De onderwereld op wielen

De drie Hells Angels die vorige week dood in een beekje zijn gevonden, krijgen vandaag een begrafenis in de stijl van de beruchte motorclub. AFFA! zal het klinken in noord-Limburg: Angel forever; Forever Angel! De Hells Angels zijn zo gesloten als een geheim genootschap. Alleen bij het afscheid van een member geven ze een kijkje in hun wetteloze leven vol rituelen.

Malika el Ayadi en Louis Cornelisse

De wake rond de drie mannen van de Limburgse Nomads wordt vandaag om twee uur opgeheven. Dan stappen de brothers op hun Harley Davidsons om hun geliquideerde makkers naar het familiegraf van de Angels in Sittard te begeleiden. Van alle windstreken komen clubleden. De Hells Angels hebben afdelingen in de Amerika's, Australië, Afrika, Azië en Europa.

Rond de Hells Angels heeft altijd een zweem van romantiek en afgrijzen gehangen. Mannen die ervan dromen hun baan op te zeggen, geen belastingen meer te betalen en het leven te leiden van een desperado. Rijdend over snelwegen, de zon altijd in het gezicht. Maar wie de wereld van de Outlaws betreedt, komt juist in aanraking met ijzeren regels en codes. Anders dan in de 'gewone' wereld zijn de sancties vaak lichamelijk en meedogenloos.

De angstaanjagende rituelen staan beschreven in het boek 'Hells Angels, The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs'. Deze bijbel, van de Amerikaan Hunter S. Thompson, wordt al jaren door (inter)nationale politieafdelingen gebruikt om een blik te werpen in de keuken van de motorclub.

Toetreding tot de club gaat gepaard met een vaste inwijdingsrituelen. Een buitenstaander kan zich daar niet voor aanmelden, maar wordt gevraagd. Nieuwe leden worden gerecruteerd uit zogeheten 'puppetclubs', motorclubs uit de bovenwereld in de buurt van het honk van een plaatselijke Hells Angels-club.

Thompson, één van de weinigen die het vertrouwen won van de rijders, hoorde dat aspirant-leden voor de toetreding bijvoorbeeld de opdracht kregen een vrouw (sheep=schaap) mee te nemen naar de club. Zij moest vervolgens met elk lid 'vrijwillig' seks hebben.

Wie zijn de jongens die een spoor van geweld en drugs achterlaten in de geschiedenis? Volgens de overleveringen stamt het eerste groepje ruige jongens-op-Harleys uit Californië uit 1947. Het waren gevechtspiloten die na de oorlog nieuwe kicks zochten. Ze noemden zich naar een bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog.

Over de groep heerste aanvankelijk een sfeer van eeuwige jeugd en vrijheid. De eerste rijders behoorden tot de 11th Airborne Division (paratroepers) die na de oorlog geen plaats meer vonden in de burgermaatschappij. Op de motor joegen ze hun droom na: aan niets of niemand gebonden avonturen beleven.

Jongeren die in de jaren zestig tegen de stroom in wilden, vonden de helse rijders ontzettend cool. Ook popidool Mick Jagger van The Rolling Stones. Hij huurde in die tijd de ruige jongens in tijdens een concert in Californië. Het was de tijd van de flower-power. Aanhangers daarvan waren niet geschikt voor de ordedienst, Hells Angels wel. Jaggers keuze ontaardde in een rampennacht.

Op het popfestival in Altamont moesten de Angels duizenden opdringende jongeren in toom houden. Bij het horen van Micks stem stroomde de menigte naar voren. De engelen uit de hel deden wat ze dachten te moeten doen. De fans werden tot hun grote schrik hardhandig naar achteren geslagen. De vredelievende sfeer sloeg om en gedrogeerde concertbezoekers kwamen in de verdrukking. Die avond vielen er vier doden.

Het Altamont-concert werd het keerpunt in het imago van de motorclub. Voor het eerst keerde de massa zich af van de ruige jongens, die naar bleek niet voor niets de naam Hells Angels droegen. Sindsdien duikt de club regelmatig op in de pers als het gaat om geweld op poppodia, drugshandel, prostitutie en moord.

Niettemin bleek de aantrekkingskracht onder groepen mannen en enkele vrouwen om zich bij de extreem gewelddadige clubs aan te sluiten groot. Het dragen van de 'colours', het embleem, bleek geen stigma maar een teken van exclusiviteit.

Een code onder Angels is dat opdrachten worden aangenomen zonder vragen. Wie eenmaal lid is krijgt een spijkerjack zonder mouwen. Op de achterkant van dit vestje prijkt het club-embleem: een schedel met vleugels en daarop een metalen helm. Daar boven staan de letters Hells Angels, onder het embleem vaak de stad waar het honk zich bevindt of de clubnaam. Hells Angels wordt overigens opzettelijk zonder apostrof geschreven omdat Hell's Angels suggereert dat er maar één hel is. Volgens de oprichters zijn er meer.

Misschien de bekendste code voor de buitenwereld is dat dit jasje nooit gewassen mag worden. Hoe vuiler het jack, des te meer 'dienstjaren' de drager er op heeft zitten. Naast dit embleem observeerde Thompson verschillende insignes, zoals die van de Luftwaffe.

Ook staan op de jacks soms het cijfer 13, dit verwijst naar de dertiende letter van het alfabet: de letter M. Dit staat voor Marihuana. Motorrijders die het cijfer 13 op hun jack laten naaien, zijn gebruikers van deze drugs. Ook hebben de Angels op hun jasje een ere-insignes waarop 1% staat. Dat betekent dat de rijders niet zijn aangesloten bij landelijke motorverenigingen, maar behoren tot de zelf gekozen Outlaw-groep, die ongeveer één procent van het totaal aantal motorrijders uitmaakt.

Sommige Angels gebruiken insignes met de tekst 'filthy few'. Zij zijn de 'puinruimers' die zich richten op afvallige clubleden of zakenrelaties die hen benadeeld hebben. Slachtoffer Paul de Vries, president van de Nomads, was lid van de filthy few.

Angels dragen één oorbel en rijden op Amerikaanse motoren, zoals Harley Davidsons. Het verlangen om smerigheid tot een groot goed te verheffen uit zich ook in het dragen van lang haar: ongekamd en vaak niet gewassen. Veel leden laten ook een groezelige baard staan. Het enige dat wordt gewassen en gepoetst is de motor. Die moet zelfs glimmen. Daarnaast dragen de rijders hoge zwarte laarzen en donkere zonnebrillen en sieraden, zoals knotsen van ringen met doodskoppen.

Bij de inwijding hoort ook het zetten van tatouages van de initialen van de clubnaam. Eenmaal member verliezen de leden hun echte naam en gaan ze voortaan onder een bijnaam door het leven, zoals bijvoorbeeld Crazy Rock. Een hoog percentage van de leden heeft een strafblad. Vaste vriendinnen van de mannen worden Old Mama's genoemd. Zij rijden niet zelf, maar geen mee achterop. Opmerkelijk is dat veel leden in Nederland min of meer vaste banen hebben. Maar dat salaris is bij lange na niet toereikend voor hun dure hobby.

De Onderwereld op Wielen heeft inmiddels een wereldwijd netwerk en opende in 1975 haar deuren in Nederland. De Amsterdammers van de eerste afdeling kwamen uit de beruchte Kinkerbuurt. Later werden ook honks geopend in Harlingen, Den Bosch en Haarlem.

Een afdeling van de Angels heet een 'charter', soms ook wel 'chapter' genoemd. De afdeling in Oirsbeek (voluit Hells Angels Motorcycle Club (HAMC) Nomads Holland is een officiële charter. De Amsterdamse Angels zijn de 'motherclub' van Nederland, dat in totaal zeven afdelingen kent. Afdelingen worden meestal geleid door een president, een vice-president, een penningmeester en een 'sergeant' die voor de interne orde moet zorgen. De Nomads uit Oirsbeek zijn opgericht in 1986 en hebben ongeveer dertig leden.

De commissie-Van Traa, die in 1993 onderzoek deed naar de georganiseerde misdaad, nam de Angels ook onder de loep. In dat rapport staat dat de Nomads voortkomen uit een afdeling in Heerlen. Door brandstichting raakten zij hun honk kwijt en besloten ze verder door het leven te gaan onder de naam Nomads. Een echt zwervend bestaan leiden ze niet meer. De Nomads hebben onderdak gevonden in een voormalig bordeel.

Volgens de Amsterdamse politie genereren Hells Angels geld uit de handel in verdovende middelen, wapens en protectie. Ook vertelde de politie de commissie-Van Traa dat de Angels in Amsterdam horecapanden opkopen en ander onroerend goed. De rol die de Hells Angels spelen in de drugshandel is nooit helemaal blootgelegd. Toch denkt de politie zeker te weten dat de Angels hun wereldwijde netwerk gebruiken voor het in-en uitvoeren van synthetische drugs en hasj. Hoe ze dat precies doen blijft gissen, omdat Angels een gesloten bolwerk vormen en uit angst voor represailles nauwelijks uit de school klappen.

Vast staat dat de Angels een hekel hebben aan de media. Televisie-presentator Jan Lenferink kan daar over meepraten. In een grijs verleden werd hij hardhandig buiten gezet toen hij bij het Amsterdamse clubhuis kwam om een taart aan te bieden. Meer recent leerden ook het presenatie-duo Barend en Van Dorp hun vuisten kennen. Het tweetal noemde de motorclub in 2000 een criminele organisatie, waarna de Angels live de studio bezochten en klappen uitdeelden. Deze week kregen, net als bij de opzienbarende begrafenis van de criminele Amsterdamse kandidaat-Angel Sam Klepper, televisie-ploegen klappen toen zij opnames wilden maken op het terrein van de Angels in Oirsbeek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden