De ongebruikelijke fans van Mahler

interview| Heddy Honigmann koos drie steden uit die het jubilerende Concertgebouworkest vorig jaar op zijn wereldtournee aandeed en filmde er musici en bezoekers. Zo ontstond een documentaire over de kracht van muziek. De film opent vanavond het documentairefestival Idfa.

Ik wilde niet alleen een film maken over het Koninklijk Concertgebouworkest en de unieke wereldtournee die het vanwege zijn 125-jarige bestaan maakte", zegt Heddy Honigmann. "Ik wilde vooral een film maken over de bezoekers van het orkest, en over de fantastische orkestmusici. Musici voor wie muziek zo vanzelfsprekend is, maar die met hun uitzonderlijke gave bezoekers in het hart kunnen raken. Die bezoekers wilde ik niet zoeken in Amsterdam Zuid. Juist niet. Ik wilde mensen in beeld brengen die niet voor de hand liggen, personen van wie je het niet zo snel verwacht dat ze van klassieke muziek houden. Na afloop van de film moet je zin hebben om naar het Concertgebouworkest te gaan luisteren. Die zin kun je krijgen door de ogen en oren van de bijzondere personages die ik in mijn film opvoer. Mijn zoon - geen liefhebber van klassieke muziek - was de eerste die de film zag en zei na afloop: 'Nou mam, als er een keer iets bijzonders is in het Concertgebouw, dan meld ik me'."

Musici en luisteraars, en uiteraard de muziek die hen verbindt. Ze vormen de rode draad in 'Om de wereld in 50 concerten', de film van Heddy Honigmann die vanavond het International Documentary Filmfestival Amsterdam opent (Idfa). De Peruaans/Nederlandse documentairemaakster is speciale gast op het Idfa. Er wordt een retrospectief van haar films vertoond, ze geeft een masterclass en stelde een persoonlijke documentaire-toptien aller tijden samen.

Haar nieuwste film moest ze een half uurtje komen pitchen. Dat was Honigmann niet gewend. "Ik kwam vijf minuten te laat en zag vluchtig een paar gezichten die op me zaten te wachten. Men stelde geen vragen, maar de opdrachtgevers - het Concertgebouworkest en de Avro - verwachtten dat ik zelf ging praten. Ik had gelezen dat het orkest op de wereldtournee Soweto zou aandoen en ik vertelde dat ik kinderen voor me zag die naar binnen wilden om het orkest te horen spelen en dat ik daarna met enkele kinderen wilde praten, dat het me te doen was om de ontmoeting met de bezoekers. Toen ik uitgepraat was, zei iemand dat orkestdirecteur Jan Raes nu de tijd kon nemen om er over na te denken. Maar meneer Raes riep dat hij helemaal niet na hoefde te denken. Hij had mijn film 'O Amor Natural' gezien en hij sloeg meteen aan op mijn idee. Ik kon verder. Toen ging ik nadenken op welke manier ik de film echt van mij zou kunnen maken en begon de zoektocht naar de toeschouwers en de juiste musici."

undefined

Volksmuziek

De film opent in een leeg Concertgebouw. Slagwerker Herman Rieken praat over de Zevende symfonie van Anton Bruckner waarin de componist in een van de versies één enkele slag met de bekkens voorschrijft. Eentje maar, meer niet, in een symfonie die ruim een uur duurt. Rieken vertelt over het wachten, het naderende moment, het opstaan, het pakken van de bekkens, het gevoel dat alle ogen op hem gericht zijn. Allengs snijdt Honigmann meer van de bewuste muziek eronder en voert zo samen met Rieken de spanning op. Als de muziek aanzwelt naar de climax, slaat Rieken de bekkens in die lege zaal tegen elkaar. Beeld en geluid vallen exact samen. Het is een machtig mooi begin.

"Een goede musicus valt bijna nooit tegen als hij muziek maakt, maar een verhaal vertellen is toch wat anders. Dat pakt soms behoorlijk teleurstellend uit. Ik wist meteen dat het verhaal van Herman over die bekkenslag het begin van de film moest zijn. Noem het intuïtie. Dit begin bepaalde tegelijkertijd wat ik wel en niet kon doen in de film. Zo ontstonden vorm en volgorde. Drie musici die de afzonderlijke delen van de film openen: met Herman naar Buenos Aires, met fluitist Kersten McCall naar Soweto en Pretoria en met contrabassist Dominic Seldis naar Sint Petersburg.

"Die steden hebben mijn keuze bepaald ja, maar ook de verschillende concertprogramma's die het orkest zou gaan spelen. Ik vind de Eerste symfonie van Mahler toegankelijker dan zijn Achtste. En het Vioolconcert van Tsjaikovski, daar hield ik als meisje al van. In Soweto, de plaats waar wij als eerste aanwezig waren met de camera's, hebben we banden gesmeed met de verschillende musici. Zo kwam ik aan Dominic. Hoe hij in de film over de Tiende symfonie van Sjostakovitsj vertelt, dat is ongelofelijk meeslepend. Ik heb 21 minuten aan materiaal met hem gedraaid en in een andere film had ik dat beslist allemaal laten zien. Misschien zegt het genoeg dat iedereen van de crew inmiddels die Sjostakovitsj-symfonie heeft aangeschaft.

"Van Kersten McCall kreeg ik een ander mooi cadeau toen hij begon te vertellen over zijn liefde voor volksmuziek en liedjes. Zo blijkt hij 'Aan de Amsterdamse grachten' erg mooi en ontroerend te vinden, en op mijn verzoek begint hij het in de film op zijn fluit te spelen. De grote liefhebber van klassieke muziek, wiens lievelingsmuziek 'Aus Liebe' uit de 'Matthäus-Passion' is, die moet huilen om 'Aan de Amsterdamse grachten'. Schitterend vind ik dat. Door zijn verhaal zijn wij natuurlijk ook naar het Prinsengrachtconcert gegaan, waar het orkest vorig jaar de hoofdattractie was. Het was niet de bedoeling om daar te filmen, maar door dat verhaal van Kersten moesten we erheen, omdat dat lied daar altijd als afsluiting gespeeld wordt. Dat is het mooie aan het proces van documentaires maken, dat je soms zaken op een presenteerblaadje krijgt aangeboden."

undefined

Een echte glimlach

Met behulp van verschillende mensen vond Honigmann in Zuid-Afrika, Argentinië en Rusland de personages aan de ontvangende, de luisterende kant; de mensen wier hart door de muziek geraakt wordt. Met sommigen hield ze een voorgesprek, bij anderen had ze genoeg aan een gezicht. Toen ze beelden op internet bekeek van de Soweto Marimba Youth League, zag Honigmann een meisje meespelen met een 'echte glimlach'. Ze wist meteen dat zij deze Portia voor de film wilde spreken. Andere personages vielen weer af omdat ze het niet haalden bij de spontaan vertellende Michael Masote, een oude vioolleraar die vroeger als zwart jongetje Yehudi Menuhin had zien spelen en die dat ook wilde leren. Na lang zoeken mocht hij in het land van de apartheid bij een blanke, Joodse vioolleraar wél door de voordeur naar binnen - Joden en zwarten hadden volgens de leraar immers hetzelfde leed geleden. Masote vertelt het onaangedaan.

Muziekliefhebbers die niet zo voor de hand liggen, naar hen was Honigmann dus op zoek. In Buenos Aires kwam ze een taxichauffeur op het spoor. "Ik droom vaak vooraf over de personages in mijn films. Zo droomde ik van een taxichauffeur die als geen ander het geluid van de stad kende. Een vriendin uit Peru die Buenos Aires bezocht, heb ik gevraagd om zo veel mogelijk met taxi's te reizen, te luisteren en te praten. Na drie dagen vond ze onze chauffeur, die in zijn taxi naar klassieke muziek luistert om aan het vulgaire van het dagelijkse leven te ontsnappen. Zo noemt hij dat: vulgair. Klassieke muziek voorkomt dat hij zelf vulgair wordt. De kaartjes voor het concert dat het Concertgebouworkest in het chique Teatro Colón gaf, heeft hij zelf gekocht. We hebben ze aangeboden, maar hij wilde ze niet. Het enige wat hij wilde aannemen was wat geld zodat hij voor de film een nieuw colbert kon kopen."

undefined

Verliefd op Sergei

De camera richt zich op de chauffeur terwijl hij luistert naar Rachmaninov en Mahler. Het proces van muziek die binnenkomt in beeld gevangen. Aan het eind van de film is er nog zo'n moment. We zien de oude Sergei Bogdanov na beluistering van de Tweede symfonie van Mahler in Sint Petersburg. Hij veegt een traan uit zijn ooghoek weg. De camera staat precies goed, al heeft dat volgens Honigmann heel wat voeten in de aarde gehad. Ze heeft voor die plekken moeten vechten. Ze roemt de bodes van het orkest, die haar in veel concertzalen geholpen hebben met het mogelijk maken van de juiste shots.

"Ik ben onmiddellijk op Sergei verliefd geworden, op hem als personage. Hij kwam in beeld toen we in Sint Petersburg een vereniging vonden van mensen die van klassieke muziek houden. Hij woont in een klein flatje, een bunker eigenlijk. De flatgebouwen moeten nodig onderhouden worden, maar niemand interesseert zich er nog voor. Daar in dat flatje vertelt Sergei over zijn moeder en zijn vrouw, over Stalin en Hitler. Een verhaal van verlies en van troost via de muziek. Dat laatste lange shot van hem tijdens het slotapplaus is aangrijpend. Sergei lijkt daar voor mij doorzichtig te zijn geworden. Teer is misschien een beter woord. Hij is vanavond bij de officiële première aanwezig. Ik hoop dat hij een donderend applaus krijgt."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden