De onderwijserfenis van Blair en Brown

Gordon Brown, vorige week vrijdag, tijdens een bezoek aan een lagere school in Sherwood. ( FOTO REUTERS) Beeld
Gordon Brown, vorige week vrijdag, tijdens een bezoek aan een lagere school in Sherwood. ( FOTO REUTERS)

Tony Blair beloofde in 1997 bij zijn aantreden als premier van Groot-Brittannië een ’nieuw tijdperk’: goed onderwijs voor iedereen, minder armoede en een eerlijkere samenleving. Na dertien jaar Labour blijkt de werkelijkheid anders.

Maaike Veen

Opgesteld in keurige rijen staan de leerlingen van Mossbourne Community Academy in hun grijze schooluniformen met een rode bies op het schoolplein te wachten tot hun leraar hen klas voor klas binnenlaat. Er heerst strakke discipline op deze middelbare school in Hackney, één van de armste stadsdelen in Londen en het Verenigd Koninkrijk. Het moderne schoolgebouw, ontworpen door de bekende architect Richard Rodgers – dat met zijn rood, gele en blauwe vleugels en strakke lijnen aan Mondriaan doet denken – is een oase in een stedelijke jungle. Het is een eilandje ingeklemd tussen een park, spoorbaan en troosteloze sociale woningbouw, waar veel arme, onaangepaste gezinnen wonen. Op steenworp afstand ligt ’Murder Mile’ (Lower en Upper Clapton Road). De weg heeft zijn lugubere naam te danken aan de vele moorden die er plaatsvinden.

Mossbourne was in 2004 één van de eerste academies van ’New Labour’. Op de plek waar zich eens de ’slechtste school van het land’ (in 1995 gesloten) bevond, staat nu een school die volgens alle ranglijsten van de onderwijsinspectie behoort tot de beste middelbare staatsscholen in het land.

„We zijn beoordeeld als ’uitstekend en binnen die categorie als ’exceptioneel’”, zegt schoolhoofd Michael Wilshaw trots. „Onze resultaten zijn beter dan veel scholen in betere buurten.”

’Onderwijs, onderwijs, onderwijs’ was Tony Blairs mantra toen hij in 1997 aan de macht kwam. Onderwijs stond centraal in Labours belangrijkste streven voor een gelijkere en rechtvaardiger samenleving. ’Een ladder voor sociale mobiliteit’ in Gordon Browns woorden. Overal in het Verenigd Koninkrijk staan de vruchten van Labours investeringswoede in het onderwijs en de gezondheidszorg. Nieuwe scholen, ziekenhuizen, poliklinieken en zogeheten Sure Start Centres. Die moeten zorgen voor de begeleiding en opvang van kinderen en hun ouders in arme wijken nog voor ze naar school gaan.

De schoolresultaten zijn verbeterd, maar onvoldoende. Zo luidt althans de eensgezinde kritiek van ouders tot onderwijsdeskundigen. „Waarom kan ik mijn kind niet op een goede school in de buurt krijgen?”, vroeg een wanhopige vader uit Zuid-Londen tijdens de verkiezingscampagne tegen Brown.

De schoolprestaties zijn bovendien geflatteerd aangezien scholen kinderen drillen voor het halen van testen en er sprake is van cijferinflatie. Volgens internationale rangschikkingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) scoren Britse 15-jarigen voor wiskunde en lezen onder het gemiddelde. Het percentage 16 tot 18-jarigen dat niet op school zit, werkt, of een vakopleiding volgt, is onveranderd gebleven (rond de 10 procent). Scholen onder Labour, zo oordeelde The Economist, zijn er niet in geslaagd om de kloof tussen ’s lands ’haves’ en ’have-nots’ te verkleinen.

„Het hele idee achter de academies, een nieuwe schoolvorm, is om iets te doen aan die kloof”, legt Wilshaw uit. „De scholen komen altijd in achterstandswijken om kinderen uit arme gezinnen betere kansen te bieden.” Zo komt op zijn school, die meer dan 32 miljoen euro kostte, bijna de helft van de kinderen uit zulke gezinnen.

Het belangrijkste verschil met bestaande scholen is dat academies hun geld rechtstreeks van het Rijk krijgen en volledig onafhankelijk opereren van de lokale (onderwijs)autoriteiten. De scholen hebben ook een externe sponsor – liefdadigheidsorganisaties, universiteiten of rijke weldoeners die geld en expertise doneren. In het geval van Mossbourne gaat het om een lokale zakenman die iets wilde doen voor de gemeenschap en de school 2,2 miljoen euro gaf.

Zodra de bezoekende journalisten een klas binnen willen gaan, staan alle leerlingen op om hen te groeten. Voordat de lessen beginnen, zeggen zij een mantra op waarin zij beloven hun best te doen om zo ’hun talent te benutten’. De kinderen worden naar huis gestuurd als hun schooluniform niet netjes is of wanneer ze de verkeerde schoenen aan hebben. Onacceptabel gedrag wordt direct aangepakt: nog dezelfde dag moeten kinderen nablijven, soms ook op zaterdag. Het schoolcurriculum is ouderwets ingedeeld in vakken en de kinderen krijgen relatief veel huiswerk mee. Vaak blijven de leerlingen daarvoor na de lessen op school. Ze moeten nu eenmaal meer uren maken om de achterstand die ze hebben in te halen, zegt het schoolhoofd.

Wilshaw: „Veel leerlingen komen hier om zeven uur ’s ochtends en gaan ’s avonds om zeven uur weer weg. Anders hangen ze maar rond op straat, in een buurt met een slechte reputatie, geweld en bendes. Wij moeten surrogaatouders zijn voor onze kinderen. Wij moeten ze de structuur bieden die ze thuis niet krijgen.”

Lang niet alle academies – er zijn er net iets meer dan tweehonderd in het hele land – presteren zo goed als Mossbourne. Dat is een kwestie van tijd, zegt Wilshaw. Er is veel kritiek op Labours strenge doelstellingen voor scholen, de vele testen en ranglijsten die het onderwijs zouden domineren. Onzin, vindt Wilshaw, die ook door de Conservatieven op handen wordt gedragen. „Het is goed dat scholen verantwoordelijkheid afleggen.”

Ondanks alle extra miljarden die Labour de afgelopen dertien jaar in het onderwijs heeft geïnvesteerd – het budget voor scholen steeg met meer dan 50 procent tot 35,1 miljard euro per jaar – verlaat nog altijd 20 procent van de kinderen de lagere school zonder fatsoenlijk te kunnen lezen en rekenen. „Elk systeem dat slechts in 80 procent van de gevallen de benodigde resultaten haalt, moet veranderen”, stelde Justin King, bestuursvoorzitter van supermarktbedrijf Sainsbury’s, onlangs. De grootgrutter zag zich gedwongen een programma te ontwikkelen om zijn werknemers basis rekenvaardigheden bij te brengen.

Ouders maken zich al voor de geboorte van hun baby zorgen of ze er wel in zullen slagen hun kind op een goede (middelbare)school te krijgen. Daarin is nog altijd geen verandering gekomen. Meer en meer ouders sturen hun kind al op de lagere school naar bijles om hun rekenvaardigheden bij te schaven.

Het verschil in resultaten tussen staats- en privéscholen (zeven procent van de leerlingen volgt privé-onderwijs) neemt bovendien toe. Recente rapporten wijzen verder uit dat ook de sociale mobiliteit onder Labour niet is verbeterd. Kinderen die privé-onderwijs hebben genoten domineren in beroepen als rechter, advocaat, arts en binnen de militaire en ambtelijke top. Zo is 75 procent van de rechters en 45 procent van de topambtenaren naar een privéschool geweest.

Kinderen uit lagere sociale klassen zijn zwaar ondervertegenwoordigd op de universiteit. Volgens een parlementair rapport zou slechts 29 procent van de studenten uit deze klassen komen, terwijl deze groep 50 procent van de jongeren vormt.

Dit jaar doet de eerste lichting leerlingen op Mossbourne eindexamen (vergelijkbaar met het Nederlandse vwo). Het zal de komende jaren duidelijk worden of sommige van hen erin zullen slagen de zware toelatingsprocedures van elite-universiteiten als Cambridge en Oxford door te komen.

Academies als Mossbourne worden als een positieve onderwijshervorming gezien – zowel de Conservatieven als de Liberaal Democraten beloven meer academies te openen. Ook willen zij de Sure Start Centres voortzetten. Maar verder overheerst de onvrede en teleurstelling over het gebrek aan vooruitgang in het onderwijs en het gebrek aan sociale mobiliteit.

De Conservatieven spreken zelfs van een ’gebroken samenleving’ met steeds meer ’gebroken gezinnen’; een samenleving waarin armoede is toe- in plaats van afgenomen, het aantal WAO’ers niet is gedaald, en comazuipen en tienerzwangerschappen (het hoogste aantal in Europa) onvoldoende zijn gedaald.

Het angstaanjagende predicaat ’gebroken maatschappij’ wordt door de meeste deskundigen echter niet overgenomen. „Het is allemaal politiek”, zei een Conservatieve oud-burgemeester van Swindon. Maar het blijft een feit dat er in het land sprake is van hardnekkige armoede, die sinds 2004/2005 licht stijgende is. Labour is er onvoldoende in geslaagd om die te bestrijden.

De Conservatieven, die er naar streven een middenpartij te zijn, claimen nu dat zij de partij voor de armen zijn. 4 miljoen kinderen en 9,5 miljoen volwassenen (waarvan 2 miljoen gepensioneerden) zijn volgens de statistieken arm. Zij hebben een inkomen, meestal gevormd door uitkeringen, en moeten rondkomen met minder dan 60 procent van het modale inkomen. Ofwel: minder dan 226 euro per week.

Wilshaw gelooft echter heilig in de onderwijshervormingen van Labour. „Onze kinderen verdienen het beste, want zij hebben historisch gezien het minst gekregen. Als je als regering sociale verandering en rechtvaardigheid nastreeft, dan moet je daar geld in investeren”, vindt Wilshaw, al geeft hij toe dat de kloof tussen arm en rijk misschien nog nooit zo groot is geweest. Die kloof was echter nog groter geweest zonder de pogingen van Labour om die te verkleinen door belastingmaatregelen en uitkeringsbeleid, zo oordeelde het Instituut voor Begrotingsbeleid, dat de prestaties van de regering analyseerde nu aan haar macht een einde lijkt te komen. De snelle stijging van de inkomensongelijkheid onder Conservatieven wist Labour grotendeels een halt toe te roepen, aldus de onafhankelijke denktank. Alleen de rijken zijn in hoog tempo rijker geworden. Daardoor is de inkomensongelijkheid in 2007/2008 iets hoger dan toen Labour aantrad.

De partij heeft altijd getracht om de armen te helpen zonder de rijken een strobreed in de weg te leggen. Ook heeft Labour de geldmachine in The City, het zakendistrict van Londen, nooit aan banden gelegd door strengere wet- en regelgeving. De belastinginkomsten – op de top van de markt 14 procent van het totaal – had de regering maar al te hard nodig voor haar enorme uitgaven, onderwijs en gezondheidszorg voorop.

Dankzij die enorme overheidsuitgaven – onder toeziend oog van premier Gordon Brown, die tien jaar minister van Financiën was – had de regering geen vet op de botten toen in 2008 de financiële crisis toesloeg. Nu kampt het land met een gigantisch overheidstekort: 11,4 procent van het bruto nationaal product in 2009, een stuk hoger dan in Nederland (5,3 procent). Het Verenigd Koninkrijk, dat tot de crisis meer dan vijftien jaar economische groei genoot, kruipt bovendien langzamer uit de recessie dan andere landen. En de overheidssector bedraagt nu zo’n beetje de helft van de economie.

Geen enkele partij heeft in de aanloop naar de verkiezingen van vandaag precies aangegeven waar de klappen moeten vallen, al is het iedereen duidelijk dat de publieke sector flink zal moeten inkrimpen. En Labour lijkt daarvoor niet de juiste partij, zo denken vele Britten, teleurgesteld als ze zijn nu duidelijk wordt dat de vele overheidsinvesteringen zo weinig hebben opgeleverd.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden