De ongekende goedgeefsheid van pausen

Wij weten niet wat het echtpaar Piggelmee uit de Keulse Pot ertoe bewogen kan hebben bij hun eindeloos gesoebat om maatschappelijke verbetering ook de ambitie uit te spreken om paus te mogen worden (in de ene versie laat vrouw Piggelmee het haar ongeemancipeerde man voor zichzelf vragen, in de andere vraagt hij het voor haar); een gezien hun gehuwde staat nauwelijks voor de hand liggende roeping. Misschien was het wel de aan de pontificale functie verbonden hebbelijkheid om op eigen houtje adel te verlenen.

Jazeker, tot de vele privileges die pausen zich in de loop der eeuwen zijn gaan toemeten, behoorde ook het recht van adelsverlening, een bezigheid die nog in het Verdrag van Lateranen uit 1929 nadrukkelijk is vastgelegd en bestendigd. Dat Zijne Heiligheid kerkelijke ridderorden, onderscheidingen en eretitels uitdeelt, zoals Buitengewoon Kamerheer met Kap en Degen (titels die verbonden zijn aan het pauselijk hof) moge bekend zijn, maar dat hij zich ook als eenmansridderschap heeft opgeworpen weten slechts ingewijden.

In een drietal artikeltjes over de 'Pauselijke adel in Nederland na het herstel van de kerkelijke hierarchie in 1853', gepubliceerd in 'De Nederlandsche Leeuw' heeft mr. dr. V. A. M. van der Burg (in zijn vrije tijd lid van de Tweede Kamer der StatenGeneraal voor het CDA) deze allerwegen veronachtzaamde en verzwegen goedgeefsheid der pausen weer onder de aandacht gebracht.

Dat de paus zich gedurende het bestaan van de Kerkelijke Staat het recht van adelsverlening permitteerde is niet zo vreemd, omdat hij toen immers ook als wereldlijk vorst regeerde. Maar ook na de ondergang van de Kerkelijke Staat in 1870 bleef hij adeldom schenken - aan rooms-katholieke geestelijken, maar ook aan leken. Pas na het Tweede Vaticaanse Concilie is de adelsverlening stijlzwijgend stopgezet.

Erfopvolging

De pauselijke adel kent nogal wat titels, die niet onderdoen voor die der wereldlijke adel. Zo kan men pauselijk of Romeins hertog, markies, graaf, baron, patricier of burger worden. Aan r.-k. geestelijken worden deze titels uiteraard der zaak persoonlijk, dus zonder het recht op erfopvolging verleend, maar leken kunnen eventueel ook hun nageslacht met zulke pauselijke adel plezieren.

In mijn verhandeling over Theodorus, koning van Corsica (O. O., 3e jaargang nr. 25), memoreerde ik dat deze operettevorst zich onder meer tooide met de titel 'Romeins graaf'. Ook Wolfgang Amadeus Mozart werd door de paus in de adelstand verheven en mocht zich op zeker moment Ritter von Mozart noemen, maar hij heeft van dit recht nooit gebruik gemaakt. Een bekende Ne derlander die in vroeger dagen door de paus geadeld werd (in dit geval Clemens VIII, in 1599), was Gijsbertus Vossius, geneesheer te Amsterdam.

Aan sommige rooms-katholieke functies zijn automatisch adellijke titels verbonden. Zo zijn de assistent-bisschoppen bij de pauselijke troon uit dien hoofde ook Romeins graaf. Dat geldt dus ook voor de Nederlandse bisschoppen na 1853. De laatsten die een verzoek indienden om assistent-bisschop, en daarmee ook pauselijk graaf, te mogen worden, waren in Nederland de bisschoppen mgr. A. F. Diepen (1860-1943) van Den Bosch en mgr. P. Hopmans (1865-1951) van Breda.

Voorts verkrijgt men pauselijke adeldom door het aannemen van een enkele pauselijke ridderorde, namelijk die der grootkruisdragers in de Orde van Pius IX. Hier is de spoeling tamelijk dun want deze orde wordt alleen rooms-katholieke staatshoofden opgespeld. De voormalige president van de Ierse Republiek, De Valera, kreeg hem ooit, evenals (met voorbijgaan van het protestantse staatshoofd Wilhelmina) onze eigen minister-president Ruys de Beerenbrouck toen hij aanwezig was in Rome bij de heiligverklaring van Petrus Canisius in 1925.

Leges

Pauselijke adel treft men veel aan in Frankrijk en Belgie. Voor niks gaat ook hier de zon op. Pas na een soort leges betaald te hebben, verkrijgt men zijn adellijke titel.

In, het ook wat adeldom betreft schappelijke, Belgie heeft men voor die prijs met zijn pauselijke adelstitel wel kans ook nog door de Belgische adel erkend en ingelijfd te worden. In Nederland wil de Hoge Raad van Adel er niet aan, omdat de omstandigheden waarin pauselijke adel wordt verleend te zeer verschilt van de onze.

Zo verzocht de Maastrichtse aardewerkfabrikant Petrus Regout in 1873 om in de Nederlandse adelstand verheven te worden, met als argument dat hij ook al bezig was Romeins graaf te worden. Het baatte niet. En de Nederlandse leden van het Belgische geslacht De Grelle, waarvan de stamvader in 1852 door de paus tot Romeins graaf werd verheven om vervolgens een jaar later daarmee ook Belgisch graaf te worden, moeten het in Nederland slechts met het predikaat 'jonkheer' stellen, waarachter tussen haakjes de toevoeging 'Belgisch graaf'.

Dreesmann

Een curieuze Romeinse graaf was de zoon van Anton Dreesmann, oprichter van Vroom & Dreesmann, W. J. R. Dreesmann (1886-1954). Hij werd vanwege zijn bemoeienissen met het Eucharistisch Congres in Amsterdam in 1924 (hij had onder meer de kardinaal-legaat W. M. van Rossum logies verschaft) door Pius XI tot Romeins graaf verheven. Dreesmann liet zich deze titel ook welgevallen en wordt sedertdien in diverse verslagen dan ook genoemd als 'W. J. R., graaf Dreesmann'.

Dat er niet zo vreselijk veel Nederlanders voor het verkrijgen van pauselijke adel zijn voorgedragen (dat kan alleen gebeuren door de bisschop tot wiens diocees men behoort) wijt Van der Burg aan het feit dat men tot 1983 toestemming aan de Kroon moest vragen om vreemde adeldom en ridderorden aan te nemen.

De doctoren van de paus

Naar aanleiding van deze pauselijke adelsverleningen vroeg het bestuur van het Genootschap zich af of de paus wellicht ook ooit wetenschappelijke titels, zoals doctoraten, heeft uitgedeeld.

Onze belangstelling voor deze kwestie was gewekt door het artikel dat in de Sijthoff-encyclopedie uit de jaren tachtig van de vorige eeuw gewijd is aan de r.-k. letterkundige J. J. F. Wap (1806-1880), over wie men daar leest: 'Hij maakte in 1837 een reis naar Rome waar hem in mei van dat jaar in 's pausen naam de bul van doctor in de wijsbegeerte geschonken werd.'

Wat Joannes Jacobus Franciscus Wap allemaal voor zijn doctorstitel heeft moeten doen is niet zo eenvoudig na te gaan, maar de vrees dat de paus hier voor solouniversiteit speelde is ongegrond. In het Nieuw Biografisch Woordenboek lezen we over dr. Wap: 'Intussen had Wap in 1837 een reis naar Rome gemaakt, die hij in twee delen, met een platen-atlas, heeft beschreven en uitgegeven. Daar verkreeg hij de bulla van doctor in de wijsbegeerte aan de 'Sapienza', de katholieke hogeschool.'

Bedoeld wordt de Universiteit van Rome, sinds de tweede helft der zeventiende eeuw ook wel 'Sapienza' genoemd. Het kan dat de dienstdoende paus Gregorius XVI persoonlijk een vinger in de pap heeft gehad bij Waps doctoraat maar de Universiteit van Rome ressorteerde niet onder de Heilige Congregatie van Seminaries en Universiteiten.

Ongunstig

Hoe het zij, de 'Sapienza', waarvan de New Catholic Encyclopedia meldt dat ze na 1824, dus vlak voor Waps doctoraat, een totale hervorming onderging, stond niet overal even gunstig bekend.

Zo schampert dr. Jan Romein in 'Erflaters onzer beschaving' als volgt op dr. H. J. M. A. Schaepman, die door zijn geloofsgenoten, die alles in het werk stelden om te emanciperen, graag met titel en al werd genoemd:

"Zo'n titulatuur pleegt zich niet door te zetten wanneer de drager ervan daarin niet graag voorgaat en de aansprekers niet graag volgen. Het is te tekenender in dit geval omdat het met 's mans doctorsgraad niet eens helemaal pluis was. Hij behaalde hem in Rome en niet aan de Gregoriana, waar hij eigenlijk studeerde, maar aan de 'Sapienza', waar het nog minder tijd kostte. Een proefschrift van hem zoekt men dan ook vergeefs, waarmee overigens niets ten nadele van zijn geleerdheid gezegd wil worden."

De genoemde Pontificia Universita Gregoriana is wel een pauselijke universiteit en werd door Pius XI 'de ware en juiste universiteit van de paus' genoemd. Amerikaanse universiteiten gaan prat op het aantal presidenten dat ze hebben afgeleverd, de Gregoriana beroemt zich erop de opleiding te hebben verzorgd van liefst zes gecanoniseerde heiligen, dertig zaligverklaarden en dertien pausen.

Enfin, Schaepman behaalde zijn doctoraat dus niet daar, maar aan de 'Sapienza'. Maar helemaal voor niks kreeg hij het toch niet want, lezen we in het Nieuw Biografisch Woordenboek: "In 1868 ging hij naar Rome en promoveerde daar in 1869 tot doctor in de theologie op een serie beschouwingen over de Honoriuskwestie."

Kerkleraar

Al met al is ons van eigenhandige verlening van doctorstitels door de paus niets bekend. De enige doctorstitel die de paus distribueert is die van 'Doctor Ecclesiae', oftewel kerkleraar. Maar die is zo exclusief dat Wap noch Schaepman, ondanks hun mooie werk, ervoor in aanmerking komt.

Men moet er namelijk minstens kanoniek heilige voor zijn. Zo is deze, tot nu toe altijd helaas postuum toegekende titel, slechts van toepassing op dertig personen, onder wie grootheden als Augustinus, Gregorius de Grote, Thomas van Aquino en Johannes van het Kruis.

De enige Nederlander in dit exclusieve gezelschap is de in de eerste verhandeling reeds genoemde Nijmeegse burgemeesterszoon Petrus Canisius.

Wat is een heilige stoel?

Het ANP meldde blijkens Trouw 15 februari 1992 over mgr. dr. A. J. Backis, tot eind februari nog nuntius (pauselijk ambassadeur) in Den Haag.

Dat is niet correct. Backis was geen nuntius, maar pro-nuntius, zoals vermeld in de Nederlandse Staatsalmanak 1991 bij de opgave van de buitenlandse vertegenwoordigingen in Nederland, onder het hoofd 'Heilige Stoel'.

HEILIGE STOEL.

Apostolische Nuntiatuur, Carnegielaan 5, 2517 KH 's-Gravenhage; tel. 070 3503363/3504319.

Apostolisch pronuntius: monseigneur Audrys J. Backis

Merkwaardig is dat bij de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland in diezelfde almanak die 'Heilige Stoel' wordt weergegeven als: 'Vaticaanstad' (de Staat). Zo staat het in de almanak:

VATICAANSTAD.

Ambassade Piazza della Citta Leonina 9, 00193 Roma

Btgw en gvm ambassadeur: mr. S. J. J. baron van Voorst tot Voorst.

Honorair ambassaderaad voor kerkelijke aangelegenheden (conseiller ecclesiastique honoraire):

dr. M. P. M. Muskens

Vanwaar geen nuntius? Vanwaar geen 'Heilige Stoel'? Wij stuiten hier op een oude controverse. In Nederland geen nuntius, want Nederland wenst niet de eerste rechten te geven aan de 'pauselijke ambassadeur' (heel aardig om zo de keuze tussen Heilige Stoel en Vaticaanstad te omzeilen!). In landen immers waar deze diplomatieke vertegenwoordiger de rang van nuntius heeft, is hij als zodanig deken van het corps diplomatique. (Als reden daarvoor wordt gegeven dat hij de vertegenwoordiger is van 'de oudste staat'; een bestrijdbare stelling, want wanneer begin je te tellen?)

Daarom in Nederland geen nuntius, maar een pro-nuntius; niet eens een bestaande rang, maar betekenend: in-plaats-vannuntius. Vroeger was het: internuntius.

En dan: 'Heilige Stoel' of 'Vaticaanstad'?

De een zal het niet gebruiken van de officiele naam: Heilige Stoel (in het Haagse telefoonboek: Saint-Siege) onhoffelijk achten, de ander zal het een principiele keuze vinden.

Volgens het kerkelijk wetboek betekent de Heilige of Apostolische Stoel de aanduiding van de paus als opperherder samen met congregaties, tribunalen en bureaus door middel waarvan de paus de kerk bestuurt - tenzij uit de context blijkt dat de paus alleen is bedoeld.

Oorspronkelijk waren er meer van die stoelen, namelijk alle bisschopszetels die door de apostelen zouden zijn gesticht. In de loop van de geschiedenis is dit in het Westen beperkt tot de stoel van Petrus te Rome.

Anderen spreken liever als het om diplomatieke vertegenwoordiging gaat van de tot Vaticaanstad beperkte kerkelijke staat waarvan de paus het hoofd is.

Nuntius?

Toen in 1870 de kerkelijke staat ophield te bestaan werd kort daarop het Nederlandse gezantschap aldaar opgeheven. Tijdens de eerste wereldoorlog werd het gezantschap tijdelijk hersteld, als 'luisterpost', wegens de betekenis van het Vaticaan als diplomatiek centrum.

Het is de Nederlandse regering na die oorlog niet gelukt het gezantschap blijvend te maken. Op 11 november 1925 slaagde een Tweede Kamermeerderheid er in het gezantschap op te heffen door het betrokken artikel in de begroting van het ministerie van buitenlandse zaken met 52 tegen 42 stemmen te schrappen. (Een gebeurtenis, bekend als 'de nacht van Kersten' en de inleiding tot een kabinetscrisis die duurde tot maart 1926).

Sindsdien was er geen Nederlandse vertegenwoordiging bij de paus, ook niet toen in 1929 Mussolini en paus Pius XI het verdrag van Lateranen sloten, waarbij de Citta Vaticana, 44 hectare groot als zelfstandige, neutrale en onder de soevereiniteit van de paus staande staat werd erkend.

Nadien is vanuit Nederland gepoogd de vertegenwoordiger bij het Quirinaal ook bij het Vaticaan te accrediteren maar dat accepteerde het Vaticaan niet.

Pas in de tweede wereldoorlog kon de regering in Londen - zij het moeizaam - besluiten tot herstel der betrekkingen. Toen het Vaticaan hierover in 1940 werd benaderd, was het antwoord dat niet werd ingezien hoe dit denkbeeld gerealiseerd kon worden. Mussolini zou daar wel niet mee instemmen!

Pas in 1943 dacht het Vaticaan sterk genoeg te staan om de Nederlandse regering te laten weten dat het opnieuw een Nederlandse gezant wilde ontvangen. Het kabinet aanvaardde toen het denkbeeld over te gaan tot instelling van een gezantschap bij de Heilige Stoel(!).

De moeilijkheid was echter voor dit besluit de instemming van koningin Wilhelmina te verwerven. Dat had nog heel wat voeten in de aarde. De toenmalige minister van buitenlandse zaken, Van Kleffens, had als argument tegenover de koningin o. a.: "Majesteit, als u een vertegenwoordiger krijgt bij iemand die door talloze Nederlanders als de duivel beschouwd wordt (Stalin!) dan kunt u er toch ook wel een hebben bij de Paus die voor een derde van uw volk als de stadhouder van Onze Lieve Heer op aarde beschouwd wordt."

W. A. Visser 't Hooft in Geneve werd zelfs gevraagd naar de vermoedelijke reactie van Protestants Nederland. Van Kleffens liet in een nota aan de koningin o. a. weten dat Visser 't Hooft had meegedeeld dat hij ervan overtuigd was dat protestants Nederland begrip zou hebben voor het herstel van de gezantschapspost bij het Vaticaan.

De koningin gaf daarop toe en tekende in 1944 de geloofsbrief van de eerste Nederlandse gezant bij het Vaticaan na 1925, (de protestant) jhr. mr. M. W. van Weede. Van Kleffens was er aanvankelijk niet zeker van dat de koningin dit zou doen; de positieve mededeling die hij daarover kreeg leidde bij hem tot 'grote vreugde'.

Opmerkelijk is dat de vertegenwoordiger van Nederland bij het Vaticaan tegenwoordig de rang van ambassadeur heeft, maar de vertegenwoordiger van de Heilige Stoel in Nederland is daarmee nog geen nuntius!

Koninklijke ganzenveder

Koningin Beatrix mag dan, volgens de Rijksvoorlichtingsdienst, in geen enkele op de beurs genoteerde onderneming meer dan vijf procent van de aandelen bezitten - met haar voorvader koning Willem I lag dat anders. Willem I had zich niet kunnen onttrekken aan de Wet meldingsplicht, als die in 1824 al van kracht was geweest. De nieuwe wet schrijft publikatie van vijf procents belangen voor. Willem bezat in de pas opgerichte Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) 10,8 procent van de aandelen.

De NHM was gesticht om de handel op Nederlands-Indie nieuw leven in te blazen. Willem I was niet de intiatiefnemer, maar wel een van de stichters van de nieuwe onderneming. En daar beperkte zijn bemoeienis zich niet toe. De vorst garandeerde de aandeelhouders 25 jaar lang een dividend van 4,5 procent. Volgens de biografie over Willem I van de hand van L. J. Plemp van Duiveland, door de NHM uitgegeven bij haar 125-jarig bestaan, was 4,5 procent zeer aantrekkelijk in een tijd dat kapitaalbezitters zelden meer dan drie procent rente kregen. De inschrijving op de aandelen was dan ook een groot succes. De NHM begon met het voor die tijd ongehoord grote aandelenkapitaal van 37 miljoen gulden waarvan de koning vier miljoen voor zijn rekening nam. Aanvankelijk leed de jonge NHM verlies en moest Willem uit eigen zak de dividendgarantie waar maken. In de jaren na 1830 verdiende hij echter dik aan het bedrijf. Of Beatrix nog steeds aandelen bezit in de ABN Amro bank - via de ABN een voortzetting van de NHMis onbekend. Mogelijk heeft Willems opvolger, de spilzieke koning Willem II, de aandelen al verkocht om zijn grote schulden te delgen. Schulden die hem er toe brachten uit zijn prive-bezit Rembrandts te verkopen aan de Russische tsaar. Ze hangen nog in de Hermitage in St. Petersburg.

Shell

Ook over het vermeende aandelenbezit van het koninklijk huis in Shell is geen bewijs te vinden. Koning Willem III behoorde niet tot de oprichters, die elk een of meer aandelen namen. Een aanwijzing dat hij geen financieel belang had, is te vinden in de brief van zijn secretaris waarin aan de Nederlandsche maatschappij tot exploitatie van petroleumbronnen in Nederlandsch-Indie het predicaat 'Koninklijke' werd verleend. In die brief uit 1890 staat dat de koning het predicaat verleent "onder voorwaarde dat hierin, ook voor de toekomst, slechts zal worden gezien een bewijs van Zijner Majesteits zedelijken steun."

In zijn boek over de geschiedenis van Koninklijke Olie schrijft dr. C. Gerretson dat de oprichting van het oliebedrijf bijna een onwelkome vertraging opliep omdat Willem III naliet de statuten goed te keuren. De koning, in zijn laatste levensjaar (hij overleed in november 1890) had steeds meer moeite met het dagelijks tekenen van stapels staatsstukken. "Men wist het en men resigneerde; wat zou men anders doen" , verzucht Gerretson diplomatiek. Enige druk was nodig en op 28 mei 1890 "schonk de koninklijke ganzenveder aan de Koninklijke maatschappij haar wettelijk aanzijn" , aldus Gerretson.

VAN HET BESTUUR

Ons moffen-feuilleton

Het woord mof (soms negatief, een andere keer neutraal, zelden positief gebruikt) blijkt heel wat afnemers bezig te houden. Er zijn de afgelopen weken vele, zeer vele reacties binnengekomen, waarvan enkele op hun beurt weer een nader onderzoek vragen.

Omdat wij deze week echter de gelegenheid niet wilden missen om nu eens allerlei onvermoede aspecten van het pausschap te belichten, heeft het bestuur besloten het deze week zonder een aflevering van ons moffenfeuilleton te doen. Maar volgende week is het zover!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden