De ondergang

Via internet houden evangelicale christenen permanent een oogje op de Gouden Poort in Jeruzalem. Als de heiland straks op de Olijfberg verschijnt en via die Poort plechtig naar het Tempelplein trekt, zijn de gelovige surfers die daarop zijn ingeschakeld on line de eerste getuigen. De site is tot dusver nog saaier dan die van Veronica's Big Brother, maar het tekent de dramatische opleving van het geloof dat de laatste dagen zijn aangebroken.

De hervormde predikant, cultuurfilosoof, -publicist en -pessimist dr. F. de Graaff was daar 25 jaar geleden al van overtuigd. Met een magere zeven jaar heeft hij het jaar 2000 net gemist. Hij stierf in 1993, pas 75, dus hij had het moment over twee maanden best nog kunnen beleven, deze opmerkelijke, gevierde en verguisde auteur van Anno Domini 1000, Anno Domini 2000 - de duizend jaren bij de gratie van de dode God. Zijn boek stond jarenlang te menetekelen op elke dominese boekenplank.

Nog steeds staan ze er, vermoedt kerkhistorica dr. W. Otten, zo schrijft zij in het kwartaalblad Kerk & theologie dat zijn laatste nummer geheel wijdt aan het thema 'eschatologie'. In haar artikel Annus horribilis (vreselijk jaar) komt zij terug op De Graaff, bij leven een fenomeen in brede kringen van somber protestants Nederland. Eigenlijk, zo betoogde De Graaff in zijn 'Anno 1000...' had de wereld toen al moeten vergaan, naar het woord van Openbaring 20, over het duizendjarige rijk. De tijd om zich te bekeren was immers voorbij. Maar in het optreden van keizer Otto III ( 1002) om in Rome Augustinus' 'Stad Gods' te vestigen en in Otto's vroegtijdige dood ziet De Graaff een koninklijk zelfoffer, waardoor de wereld een el van nog eens duizend jaar kreeg toegemeten. De Graaff geloofde niet dat er nog eens een Otto zou komen. In feite is voor hem de westerse cultuur een aflopende zaak en is de ondergang van het avondland onafwendbaar.

Trok De Graaff 25 jaar geleden toch enigszins als eenling de aandacht met zijn eindtijdverwachtingen, in hetzelfde 'Kerk & theologie' geeft dr. W.J. van Asselt, kerkhistoricus en hervormd predikant, een schets van de stand van zaken nu. Hij neemt de lezer zelfs langs de deelstromen onder de chiliasten (chilias, duizend) of millennaristen: amillennaristen, post-millennaristen en pre-millennaristen (en deze laatsten nog met de variant van dispensationalistische millennaristen), elk met wortels in eeuwen terug. In feite is de apocalyptiek, de visie op het wanneer en hoe van de eindtijd, altijd een twistappel geweest.

Hoe ingewikkeld het ligt blijkt al uit het feit dat de Reformatie de verhoopte vernietiging van de antichrist vaak heeft ingevuld als de vernietiging van het pausdom. Maar uitgerekend de huidige paus gaat nu als het ware de legers van de a-, post- en premillennaristen voor in zijn bevlogen kijk op het jaar 2000. Jammer genoeg houdt Van Asselt zich bij de protestantse leest - Coccejus, Kuyper, Miskotte, Hal Lindsey en vele anderen, bekend en minder bekend - maar ziet hij postmillennarist Johannes Paulus II en diens opmerkelijke zendingsbewustzijn voor het derde millennium over het hoofd, evenals diens geloof dat het pausdom, verre van vernietigd te worden, juist een centrale rol toevalt.

Van Asselt stelt vast dat academische theologen en de gevestigde kerken de apocalyptische opwinding onder fundamentalistische evangelicalen slechts 'in een voetnoot afkeuren'. Voor Van Asselt is dat te weinig. Hij ziet de millennium-opleving ,,als een protest tegen de privatisering van de christelijke boodschap en als een onderstreping van het publieke, politieke en historische karakter ervan, (...) als een reactie op de vergeestelijking van de eindtijd-verwachting in de traditionele kerken (...) en als teken dat mensen zich in toenemende mate bewust worden van de gevaren die onze wereld bedreigen.''

Maar eindtijdverwachting is niet alleen het terrein van sombere, strenge protestanten en fundamentalistische evangelicalen. In het vrijzinnnige maandblad Vrijzicht treurt Hidde Visser, de laatste voorzitter van het Vrijzinnig Protestantse Centrum, over de ondergang van dit een na laatste bolwerkje van vrijzinnige oecumene. Zestig jaar ijverde men voor dak- en thuislozen vanuit de vier vrijzinnige vaderlandse stromingen. Toen subsidies wegvielen was het voorbij. Hoofdredacteur ds. Foekje Dijk gelooft niettemin dat haar blad Vrijzicht ,,als laatste vrijzinnige platform zal blijven bestaan om dingen te overzien tegen welke tijdgeest dan ook in.'' De tijdgeesten zijn gewaarschuwd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden