De onderhuidse irritatie van Koos Andriessen

Hoe je ook van deze tijd mag zijn, hoe Europees je mag denken en hoe vergevingsgezind je hart ook is, het blijft wennen wanneer je op het NOS- journaal de Duitse en Nederlandse ministers van defensie over een gemeenschappelijk legeronderdeel hoort spreken en de mogelijkheid onder ogen krijgt dat ook op het gebied van de U-Boot, de marine bedoel ik, samenwerking in de toekomst onvermijdelijk is.

Toegegeven: met die Duitsers, daar is niets mis mee. Al blijft Kohl een olifant in een porceleinkast, al vrees ik dat de Duitse rol in de burgeroorlog van Joegoslavie ook weer niet de fraaiste is geweest en heeft de eenwording van het totale land hier en daar ook nieuwe vormen van een oud zeer opgeworpen, het blijft zonder meer een stabiel en betrouwbaar land, een economische reus, een sterke democratie. Maar. En.

Dus. . . ik kan minister Andriessen wel een beetje begrijpen als hij in de jongste Vrij Nederland niet alleen maar blijk geeft van 'Glanzendes Gluck' wanneer hij over Duitsland spreekt: "Kijk, de Waalsdorpervlakte. Ik kom daar wel eens bij de dodenherdenking. Ik ben nog van de generatie die weet wat er in de oorlog gebeurd is."

De minister geeft toe niet blij te zijn geweest met de fusievoorstellen die hij op zijn bord kreeg. Liever had hij een wat evenwichtiger constructie gezien met Britten en Fransen erbij. Maar, voegt hij er aan toe, je krijgt niet altijd wat je wilt.

Het gesprek is daarom zo aardig omdat het zo mooi illustreert waar het in de geschiedenis zo vaak om draait: persoonlijke verhoudingen tussen mensen bepalen voor een groot deel het politieke handelen. Hoe zakelijk, hoe professioneel iemand ook mag zijn; of het nu gaat om de Oost-Westverhoudingen, de vorming van een kabinet of een fusie; klikt het niet tussen onderhandelaars dan is de kans op succes een stuk minder dan wanneer men goeie maatjes is.

Het mooiste antwoord geeft Andriessen op de vraag of hij de sfeer in de zomer van '92 niet verpest heeft, toen hij de Dasa-delegatie niet wilde ontvangen en de Duitsers hun eten bij een snackbar moesten halen: "Ja, he, ik ben er niet om de catering voor Dasa te verzorgen. Ik ben hier zelf tijdelijk te gast bij Buitenlandse zaken. Sommige voorzieningen ontbreken hier, maar daar ga ik niet over klagen. Zo viel 's avonds op een bepaald moment het licht uit - dat verbaasde de onderhandelaars van Dasa. Ik denk dan: nou, da's goed voor de energiebesparing."

Nee, dan de Vlamingen. HP/De Tijd heeft een reportage over de wielerklassieker de Ronde van Vlaanderen. Kasseien hebben altijd de Ronde bepaald en die lijken nu stilaan te verdwijnen. Verder schijnt iedereen daar in het Vlaamse akkerland wat rustig op zijn spade te rusten. Niet gek, want "het is een waar genot op de spade te leunen en het straatgebeuren gade te slaan. Er is altijd wel wat te beleven" .

Elsevier portretteert Antwerpen, maar profileert zich deze week met een wat ondefinieerbaar verhaal over de 'erfzonde' van de moderne man. Het artikel is zo rijk geillustreerd met klassieke prenten van het in het gelid staande mannelijke geslachtsdeel dat het op het eerste gezicht lijkt alsof het om een speciale tentoonstelling in Boymans gaat.

Maar dat is niet zo. Nee, hier en daar blijkt dat er wat boeken over het onderwerp verschenen zijn en 'Hij en ik' (naar het boek van Alberto Moravia) moet daar dan een soort essay bij zijn. Prachtig essaytje Simon! Vanenburg, Polynesie, honkbalknuppels, feminisme, de moderne onzekerheid van de man, Freud, Erica Jong, je kunt het zo gek niet bedenken of het komt wel aan de orde. Alleen de erfzonde die zo nadrukkelijk op de cover aangeprezen wordt blijft achterwege. Verdwenen in het paradijs zeker.

Hervormd Nederland komt met een groot artikel over Martin Luther King die, samen met zijn droom, op 4 april 30 jaar geleden vermoord werd. Het is een aardig maar ook wat eenzijdig overzicht van King als leider van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Het artikel leunt sterk op een erg lovende biografie van Stephen B. Oates uit 1982, terwijl er daarna toch verschillende kritischer biografieen van onder andere David Garrow en Taylor Branch verschenen zijn.

In De Groene Amsterdammer tenslotte wordt de objectiviteit van het Centraal planbureau aan de kaak gesteld. Meer en meer lijkt het CPB zich te ontpoppen als een instituut van beleidsmakers in plaats van een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoeksbureau. En dat kan volgens het blad niet de bedoeling zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden