DE ONTDEKKING VAN AMERIKA

Dat Columbus Amerika niet echt ontdekt heeft weten we nu wel. Het was wel het laatste continent dat ontdekt en bevolkt werd. Door wie? Wanneer? De oude antwoorden op die vraag komen meer en meer onder vuur.

De traditionele, ruim 60 jaar oude theorie gaat ervan uit dat pas ongeveer 14 000 jaar geleden de eerste mensen het Amerikaanse continent betraden. In die periode, tegen het einde van de laatste ijstijd, was het Euro-Aziatische continent via een smalle landbrug, ter hoogte van de huidige Beringstraat, verbonden met Amerika. Via deze ongeveer 60 kilometer lange verbinding trokken kleine groepjes nomaden Amerika binnen om vervolgens in de loop van de volgende 10 000 jaar het hele continent te veroveren. Alle autochtone inwoners van zowel Noordals Zuid-Amerika zouden daarmee afstammelingen zijn van deze ene golf van immigranten.

Maar waren zij echt de eersten en de enigen? Antropologisch en archeologisch onderzoek, zowel in Amerika als in Siberie, hebben in die 60 jaar ondubbelzinig aangetoond dat ongeveer 20 000 jaar geleden de noordelijke toendra's van Siberie vanaf het zuiden langzaam bevolkt raakten. Een deel van deze bevolkingsgroep heeft later inderdaad via de landtong bij de Beringstraat de oversteek naar Amerika gemaakt. Maar was het werelddeel dat zij toen betraden wel onbewoond? Behoren de stenen speerpunten, die bij het plaatsje Clovis in New Mexico werden gevonden en waarvan de ouderdom wordt geschat op 11 000 jaar inderdaad tot de oudste vorm van menselijke aanwezigheid op dat continent?

Voor de archeoloog James Adovasio van het Mercyhorst College in West Virginia kan het antwoord op deze vraag niet anders luiden dan: nee. Tijdens een recente opgraving bij Meadowcroft, in het zuidwesten van Pennsylvania, die onder zijn leiding stond, werden er namelijk duidelijke sporen van menselijke bewoning gevonden die aanzienlijk ouder bleken te zijn. Onder een overhangende rotsklif werden resten van gevlochten matten, houtskool, stenen voorwerpen en botten met duidelijke sporen van bewerking aangetroffen.

"Zelfs met de meest voorzichtige datering komen wij voor dit materiaal toch uit op een ouderdom die duizenden jaren ligt voor het moment waarop de eerste mensen verondersteld werden in Amerika te verschijnen" , aldus Adovasio. Hetzelfde geldt voor John Priestly van Ohio State University die in een grot in diezelfde staat 20 000 jaar overblijfselen van een jachtpartij aantrof. Onmogelijk, beweren de aanhangers van het traditionele model. Het ontbrak de mens domweg aan de technische kennis die noodzakelijk was om onder de toen heersende barre klimatologische omstandigheden te kunnen overleven. Daartoe behoorden onder andere de bewerking van leer en huiden en de bouw van onderkomens die hen in staat stelden de strenge winters van de toendra te overleven. Pas rond 20 000 jaar geleden verwierf de mens die kennis. En pas toen was hij in staat in het noorden van Siberie te overleven en vervolgens de oversteek naar Amerika te maken.

Verder wijzen de traditionalisten op geofysische problemen. De periode waarin de oversteek tussen het Euro-Aziatische en het Amerikaanse continent gemaakt kon worden is historisch gezien niet erg lang. Namelijk de korte tijd die ligt tussen het moment waarop de laatste ijstijd eindigde en het moment waarop de temperatuur zover was gestegen dat de landbrug tussen Alaska en Siberie weer voorgoed onder de zeespiegel verdween.

Tijdens de ijstijd zelf lag de verbinding tussen Alaska en Siberie weliswaar ook droog, waardoor misschien het noorden van Amerika door een enkele groep bereikt zou kunnen zijn maar toen werd de verdere doorgang naar het Zuiden geblokkeeerd door de enorme gletsjers die dwars over Alaska lagen. Alle geologen zijn het met elkaar eens dat die gunstige periode lag tussen grofweg 16 000 en 12 000 jaar geleden.

"Dat beeld gaat er vanuit dat de eerste mensen Amerika allemaal via deze ene route zijn binnen gekomen en dan ook nog in een relatieve korte periode. En het impliceert bovendien dat zij genetisch tot dezelfde groep zouden hebben behoord" , zegt de antropologe Christy Turner van de Arizona State University, "maar van dat beeld blijkt steeds minder te kloppen."

Haar eigen onderzoek naar de tanden van de verschillende inheemse bewoners van Noord-Amerika laat in ieder geval een drietal duidelijk van elkaar te onderscheiden groepen zien: de Inuit en de bewoners van de Aleoeten; de Indianen van het middenwesten en zuiden en tenslotte de bewoners van de noordwestkust van de VS en de binnenlanden van Alaska.

"Wanneer de eerste mensen in Amerika gekomen zijn laat ik vooralsnog in het midden, maar er zijn in ieder geval minstens drie golven immigranten geweest die genetisch van elkaar verschillen" , aldus Turner.

Het beeld van de menselijke verovering van dit nieuwe werelddeel wordt nog veel verwarrender. Want ook in Midden- en Zuid-Amerika werden recentelijk sporen van menselijke activiteit aangetroffen die niet stroken met de theorie dat de nieuwkomers Amerika pas 14 000 jaar geleden via Alaska betraden.

In het Noorden van Venezuela vond men 15 000 jaar oude sporen van een mammoetjacht. In Monte Verde, gelegen in het zuiden van Chili, speren en werktuigen uit dezelfde periode. En een Franse expeditie beweert dat zij in het zuidwesten van Brazilie, bij een plaats met de naam Pedra Furada, een nederzetting heeft gevonden waarvan de ouderdom zo onvoorstelbaar is dat voorlopig slechts weinigen er geloof aan hechten. Volgens expeditieleider Niede Guidon is deze plaats al 45 000 jaar geleden bewoond geweest. Behalve stenen werktuigen zouden de bewoners daar ook rotstekeningen hebben achtergelaten. Dat zou betekenen dat de nieuwe wereld al bevolkt was met relatief hoog ontwikkelde afstammelingen van Homo Sapiens toen in Europa de Neandertalers nog rondzworven, zoals een commentator in Archeology Magazine het onlangs samenvatte.

"Maar wat als de eerste kustbewoners van het zuidelijke deel van Siberie nu eens zeevaarders waren?" Zo ongeveer luidt de verrassende en prikkelende oplossing die Knut Fladmark van de Simon Fraser Universiteit in Brits Columbia voorstelt in het vakblad Natural History. Technisch gezien was de mens daar toe al heel vroeg in het verleden in staat. Ter vergelijking: 40 000 jaar geleden maakten de inwoners van Polynesie al de oversteek naar Australie.

"En deze kustbewoners hoefden niet eens echt ver de zee op. Ze kunnen langs de kusten gevaren hebben. De gletsjers in Alaska hebben dan geen enkele belemmering gevormd en ook de klimatologische omstandigheden hebben veel minder invloed gehad" , aldus Fraser. Ook tijdens de korte zomerperiodes kunnen ze door middel van kustvaart vrij behoorlijke afstanden hebben afgelegd. En varend langs de kusten zouden deze groepen ook in staat geweest zijn, de menselijke beschaving in een veel sneller tempo naar het zuiden te laten oprukken dan via de landroute mogelijk was.

De 'kolonisatie' van Amerika zou dan inderdaad niet in een keer en via een route zijn verlopen. In een aantal etappes en zowel via land als over zee zou de mens uiteindelijk heel Amerika hebben veroverd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden