De Onderkoning

'Tijdens de lange tocht dwars door de woestijn van Bagdad naar Amman vraag ik me voor de zoveelste keer af of ik er goed of fout aan heb gedaan indertijd tegen de oorlog in Irak te zijn. Voor de twee motieven waarmee Bush en Blair schermden - het bestaan van massavernietigingswapens en de organische band tussen de Iraakse regering en de Al Kaida-terroristen - zijn geen bewijzen gevonden en ze worden dagelijks onwaarschijnlijker. Formeel waren de redenen om ertegen te zijn dus juist. Maar als ik drie maanden geleden had geweten wat ik nu weet, had ik de interventie zonder aarzelen gesteund.'

Ambassadeur Paul Bremer verlaat elke ochtend tussen vijf en zes uur de caravan zonder airconditioning, waar hij heeft geslapen, om vijf kilometer te gaan joggen door de tuin van het vroegere paleis, eigenlijk een burcht, van Saddam Hoessein. Daarna neemt hij een douche en duikt hij voor vijftien uur zijn kantoor in.

Het bevindt zich midden in het reusachtige gebouw vol kroonluchters, marmeren tegels en vergulde koepels, dat de Iraakse dictator heeft laten bouwen als monument voor zijn grootheidswaan. En om geen enkele twijfel aan zijn bedoelingen te laten bestaan, heeft hij vier gigantische, holle, koperen koppen van zichzelf als Nebukadnezar als kroon op het enorme complex gezet.

Bremer is tweeënzestig, maar lijkt veel jonger. Hij is afgestudeerd aan Yale en Harvard, was ambassadeur in Nederland en Noorwegen, vliegende ambassadeur van president Reagan en expert in het bestrijden van crises en terrorisme. Hij leidde tien jaar lang een teruggetrokken leven, toen president Bush hem belde en hem het moeilijkste karwei van de wereld aanbood: leiding geven aan de democratisering en de wederopbouw van Irak. Hij nam het aan, omdat hij altijd heeft geloofd dat je je land moet dienen. Bovendien heeft zijn vader hem geleerd dat je, als je het geluk hebt 'in het beste land van de wereld te zijn geboren', (,,Nou ja'', nuanceert hij, ,,wij denken dat het het beste land van de wereld is'') moreel verplicht bent alles te doen wat de president je vraagt. Hij heeft de baan ook geaccepteerd omdat hij ervan overtuigd is dat het Irak van na Saddam kan worden veranderd in een functionele democratie, en dat daardoor de omgeving zal worden aangestoken en het hele Midden-Oosten wezenlijk zal veranderen.

Zijn verhaal is helder en coherent. Af en toe wijkt hij even af van de banaliteiten die elke officiële functionaris moet zeggen, en levert een intelligent commentaar. Maar in zijn enthousiasme om mij de veelbelovende toekomst van Irak af te schilderen, vergeet hij de regels van de gastvrijheid en biedt mij en mijn dochter Morgana niet eens een glas water aan, terwijl wij sterven van de dorst en de hitte. Het was namelijk een enorme zwerftocht om - een uur te laat - in dit kantoor terecht te komen.

De afspraak was om kwart over elf in de ochtend. Wij stonden om halfelf bij de ingang tussen het prikkeldraad en de versperringen van de bewaking, vóór de grote boog. Daar zouden twee officieren van de Spaanse militaire missie van het voorlopige Amerikaans-Britse bestuur (CPA) op ons wachten. Luitenant-kolonel Juan Delgado en kolonel Javier Sierra hadden hun auto achter de boog geparkeerd, terwijl wij aan de andere kant stonden. Hierdoor kwamen mijn dochter en ik in handen van soldaten die ons fouilleerden, ons om onbegrijpelijke pasjes vroegen en zeiden dat ze ons nooit door de hekken zouden laten. Wij liepen een uur in de brandende zon van de ene paleisdeur naar de andere, waar honderden meters tussen liggen. Eindelijk was een officier bereid het kantoor van ambassadeur Bremer te bellen, maar er was daar niemand aanwezig omdat alle medewerkers naar het vliegveld waren om Arnold Schwarzenegger welkom te heten. Die kwam naar Bagdad om 4 juli te vieren met de Amerikaanse troepen.

Op de allerheetste ochtend van mijn leven, en toen we al een halfuur te laat waren voor onze afspraak, nam Morgana het roekeloze besluit het leger van de Verenigde Staten een lesje in welgemanierdheid te leren. Ze brulde tegen de dienstdoende sergeant dat zij geen beledigingen of een grote bek duldde, maar ook niet dat die hele geüniformeerde troep geen poot uitstak om ons te helpen. Mijn conclusie was dat wij niet alleen Bremer niet zouden zien, maar ook een grote kans liepen in een van de cellen van het paleis van de Iraakse despoot te belanden. Op dat moment verscheen er, als door een wonder, een luitenant op sloffen, begiftigd met gezond verstand. Hij begreep alles en vroeg ons hem te volgen. Zo arriveerden wij in de wachtkamer van de ambassadeur. Een kwartier later verscheen er een vriendelijke kolonel die ons vroeg of wij vanwege het onderhoud van de ambassadeur met een Nobelprijswinnaar kwamen. Zou Miguel Moro Aguilar, de vertegenwoordiger van de Spaanse ambassade, die deze afspraak voor mij had geregeld, deze fantastische geloofsbrief voor mij hebben verzonnen om te zorgen dat Bremer geen 'nee' kon zeggen? Toen ik de teleurgestelde kolonel zei dat het niet om een Nobelprijswinnaar ging, maar om een schrijver uit Peru, mompelde hij minder goed gehumeurd: ,,Als u dat warrige verhaal aan de ambassadeur vertelt, word ik ontslagen.''

Een uur later dan afgesproken zitten wij tegenover de man die de terroristen gisteren probeerden te vermoorden in het nationale museum. De aanslag werd gelukkig op tijd door de veiligheidsdienst ontdekt en verijdeld. Hij vertelt me dat hij in 1965 op huwelijksreis in Peru is geweest, en dat hij en zijn vrouw, door een spoorwegstaking, het geluk hadden de Machu Picchu als enigen te bezichtigen, zonder de gebruikelijke zwerm toeristen.

Wat gaat er nu gebeuren in Irak? Voorlopig wordt er een regeringsraad gevormd die uit vijfentwintig personen zal bestaan, in evenredigheid met alle politieke, religieuze en etnische groeperingen. Deze raad neemt deel aan de opstelling van de begroting, het op gang brengen van een markteconomie en de privatisering van de publieke sector. Ambassadeur Bremer zegt dat de markteconomie en de democratie een welvarende natie zullen maken van het land dat door Saddam Hoessein is geruïneerd door zijn enorme geldverkwisting voor wapenaankopen en het staatssocialisme. ,,Als het Lee Kwan Yo is gelukt in Singapore, een land met als enige grondstof zijn inwoners, moet u zich eens voorstellen wat Irak met zijn enorme hoeveelheid grondstoffen zou kunnen bereiken. En dan denk ik niet alleen aan de olie, maar ook aan de grond die in het midden van het land nog vruchtbaarder is dan die in Zuid-Frankrijk.''

Een paar weken na mijn bezoek werd de regeringsraad van vijfentwintig leden, onder wie drie vrouwen en een communist, inderdaad geïnstalleerd overeenkomstig de politiek-maatschappelijke samenstelling van Irak: dertien sjiieten, vijf Koerden, vijf soennieten, een Turkmeen en een christen. Volgens de eerste verklaringen van Bremer zou dit orgaan alleen 'raadgevend' zijn, dat wil zeggen: decoratief. Maar blijkbaar heeft de ambassadeur onder druk van de speciale afgezant van de VN, Sergio Vieira de Mello, erin toegestemd de raad ook uitvoerende macht te geven. Wanneer ik hem ernaar vraag, antwoordt hij: ,,Vieira de Mello en ik hebben een voortreffelijke samenwerking.''

Als alles volgens plan verloopt, betekent deze pluriforme regeringsraad het begin van een periode van diverse activiteiten, waaraan steeds meer burgers uit alle lagen van de bevolking zullen meewerken en het democratiseringsproces in de praktijk op gang wordt gebracht. Een wetgevende commissie, bestaande uit aanzienlijke en capabele lieden, zal een democratische Grondwet opstellen waarin 'de vrijheid, de gerechtigheid en de rechten van de vrouw worden gegarandeerd', en die via een volksstemming door het Iraakse volk moet worden gelegaliseerd. Vervolgens zal Irak de eerste vrije verkiezingen van zijn geschiedenis krijgen, waarna de ambassadeur en zijn 600 ondergeschikten in dit paleis, plus de 140 000 Amerikaanse soldaten, weer zullen vertrekken.

Bremer verzekert op heftige toon dat het zo zal gebeuren en dat de terroristen, die elke dag hinderlagen leggen en de Amerikaanse soldaten aanvallen in de straten, Amerika niet kunnen afhouden van hun inspanningen om dit democratiseringsproces tot de uiterste consequenties door te voeren. Zal de openbare mening in de Verenigde Staten hem blijven steunen, ondanks de enorme kosten en de hoge prijs aan mensenlevens? Zonder enige twijfel. Hij ontvangt hier dagelijks delegaties van Democraten en Republikeinen, en ondanks toenemende discussies in het openbaar, onder invloed van de naderende verkiezing in de VS, zijn beide partijen het erover eens dat deze onderneming koste wat kost tot een goed einde moet worden gebracht.

Wie zijn de terroristen? Allerlei groepen die verspreid opereren, zonder centrale leiding. De gewone misdadigers die Saddam Hoessein uit de gevangenissen heeft losgelaten. Groepjes overgebleven militairen van de dictatuur, officieren van de republi-keinse garde en van Saddams Fedayien-militie, beulen en agenten van de geheime dienst die er uiteraard belang bij hebben dat er chaos heerst. Commando's van overal, gestuurd door Al-Kaida en door de fanatiekste sectoren van de regering van Iran. Dat land is zeer terecht huiverig voor een vrij en democratisch Irak aan zijn grenzen. Al die krachten zullen vastberaden en methodisch worden uitgeschakeld met medewerking van de Irakezen zelf, wanneer de politie en de lokale milities, die getraind worden door de coalitietroepen, goed beginnen te functioneren. Dit proces is al begonnen. De gevangenneming van Saddam Hoessein of diens dood (waarvoor vijfentwintig miljoen dollar is uitgeloofd) zal vele Irakezen bevrijden van de doodsangst die ze nog altijd voelen bij de gedachte dat de tiran kan terugkeren en hen zal vragen waarom ze zijn standbeelden hebben onthoofd.

Ik heb in deze dagen veel Irakezen en vreemdelingen horen zeggen dat Paul Bremer hier niet in zijn element is, dat Irak, de Arabische wereld en het Midden-Oosten exotische onderwerpen voor hem zijn. Ik heb die indruk niet. Integendeel, hij lijkt zich als een vis te bewegen in de troebele wateren van de verschillen, de vijandelijke en vriendschappelijke verhoudingen tussen de ontelbare splinterpartijen, volkeren en godsdiensten in Irak. Zijn observaties over de moeilijkheden die hij zal tegenkomen om dit mozaïek te laten samenleven, getuigen van subtiliteit. ,,Het zal moeilijk zijn, maar het zal gebeuren, het zal gebeuren'', herhaalt hij vele malen. Voor hem is doorslaggevend dat er in vrijheid dingen tot stand kunnen worden gebracht, zoals de Irakezen nu al beginnen te ontdekken: sinds 9 april verschijnen hier, ondanks de onveiligheid, het gebrek aan water en licht en de bergen vuilnis, zo'n vijftig kranten en zijn er al zeventig politieke partijen opgericht. ,,Dit mag allemaal tamelijk anarchistisch lijken, maar door een ware seismische kracht beleeft men nu direct en dagelijks de vrijheid, en nemen de burgers op alle niveaus deel aan het maatschappelijke leven. Wanneer de Irakezen eenmaal hebben begrepen wat dat betekent, zullen ze zich die vrijheid nooit meer laten ontnemen.'' In veel plaatsen functioneren nu al echte gemeenteraden waaraan de inwoners deelnemen. Ze worden geconfronteerd met een vrijheid van initiatief en handeling die dit land nooit heeft gekend.

Ik zeg hem dat ik geen Irakees heb gehoord die de val van Saddam Hoessein of de bombardementen betreurde die een eind maakten aan zijn regime. Maar iedereen met wie ik heb gesproken voelt zich wel verontwaardigd, vernederd en beledigd door de passiviteit van de Amerikaanse troepen ten aanzien van de plunderingen en branden die Bagdad hebben kapotgemaakt en duizenden burgers aan de bedelstaf gebracht. Bremer helpt mij eraan herinneren dat dit is gebeurd 'toen ik hier nog niet was, toen ik nog een rustig privé-leven leidde'. Maar het is waar: ,,Het is onze grootste vergissing geweest dat we de plunderingen niet hebben tegengehouden. Het zal ons miljarden dollars kosten om die schade weer te herstellen.'' De VS zullen niet beknibbelen op de uitgaven ten behoeve van het herstel van de diensten en de infrastructuur, opdat dit land er weer bovenop komt en het voortouw kan nemen in de politieke en economische modernisering van het Midden-Oosten. Hij spreekt met de overtuiging van een missionaris en ik denk dat hij gelooft in wat hij zegt.

Kan deze droom verwezenlijkt worden? Ik denk dat dit alleen kan wanneer de VS, of de VN, de onkosten als gevolg van het verlies van mensenlevens en hulpmiddelen op zich nemen. Die kunnen zeer hoog worden bij een langdurige bezetting. Zelfs na de dood of de gevangenneming van Saddam Hoessein is het een illusie te menen dat er in dit land, waar volgens ambassadeur Bremer zo'n vijf miljoen wapens onder de burgerbevolking zijn verspreid, snel een einde zal komen aan de sabotagedaden, de aanslagen en de hinderlagen van de verschillende verzetsgroepen in dit land. Het is waarschijnlijker dat ze toenemen, en misschien wel voor een langere periode, zodat de infra-structuur het zwaar te verduren krijgt en er veel slachtoffers zullen vallen. Dat zal vertragend of remmend werken op de opleving van de economie en het scheppen van werk, terwijl daar dramatisch veel behoefte aan is: zeventig procent van de bevolking is werkloos. Overigens zal ook de aanpassing aan de democratie niet snel of probleemloos verlopen in een land waar de religie een van de grootste obstakels vormt voor het instellen van ware vrijheid en gelijkheid tussen beide seksen. Ik heb het niet alleen over de fanatieke extremisten, die ongetwijfeld een minderheid zijn, maar ook over gemiddelde moslims met geavanceerde ideeën. Over onderwerpen zoals de vrouw, de vrijheid van expressie of de seculiere staat ben ik ook onder de christenen in Irak zulke vooroordelen tegengekomen dat het tijd en geduld zal kosten die te overwinnen. De vijandige gevoelens tussen de verschillende religieuze, politieke en etnische groeperingen liggen dicht onder de oppervlakte en kunnen zo oplaaien, zeker nu ze zonder belemmering naar buiten kunnen komen en er geen onderdrukkende autoriteit meer is die ze in de kiem smoort. Daarom zal het ook moeilijk zijn de fundamentele consensus te vinden die nodig is om een democratie te bouwen op het Iraakse mozaïek.

Vervolg op pagina 39

De Onderkoning

Vervolg van pagina 38

Maar natuurlijk is niets onmogelijk. Vooral, zoals Bremer beweert, als het Iraakse volk de vrijheid gaat beleven die ze niet kent, en daaraan gewend raakt wanneer de basisorde eenmaal is veiliggesteld in het land. Op dit moment kan die orde alleen worden gehandhaafd door de troepen van de coalitie of - en dat zou het beste zijn wat er kan gebeuren - door een internationale vredesmacht met garanties van de VN.

Als we uit het kantoor van ambassadeur Bremer komen, zie ik daar luitenant-kolonel Juan Delgado en kolonel Javier Sierra staan. Zij halen opgelucht adem. Zij hebben de hele ochtend naar ons gezocht in het labyrint van kazematten, versperringen, controleposten en patrouilles in het vroegere domein van Saddam Hoessein.

,,Wij leven nog'', zeggen we om hen gerust te stellen. ,,Maar we sterven van de dorst. Geef ons alsjeblieft wat te drinken, desnoods zo'n zoete Coca- Cola.''

De volgende ochtend, tijdens de lange tocht per auto dwars door de woestijn van Bagdad naar Amman, waar ik het vliegtuig terug naar Europa zal nemen, vraag ik me voor de zoveelste keer af of ik er goed of fout aan heb gedaan indertijd tegen de oorlog te zijn waartoe de VS eenzijdig, zonder steun van de VN, hadden besloten om Saddam Hoessein ten val te brengen. Voor de twee motieven waarmee Bush en Blair schermden om de gewapende interventie te rechtvaardigen - het bestaan van massavernietigingswapens en de organische band tussen de Iraakse regering en de Al-Kaida-terroristen - zijn geen bewijzen gevonden en ze worden dagelijks onwaarschijnlijker. Formeel waren de redenen om ertegen te zijn dus juist.

Maar als het motief voor de interventie luid en duidelijk was geweest een eind te maken aan een walgelijke en moorddadige tirannie, die ontelbare hoeveelheden slachtoffers heeft gemaakt en een heel volk in obscurantistische en barbaarse omstandigheden liet leven, en dit volk zijn soevereiniteit terug te geven? Als ik drie maanden geleden had geweten wat ik nu weet door wat ik heb gezien en gehoord tijdens mijn korte verblijf, had ik de interventie zonder aarzelen gesteund. Zonder de invasie zou Saddam Hoessein misschien ook gevallen zijn, maar door een coup door zijn eigen kliek en dan zou de tirannie oneindig lang zijn voortgezet, met andere despoten en andere leuzen. De grote meerderheid der Irakezen zou zoals altijd en voor onbepaalde tijd in onderdrukking en achterlijkheid hebben voortgeleefd. Dit is geen pessimistische gedachte maar een puur realistische, je hoeft maar om je heen te kijken in het hele Midden-Oosten. Al het leed dat het Iraakse volk is aangedaan door de gewapende actie is minimaal vergeleken met de gruwelijke omstandigheden waarin ze leefden tijdens Saddam. Voor het eerst in hun lange geschiedenis hebben de Irakezen, zoals Duitsland en Japan na de Tweede Wereldoorlog, nu de kans de vicieuze cirkel van de ene dictatuur na de andere te doorbreken en aan een nieuwe etappe te beginnen door de cultuur van de vrijheid te omarmen, de enige die hen kan vrijwaren van de wederopstanding van dat verleden. Of dit werkelijkheid zal worden hangt niet alleen van de Ira-kezen af, maar natuurlijk wel voornamelijk van hen. Het hangt vooral af van de coalitie en van de materiële en politieke steun van de gemeenschap van democratische landen op de hele wereld, te beginnen met de Europese Gemeenschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden