De ongrijpbare onvrede

De onvrede onder de Nederlandse bevolking lijkt te groeien. Zelfs de premier sprak zich uit over de klagerige houding van het volk. Trouw onderzocht het hoe en waarom van dat onbehagen. Vandaag de conclusies.

Onvrede laat zich moeilijk meten. Maar toch: de indruk bestaat dat de onvrede in het land de laatste tijd fiks is toegenomen. Misschien komt het door de enorme vloed aan boosheid die op talloze websites te vinden is. Misschien door de fikse virtuele aanhang van de nieuwe politieke bewegingen, die zich pontificaal tegenover de gevestigde politieke partijen hebben opgesteld.

Wie zijn die ontevredenen? Waar zijn ze ontevreden over? En hoe gaan ze daarmee om? Zijn ze nog geïnteresseerd in maatschappij en politiek of hebben ze zich van de samenleving afgekeerd? Met die vragen maakte Trouw in de afgelopen periode een rondgang door het land, op zoek naar mensen die ontevreden zijn, of die tot een maatschappelijke groepering behoren die de indruk wekt ontevreden te zijn.

Het leverde verrassende resultaten op, al was het maar omdat al heel snel bleek hoe complex het verschijnsel onvrede is: de wereld laat zich niet verdelen in tevredenen en ontevredenen. Bij de mensen die we spraken was hun onvrede óf sterk gekoppeld aan hun directe persoonlijke omstandigheden óf juist gebaseerd op een abstract negatief wereldbeeld. Bovendien hoefde het gesprek vaak nog geen tien minuten te hebben geduurd, of de nuance nam de overhand.

Want zo ging het vaak: gevraagd naar de zaken waar ze ontevreden over zijn, brandden ze onmiddellijk los en waren de clichés vaak niet van de lucht. Maar heel eventjes doorpraten, en dan ontstond er vaak een milder beeld. Natuurlijk zijn hangjongeren, files en parkeerproblemen vervelend, natuurlijk zouden die wachtlijsten in de zorg er niet moeten zijn. Maar in het algemeen is Nederland een fijn land om in te wonen, en zijn de Nederlanders zelf ook de beroerdste niet.

De zoektocht naar onvrede leverde globaal vier categorieën van ontevreden mensen op.

De eerste wordt gevormd door de mensen die zich beklagen over hun eigen situatie en over de algemene situatie van het land en zijn bestuurders, en zich er om die reden helemaal van hebben gedistantieerd. We zouden hen de gelatenen kunnen noemen. Onverschilligheid lijkt het kernwoord. Vroeger was alles beter, vindt de gelatene. Hij gaat niet meer of hooguit vanuit een wat vaag plichtsbesef naar de stembus, doet eigenlijk nergens meer aan mee en trekt zich terug op zijn eigen vertrouwde terrein, thuis of in het café.

Zoals Arie uit Amersfoort, die avond na avond in zijn stamkroeg zit: „Zolang ik hier in de kroeg met de andere jongens míjn biertje kan drinken en mijn potje kan biljarten, vind ik het allang mooi.” Van enige politieke interesse is bij deze groep eigenlijk geen sprake.

Dat geldt niet voor de tweede categorie, de teleurgestelden. Die voelen zich wel degelijk betrokken bij de samenleving, denken ook mee over een mogelijke oplossing van problemen. Tegelijkertijd heeft deze categorie al lang geleden het vertrouwen verloren dat de overheid, of die nu lokaal of landelijk is, in staat is om problemen op te lossen.

De Ridderkerkse huismeester Hans Zondervan vertelde erover, op zijn vaste vakantiestekje op een camping in Katwijk aan Zee. „Er wordt gepraat, er wordt nog weer eens een commissie ingesteld, er wordt nóg een keer overlegd. Er wordt niet doorgepakt, er is geen daadkracht.” Als Fortuyn nog had geleefd, had het er heel anders uit gezien, is Zondervans vaste overtuiging. Richtinggevende politiek, daar zegt deze groep behoefte aan te hebben. Van Verdonk, die de mensen vraagt wat ze willen dat zij doet, moeten ze niets hebben. „Waar is de politicus die zegt: en zó gaan we het doen?”

Een derde categorie constateert de problemen van de samenleving, maar laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Zo kwam er een Amsterdamse drogist aan het woord die objectief gezien alle reden had om te klagen: alle andere kleine middenstanders in zijn straat zijn weggeconcurreerd door supermarkten en grootwinkelbedrijven, de buurt gaat gebukt onder parkeerproblemen en zijn klanten gedragen zich vaak verwend en vervelend. Maar hij houdt de moed erin. Hij runt de winkel omdat hij dat leuk vindt en blijft trouw zijn aloude sociale functie van middenstander en buurtbewoner vervullen, in de overtuiging dat dat zo hoort en in de hoop dat andere mensen zich ook zo gaan gedragen. Deze categorie zou die van de stoïcijnsen kunnen worden genoemd.

De bewoners van de Zwolse Vinex-wijk Stadshagen passen eveneens in deze categorie, maar hier spelen ook praktische omstandigheden mee: de wijkbewoners zijn vaak tweeverdieners met jonge kinderen en hebben het veel te druk met het leven van alledag om zich op te winden over wat niet goed gaat in de samenleving. „Ze stemmen wel”, vertelde een Stadshagenaar, „dat is tenslotte je plicht, maar ze binden dat niet aan de hoopvolle verwachting dat alle problemen spoedig worden opgelost. Ze brengen hun stem uit, zeggen wat ze van bepaalde ontwikkelingen vinden, en moeten daarna snel verder met al hun drukke bezigheden.”

Een vierde categorie mensen die we ontmoetten is eveneens ontevreden, maar slaagt er opmerkelijk goed in om die onvrede om te zetten in actie om de situatie te veranderen of er zelf beter mee te kunnen leven. Blijmoedigen, zouden we ze kunnen noemen. Een vrouw die zich vreselijk opwond over de manier waarop de overheid de leefomgeving verkwanselde, leverde met aanhoudende maar ook constructieve kritiek belangrijke bijdragen aan bijvoorbeeld betere oplossingen voor de hogesnelheidslijn. Een heel ander voorbeeld is de man die zich kapot ergerde aan de Nederlandse belastingen; als jurist verdient hij nu veel geld met het helpen van ondernemers om aan belastingen te ontkomen.

Onvrede doet zich in alle lagen van de bevolking voor, en wordt op tal van manieren beleefd, variërend van totaal ongefundeerde scheldpartijen tot weldoordacht of door concrete feiten onderbouwd ongenoegen. De klacht van premier Balkenende –„Over alles wat goed gaat, en dat is heel veel, hoor je de mensen niet”– gaat bij velen niet meer op als je wat langer met ze praat. Er is ook oog voor wat goed gaat, ondanks de onvrede.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden