wat het misleidende van deze beweringen is.

In de VS meent al 24 procent van de jongeren dat de holocaust nooit heeft plaatsgevonden.

Naast het hanteren van juridische middelen, is het derhalve nodig dat goede informatie, in gedrukte vorm en via het Internet, gepubliceerd wordt, die kan helpen de sluipende invloed van het revisionisme terug te dringen. Er bestaan boekenkasten vol met serieuze studies over de periode 1940-1945, maar er ontbreken gemakkelijk toegankelijke boekjes bestemd voor scholieren, waarin nog eens gedocumenteerd wordt uitgelegd wat er werkelijk in de concentratiekampen is gebeurd.

Tot dusver hebben de meeste holocaustdeskundigen nooit een dergelijke reactie willen geven, omdat dit de indruk zou kunnen wekken dat de argumenten van de revisionisten serieus genomen worden. De persistentie van het revisionisme en de herlevende vreemdelingenhaat dwingen ons deze ivoren toren te verlaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden