De onmogelijke liefde van een witte non

Er hangt een liefdesbrief aan de Kloosterweg in Marum. Opgeprikt aan een paal, ondertekend door Dolorosa (de Verdrietige) en gericht aan Querido (Geliefde). Een anonieme brief dus, maar wie deze wandeling in het Groningse Westerkwartier begonnen is in het lijkenhuisje achter de hervormde kerk van Marum, komt wel meer te weten.

'Dolleroosje' was een witte non. Ze leefde aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog in het klooster Tribus Montibus (de Drie Bergen), beter bekend als Trimunt. Het nonnenverblijf lag een uur lopen van het 12de-eeuwse kerkje van Marum. Van een afstand zag je drie heuveltjes tegen de horizon -vandaar de naam. Het was een arm klooster op de heide. 'Wij leefden van het ritme der seizoenen', vertelt onze witte non in het lijkenhuisje. Maar veel zal dat niet geweest zijn, want de natuur bracht maar bitter weinig op. Uiteindelijk schoot de abt van het cisterciënzer klooster in Aduard de nonnen te hulp, wat ook betekende dat de tucht op Trimunt streng was. Gevoegd bij de armoedige omgeving was het verblijf voor de nonnen dus geen lolletje.

Dat verhaal over een liederlijk leven op Trimunt, was volgens onze Roosje dan ook niet waar. En dat het nabijgelegen café Bareveld z'n naam te danken zou hebben aan zwangere nonnen die er kwamen om te baren, klopte al helemaal niet. Trimunt was juist een klooster dat regelmatig door rondtrekkende soldaten werd geplunderd en beroofd -was het niet door de Watergeuzen, dan wel door Spaanse troepen. Je ziet nu nog een stukje kloostergracht, belooft onze witte non: die is gegraven om vreemd gespuis op afstand te houden.

Op een dag klopte een Spaanse soldaat aan de poort van het klooster. Hij was half bevroren en had een bloedende wond. Hij kreeg een liefdevolle verzorging van onze witte non, met de nadruk op 'liefdevol'. Zijn ogen, zou ze later in haar brief schrijven, vroegen 'om di warmte ener vrouwenhand'. Al snel begreep de vrouw dat het hemelse geluk waarvoor zij had gekozen, toch nog even moest wijken voor het aardse. Tussen die twee bloeide in het geheim een liefde op, die eindigde toen moeder-overste haar laatste liefdesbrief onderschepte. Querido werd overgeplaatst naar een ander klooster, Dolorosa werd tot tranen toe overmand de hei op gestuurd. 'Vaerwel, onvervult verlangen' had ze de soldaat nog geschreven, zo kun je op de paal lezen.

De brief is niet authentiek, maar het hele verhaal over de verboden, 'onmogelijke' liefde wel gebaseerd op historie. Op initiatief van de stichting Oude Groninger Kerken en in samenwerking met Staatsbosbeheer is het thema uitgewerkt tot een kostelijke wandelroute, het Witte Nonnenpad. Het oude lijkenhuisje verbeeldt een kleine kloostercel: de deur is altijd los en als je op een knop drukt, begint de witte non haar levensgeschiedenis te vertellen, compleet met kloostergezang op de achtergrond. Zij neemt je mee door het land van Langewold en Vredewold. 'Als je heel goed luistert, hoor je in het zuchten van de wind de stem van gedwarsboomde liefdes. Nooit zal de ongelukkige stem van een doorkruiste liefde rust vinden. Voor altijd zal zij galmend over het land jagen, meegevoerd door vlagen van de wind.'

Vooralsnog wordt het zuchten van de wind onder de wandeling overstemd door de herrie van rijksweg A7 (Groningen-Heerenveen), maar dat moet je voor lief nemen. Al heel snel word je verrast door het Haarsterbosch, dat vroeger bij het arme zusterklooster behoorde en hout gaf om te bouwen en te stoken. De witte non ging er vaak op zoek naar planten en kruiden, die ze gebruikte om zieken te genezen. Tot ver in de Middeleeuwen heeft de zee in deze contreien vrij spel gehad -niet voor niets heet Marum 'plaats aan het water'. Nog steeds is het een zompig land rondom Trimunt, ook al wordt het water door het graven van het Oude Diepje nu beter afgevoerd dan vroeger. Op de Postdijk hield je droge voeten, en dat is nog zo, al moet je af en toe de berm in voor een passerende auto. Aan de noordkant van de snelweg ligt trimunt. 'Kijk, daar is het, bij die twee boerderijen ligt het laatste stukje gracht van het oude klooster', laat de witte non weten. Er liggen nog wat resten onder het oppervlak, maar dat moet je weten. En langs de Leidijk ligt het 'grazen' van Trimunt en het gelijknamige bosgebied waar nu een natuurontdekroute doorheen loopt. Destijds heeft de abt voor een waterkering gezorgd om overstromingen tegen te gaan. Door de waterloop tussen Opende en Tribus Montibus te stutten, werd het klooster veilig gesteld. Even later bereikt het Witte Nonnenpad de Jilt Dijksheide, het laatste stukje dat van het grote heidegebied in Westerkwartier bewaard is gebleven. Hier graasden de schapen, die het klooster van wol en mest voorzagen. De hei dankt haar naam aan de voorlaatste eigenaar; nu voert Staatsbosbeheer het beheer over het gebied met z'n fraaie pingo, een erfenis uit de ijstijd.

Over de oude trambaan Marum-Grootegast lopen we terug naar het dorp. Het spoor is al lang verdwenen, het tracé is nu het domein van fietser en wandelaar. Een dramatisch punt is het gedenkteken voor vijf mannen die op 8 december 1944 vanwege een aanslag op de stoomtram door de Duitsers zijn gefusilleerd. Het Witte Nonnenpad eindigt weer bij het kerkje van Marum. Toren, koor en ramen zijn door de tand des tijds aardig verzakt, maar het blijft een 'jewail', zoals ze in Groningen zeggen. En de witte non, die zit weer in haar cel in het lijkenhuisje. Kijk zelf maar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden