De onstuibare opkomst van het toiletpapier.

De onstuibare opkomst van het toiletpapier

Voor een korte geschiedenis van ons onmisbaarste papier lezen wij Panati's Extraordinary origins of everyday things.

Zoals zoveel zegeningen bereikte ook het afzonderlijke WC-papiertje ons voor het eerst tijdens de Industriele Revolutie. In 1857 introduceerde de Amerikaanse zakenman Joseph Gayetti een grote doos met vijfhonderd blanke, afzonderlijke velletjes papier, die men zich bij de kruidenier om de hoek kon aanschaffen.

Het gerief vond evenwel weinig aftrek. De klanten zagen het voordeel niet in van afzonderlijk toiletpapier boven de krant van gisteren, folders en catalogi, die in grote stapels in de toenmalige toiletten lagen en waar men, alvorens de billen te vegen, nog in kon lezen bovendien.

Oervorm

Een volgende poging in Engeland, waar een zekere Walter Alcock in 1879 de oervorm van ons huidige WC-papier ontwierp, vond evenmin weerklank. Alcock concipieerde de lange rol met scheurblaadjes, maar het lukte hem niet het geval in massaproductie te brengen. In het preutse Victoriaanse tijdperk werden aardse zaken als stoelgang met grote omzichtigheid bedekt, en om een zo heikel product als WC-papier in dagelijkse omloop te brengen, vereiste bijkans een zedelijke revolutie.

Pas na de jaren tachtig van de vorige eeuw werd het WC-papier voor het eerst massaal afgerold. De Amerikaanse broers Edward en Clarence Scott slaagden erin de door Alcock geperfectioneerde rollen te verkopen aan de wassende hoeveelheid hotels en restaurants met modern toiletcomfort. Overal begon men in die tijd het kleinste kamertje op te waarderen. Zo werden er in New York voor de vele nieuwe emigranten appartementsgebouwen neergezet met gemeenschappelijke toiletten, een nouveaute.

De WC-mode kwam voornamelijk uit Europa. Vooral de ovalen 'Picture Frame' vond gretig aftrek, terwijl het nieuwste model pot, de 'Pedestal Vase', die op de Britse Gezondheidstentoonstelling van 1884 een gouden plak voor badkamerontwerpen behaalde, in brede kringen boven het openbaar riool begon te tronen.

In deze totale WC- en badkamer-renovatie deelde ook de WC-rol. Aanvankelijk verpakt in eenvoudig en onbeletterd bruin papier steeg de rol tot steeds hoger aanzien, blijkend uit nieuwe prestigieuze namen als 'Waldorf Tissue'.

Pedestal Vase

Anders dan in onze tijd, waarin men ambtenaren kraaiend van plezier vanwege het heerlijke WC-papier boven de toiletten uit ziet dansen, hield men in de negentiende eeuw de reclame voor het produkt gedempt. Men was toen nog zeer gevoelig voor dit precaire deel van de lichaamsverzorging. Een Waldorf Tissue, 'zacht als oud linnen', hing onopvallend en bescheiden naast een 'Pedestal Vase', kies overdekt door een 'Picture Frame'.

Pas na de eerste wereldoorlog begonnen WC-papierproducenten hun waren dringender aan te bevelen. Amerikaanse advertenties uit die tijd leveren teksten als deze: 'Ze hebben een prachtig huis, moeder, maar hun WC-papier doet pijn.'

Wie tegenwoordig het toilet van een chique hotel bezoekt zal daar meestal een toiletrol aantreffen waarvan het eerste velletje in een V-vorm is gevouwen. Nee, geen invitatie tot hergebruik van WC-papier in de vouwkunst en ook geen voorstel om met het velletje de billen op alternatieve wijze te reinigen. Met de Vvorm van het eerste WC-papiertje wil de moderne herbergier laten zien dat het toilet ook daadwerkelijk is gereinigd en sinds de laatste gasten zijn vertrokken niemand meer van de voorziening gebruik heeft gemaakt. Wie zich dus ongevraagd aan andermans toilet vergrijpt kan deze peccadile verbloemen door het WC-papier in een punt te vouwen.

Overigens ging enige tijd het gerucht dat het ophangen van een rol toiletpapier seksueel bepaald zou zijn. Zo zouden de meeste vrouwen een WC-rol ophangen met het af te scheuren velletje van de wand af gekeerd, terwijl het merendeel der mannen de rol met de afrol- en scheurzijde naar de muur toe installeerde. In de bestaande 'gender'studies konden we over dit zoveelste geslachtsbepaalde onderscheid echter (nog) niets vinden. Het onderwerp heeft echter onze volle aandacht en er wordt momenteel door een speciale studiecommissie empirisch onderzoek naar verricht.

Ansichten van Celine

Wie befaamd is geworden, krijgt vooral na zijn laatste reis naar het einde van de nacht nog veel te verduren. Er worden genootschappen opgericht voor de studie van het werk van de grote overleden meester. Er worden bibliotheken gesticht waarin alles wordt bewaard met betrekking tot hem (of haar). Er worden tijdschriften uitgegeven waarin beschouwingen staan over details van het werk. Er verschijnen biografieen, vol bewondering dan wel verguizing. En op veilingen wordt ieder nieuw ontdekt krabbeltje opgejaagd tot sterrenkundige bedragen. Voorbeelden: Freud, Marx, Montessori, Multatuli, Proust, de tutti quanti.

Neem nou Celine.

Genootschappen, tijdschriften, biografieen en veilingen te over. Recentelijk is zijn huis in Meudon zelfs uitgeroepen tot nationaal monument (wat een eerherstel na zijn veroordeling vlak na de Tweede Wereldoorlog!). Ook is er een speciale bibliotheek, en wel aan de Unviersiteit van Parijs VII, Centre Jussieu (tour 24, couloir 24-34, 1er etage, piece 04); omvattende ikonografie, persknipsels, reproducties van handschriften enzovoorts - dit alles zoals omschreven door Philippe Muray ('Celine', Editions dus Seuil, 1981).

Maar er is altijd nog meer. Zo een kleinzoon: Jean-Marie Turpin. Hoezo Turpin? Dat was toch een van de strijdmakkers van Toelant, de markgraaf van Bretagne; of althans de aartsbisschop die het allemaal opschreef? De desbetreffende tekst wordt wel de 'Pseudo-Turpin' genoemd. En dan hebben we ook nog de komiek van de zwijgende film: Ben Turpin, van o.a. 'Uncle Tom without the cabin' (1919). Is dat allemaal familie?

Familieromans

Jean-Marie Turpin weet dat niet. En hij zou het moeten weten, want hij doet eigenlijk niets anders dan schrijven over zijn voorouders. Over zijn vader, de ingenieur Yves Turpin; en over zijn moeder, de schrijfster Colette Destouches (de enige officiele dochter van Celine). Maar veel meer schrijft hij over vorige geslachten: oudooms, oudtantes, grootvaders, grootmoeders, overgrootvaders, overgrootmoeders, betovergrootvaders, betovergrootmoeders; enzovoorts enzovoorts.

Na zijn dissertatie (over Kierkegaard en het probleem van de zelfkennis) publiceerde hij een half dozijn semi-documentaire familie-romans. De laatste daarvan gaat over zijn grootvader, met als titel: 'Le Chevalier Celine, ou, la premiere marche de l'Atlantide' (1990). Het begint met een interpretatie van ansichtkaarten.

In 1957 stuurde Celine vanuit Meudon een zestal ansichtkaarten aan Edith Follet (de eerste vrouw van Celine, de moeder van Colette, en de grootmoeder van oudste kleinzoon Jean-Marie). Jean-Marie hecht wel aan die kaarten. Er is er een bij met een plaatje van een kasteel-laan, vlakbij Meudon. Wat schrijft Celine daarop? "Tout ce qui reste" - tja, schreef hij ook niet een eigenzinnige 'kasteelroman'? Een andere ansicht: Meudon, met in de verte de Eiffeltoren. Commentaar van Celine: 'Misere des petits bonheurs'. Ook een hele diepe.

De derde ansicht is van een sterrenwacht. Celine maakt weer eens een wrange grap als hij op de achterkant schrijft: "En attendant les gratte-ciel" wachten op de wolkenkrabbers dus.

Dat is ook het meest geciteerde en geplagieerde thema van de 'Reis': "We stonden paf. 't Was zo iets krankzinnigs wat we plotseling in de mist ontdekten dat we 't eerst niet wilden geloven, maar toen we er eenmaal vlak voor lagen, moesten we toch, galeiboeven of niet, ons rot lachen om wat we daar, recht voor ons uit, zagen. . . Stel je voor, hij stond volkomen rechtop, die stad van ze, helemaal recht overeind. New York is een rechtopstaande stad. We hadden heus wel steden gezien, en mooie ook, en havens, beroemde zelfs. Maar bij ons, nietwaar, liggen de steden languit, langs de kust of aan de rivier, ze liggen uitgestrekt in het landschap, vriendelijk en uitnodigend, terwijl die Amerikaanse daar niet lag te zwijmelen, integendeel, die stond daar kaarsrecht, recht om bang van te worden, een klotestad." (vertaling E.Y. Kummer).

Bedevaart

En zo gaat Turpin verder over de ansichten van zijn grootvader aan zijn grootmoeder. Om nog een laatste voorbeeld te noemen: een kaart met een fontein van de heilige Maria. "Wat een verlepte bedevaart" - of zoiets; want het vertalen van de teksten van Celine is een moeilijke affaire.

Tegelijkertijd draait de biografie van Turpin over zijn grootvader Celine om een bepaald scharnier. De in de wijsbegeerte geschoolde kleinzoon is vooral van mening dat Celine slechts een idee had; namelijk, dat er geen ideeen bestaan. Hij is daarvan maar eenmaal afgeweken, namelijk toen hij antisemitische pamfletten schreef. Het uitgerekende foute idee dus. Honni soit qui mal y pense. Verkeerde Ansicht.

Nu kunnen de kenners tegenroepen dat die kleinzoon nog eens in Meudon weggestuurd is door Celine omdat hij nog geen eindexamen middelbare school had gedaan. Dat staat in ieder geval in vele biografieen (Vitoux, bijvoorbeeld). De weergave van Jean-Marie is toch wat genuanceerder dan de officiele lezing (voornamelijk berustend op uitspraken van Celines laatste weduwe, Lucette Almanzor). Volgens zijn verhaal was er wel degelijk sprake van een goed contact, ook al eerder.

Pijp

Toen Celine nog bewaakt asyl genoot in Denemarken, gingen er brieven en foto's over en weer. Zo had het kleinzoontje bijvoorbeeld een brief met tekeningen aan opa gestuurd voor diens verjaardag. Er kwam een brief terug, ook al met tekeningen (een kat, een vogel) en met een aardige tekst, zo in de trant van: je bent een verrekt goede kunstenaar; zelf kan ik eigenlijk niet tekenen, behalve met de linkerhand; ze hebben wel eens gezegd dat ik vanwege mijn bibberaties het talent van een esoterische kunstenaar bezit.

Over het bezoek aan Meudon schrijft Jean-Marie dat hij dat op eigen initiatief heeft ondernomen (en niet gestuurd door moeder en/of oma, zoals de biografen het willen). Hij had het adres gevonden in het telefoonklappertje van oma, en hij kwam met zijn aquarellen onder de arm. En inderdaad, toen hij was binnengelaten en alles had verteld over de familie (moeder maakt het goed, ja), toen stak hij een pijp op. Dat was te veel voor opa: Rimbaud, die pijp: haal eerst maar eens je eindexamen. Jean-Marie had naderhand graag zijn diploma willen laten zien, toen hij dat had; maar inmiddels was opa dood.

Er zijn nog veel meer herinneringen (tastbare zowel als ontastbare) in het bezit van Jean-Marie. Hij schrijft het allemaal beeldend op in zijn boeken, en dan vooral in 'Le Chevalier Celine'. Veel ervan is waarschijnlijk min of meer verzonnen. Een aartje naar zijn grootvaartje. Maar waarom heeft geen Nederlandse uitgever dit tot nog toe op de markt gebracht?

Jan Wap

Afneemster G. Blommendaal-Timmerman uit Utrecht maakt ons er op attent dat wij er vorige week lelijk naast zaten toen wij suggereerden dat Jan Wap slechts eenmaal als naamgever voor een Nederlandse straatnaam heeft gediend. Ook de gemeente Utrecht heeft hem tot deze heerlijkheid verheven, zij het dat er in Utrecht heel officieel sprake is van een 'Joannes J. F. Waplaan'. Niks geen 'gejan' dus daar, rondom de Dom. Blijkens het straatnaambordje dank Joannes J. F. Wap deze eer aan zijn publicaties over Utrecht.

Bedoelde laan ligt in een klein, nieuw wijkje bij Tuindorp. Wie de andere naamgevers in deze wijk zijn, weet mevrouw Blommendaal niet. Welnu, hier zijn ze. De schrijver en journalist Reinder Blijstra leefde van 1901 tot 1975. Hij zal zijn staatnaam vooral te danken hebben aan het boek over de bouwgeschiedenis van Utrecht, dat hij ooit schreef.

Van Liefland (voornaam: Johannes, jaartallen: 1809-1861) was Utrechter, schilder en schrijver (in deze volgorde); Willem Schuylenburg was van 1919 tot 1940 archivaris van Utrecht, Christiaan Kramm (1797-1875) was architect te Utrecht, o. a. van het gerechtsgebouw aan de Hamburgerstraat, Frits Coers leefde van 1868 tot 1937 en was het prototype van de eeuwige student, maar wordt door deze straatnaam waarschijnlijk vooral geeerd als hartstochtelijk verzamelaar van en propagandist voor het Nederlandse lied.

Gisbert Brom tenslotte was een telg uit het geslacht van de Utrechtse edelsmeden (vader G. B. Brom, broer Jan Eloy Brom). Hij was r.k. priester en historicus. Hij leefde van 1864 tot 1915 en maakte zich voor zijn geboortestad verdienstelijk door de uitgave van een documentenverzameling over de stad.

Wat fietst daar? (III)

Een van de belangwekkende vragen in het vrij prille stadium van het seizoen luidt ook nu weer: welke rare kostgangers zitten er in het profwielerpeloton? Welke produkten maken de bedrijven, die met zijn allen een paar honderd miljoen gulden in het wielrennen stoppen? Onder de veertien nieuwe geldschieters zitten een paar bedrijfstakken en industrieen, die bij volksraadsplegingen niet direct met het cyclisme worden geassocieerd.

Nummer een op de eeuwige ranglijst, zeg maar de Adelskalenderen van het wielrennen, blijft met een voorsprong van veel meer dan een banddikte, het door het Vaticaan gesponsorde Amore e Vita (Liefde en leven; zie O.O. eerste jaargang, nr 25). Het sterrenrestaurant Spago in Hollywood (O.O. tweede jaargang, nr 29), waar ook wel eens een liefdesleven opbloeit, zij het gemiddeld van korte duur, mag er ook nog steeds zijn.

Debutant

De fraaiste nieuwkomer van dit jaar heet Scott-BiKyle Flyers. Een van de subsponsors is namelijk de professionele ijshockeyclub Philadelphia Flyers. Het bestuur van het genootschap sluit uit, dat PSV, Ajax en Feyenoord in navolging van de Flyers volgend jaar de plaats van PDM, Buckler en Panasonic innemen.

De meest dubieuze debutant heet CHCS, voluit: Caja Hipotecaria del Sur. Het is de eerste sponsor die onder Panamese vlag vaart, en dat hebben de renners geweten. Aanvankelijk kreeg ploegleider Fernandez geen licentie van de Spaanse wielerbond, omdat de bank er niet in slaagde een bankgarantie af te geven. Vervolgens werden de twee Nederlanders in de ploeg, Rene Beuker en Dick Dekker, in ongedekte cheques uitbetaald.

Markante feiten zijn verder de entree van twee ploegen uit het Gos (de Lada's zijn overigens van de fietspaden verdwenen) en twee uit Zuid-Afrika. En wat te zeggen van de herkomst van de kwantitatief grootste ploeg, Mercatone Uno? Ze bestaat uit veertien vedetten uit San Marino, zestien Italianen en een Belg (Emonds). De eerste categorie heeft van fietsen evenveel kaas gegeten als een Maleisier van schaatsen, maar manager Gini heeft ze - op papier - nodig om een licentie van de bloeiende San Marinese wielerbond te krijgen.

Het peloton:

Hieronder volgt weer onze jaarlijkse deelnemerslijst van de huishoudbeurs op de weg. Van twee firma's is de naamsbekendheid onder de bestuursleden van Het Genootschap groter dan het segment, waaraan ze hun bestaansrecht ontlenen. Nadere produktinformatie is welkom.

Belgie: Assur Carpets (tapijten), Collstrop (tuinspullen), Lotto (staatsgokbedrijf), Tulip (computers), La William (mayonaise).

Colombia: Gaseosas Glacial (spuitwater), Kelme (schoenen uit Spanje), Postobon (frisdrank),

Duitsland: Telekom (PTT).

Engeland: Raleigh (fietsen),

Frankrijk: Castorama (tuingereedschappen), Chazal (voedingprodukten), Eurotel (hotels), RMO (uitzendbureau), Z (kinderkleding).

GOS: Petrosport (club uit Sint-Petersburg), Russ (onderdeel van de commerciele sportclub Baikal te Moskou).

Italie: Amore & Vita (paus), Ariostea (keramiek), Carrera (jeans), Gatorade (sportdrank), GB-MG (Belgische supermarkt en Italiaans speelgoed), Italbonifica (banden), Jolly (ijs), Lampre (?), ZG Mobili (meubelen).

Japan: Japan Proroad project (geprolongeerd probeerseltje van de wielerbond).

Nederland: Buckler (bier, dat zo alcoholarm is dat het zich nog met gezonde sportjongens mag identificeren), Elro (kroketten), Panasonic (elektronica en ook fietsen), PDM (bandjes), TVM (verzekeringen).

Oostenrijk: Varta (batterijen).

Portugal: Sicasal (vlees).

San Marino: Mercatone Uno (supermarkt).

Spanje: Amaya (verzekeringen), Artiach (net als vorig jaar ?), Banesto (bank), CHCS (Panamese hypotheekbank, tot op heden sterk gebleken in het uitgeven van ongedekte cheques), Clas (melk), Lotus (horloges), Mavisa (deuren), ONCE (blindeninstituut, rijk geworden door loterijen), Seur (tuut, tuut, dat is snel), Wigarma (metalen bouwpakketten).

VS: Chevrolet (auto's), Coors Light (bier), Motorola (auto- en fietstelefoon), ScottBiKyle Flyers (sturen, fietsen en de ijshockeyclub Philadelphia Flyers), Spago (sterrentent in Hollywood), Subaru (auto's).

Zwitserland: Itas (verzamelnaam, financieel verantwoordelijke: Veloprof SA, Lugano), Helvetia (verzekeringen).

Zuid-Afrika: Southern Sun (krant), Topsport-Volkswagen (auto's).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden