De onderdrukte onderdrukker

Veel bewoners op de grens van Turkije en Syrië zijn, net als president Assad, alawiet. Wat is dit voor minderheid?

Het debat op de Arabische nieuwszender Al-Jazeera tussen twee Syrische alawieten, geloofsgenoten van president Basjaar al-Assad, ontaardt vanaf het begin in een donderende, homerische scheldpartij.

Alleen flarden zijn verstaanbaar. De gespreksleider, ook een Syriër, roept de kemphanen voortdurend tot de orde maar brult zelf het hardst en vergroot met klapwiekende, woeste armgebaren de chaos. Dit wekelijkse discussieprogramma wil de verhullende schijnharmonie van Midden-Oosterse beleefdheidsetiquette doorbreken en slaagt daarin moeiteloos.

Het debat bevat één wel verstaanbare zin: "Wij alawieten worden straks de nazi's van Syrië." Het zijn woorden vol dreiging die een tragisch dilemma bondig samenvatten. Een sympathiek ogende minderheid die eeuwenlang heeft geleden onder de druk van de meerderheidsislam heeft een kleine halve eeuw aan de macht geproefd en is veranderd in een beul. Ze vreest de wraak van de meerderheid als de huidige opstand zou slagen. De ene alawiet vecht zich daarom het liefste dood, terwijl de ander juist wil voorkomen dat de smet op de eigen geloofsgemeenschap eeuwigdurend zal zijn.

Het lijkt de omgekeerde wereld, eindeloos en treurig zijn de berichten over vervolgde minderheden in de moslimwereld: christenen, soefi's, bahai's, ahmadi's of atheïsten. Een massamoord hier, een zotte gevangenisstraf daar, opgeblazen godshuizen, een bespottelijke blasfemiewet, beeldenstormen, stenigingen in Timboektoe. En dan blijken in Syrië ineens de rollen te zijn omgedraaid, een liberale minderheid gaat woest tekeer en sterft tegelijk van angst. Angst voor het oproer en de dreigende wraak, vermengd met de trauma's van duizend jaar onderdrukking door de nu rebelse, withete soennitische meerderheid.

Alawieten zijn moslims zoals Europa ze graag wil zien: verdraagzaam, vlot, jonge vrouwen modieus gekleed. Geen polygamie en evenmin eerwraak, naar eigen zeggen tenminste. En met leuke, mondelinge mythes. Zo stammen ze, heet het, af van de bijbelse Israëlieten, die via een droog pad de zee konden oversteken, nadat Mozes met een stok op de golven had geslagen. Volgens de gangbare uitleg speelt dat verhaal bij de Rode Zee, maar volgens alawieten liep die corridor helemaal van Egypte naar deze oostelijke oksel van de Middellandse Zee, waar zij nu wonen, het noordwesten van Syrië en de aangrenzende Turkse provincies Hatay en Mersin. Overigens is een journalistieke dag in het stadje Samandag, op een uur rijden afstand van de veel grotere stad Antakiya, onvoldoende om erachter te komen wat alawieten allemaal echt geloven. Te vaak hoor je al na vijf minuten het omgekeerde van wat je zojuist hebt genoteerd. Het is dezer dagen bovendien moeilijk om het over godsdienst te hebben, daarvoor hebben mensen het te druk met politiek en oorlog.

Samandag heeft ook een Arabische naam, Swaidiya. In 1938 werd dit gebied Turks, daarvóór behoorde het tot Syrië. Volgens sommigen komt de familie Assad oorspronkelijk hier vandaan. Anderen noemen dat onzin. De sfeer in Samandag is Arabisch, Syrisch. Het stadje lijkt een onbeheersbare chaos waarin toch op een gekke manier systeem zit. Je zintuigen hebben het veel drukker dan in Nederland. Alles is extroverter, er gebeurt meer, harder geschreeuw en getoeter, ook de reclameboodschappen op winkelruiten en uithangborden zijn talloos en luidruchtig van inhoud. De geuren zijn zeer gevarieerd. De stad lijkt soms één grote Amsterdamse Albert Cuypmarkt.

Samandag heeft iets onverzettelijks, en ook dat ligt in de traditie van dit gebied. In de buurt ligt de Musadag, de 'berg van Mozes' waar in 1915, het jaar van de genocide, een groepje Armeniërs veertig dagen weerstand bood tegen een Turkse overmacht. Er is hier nog een dorpje met wat Armeense families, Wakifli.

Op een punt is Samandag on-Arabisch: alle opschriften zijn Turks. Het Arabische schrift ontbreekt. Samandag geldt een beetje als het alawitische 'Staphorst', in die zin dat de stad onvermengd de eigen tradities in stand zou houden. De Assads genieten hier volop steun. Hier hoeven, zo heet het, Syrische vluchtelingen zich niet te vertonen. Zij zijn de vijand, geen vrijheidsstrijders maar juist erfgenamen van duizend jaar harde onderdrukking, die er niet over zouden moeten zeuren dat de rollen een halve eeuw omgedraaid waren. De bevolking mept hen resoluut de stad uit. En mocht premier Erdogan toch besluiten tot een oorlog tegen Assad, dan kan hij op geduchte tegenstand rekenen in de hele provincie Hatay, maar zeker in Samandag.

Godsdienstige minderheden zijn intrigerend, zeker in het Midden-Oosten met zijn zuinige godsdienstvrijheid. De moeilijkheden die mensen zich op de hals halen door vast te houden aan de eigen geloofsvorm zijn enorm. De offers zijn nog enigszins begrijpelijk wanneer je aanhanger bent van een compleet andere religie, zoals christendom, jodendom of boeddhisme. Maar de alawieten zien zichzelf als moslims. De overgang naar de orthodoxe islam lonkt verleidelijk, sommigen zetten ook die stap, maat toch blijven velen zich vastklampen aan de eigen identiteit.

Zijn die sterk afwijkende minderheden binnen de islam oude, pre-islamitische godsdiensten waarover een islamitisch lakje is aangebracht? Of bevatten juist zij elementen van de vroegste islam die in de orthodoxie verloren zijn gegaan?

Er zijn in het oog springende verschillen. Alawieten verrichten bijvoorbeeld niet de dagelijkse vijf gebeden. Ze bidden ook anders, alleen ingewijden kennen de rituelen en mogen die niet onthullen aan buitenstaanders. Die ingewijden kennen ook de diepere batini-uitleg van de Koran, die volgens alawieten de ware, verborgen betekenis van het boek blootlegt. Moskeeën hadden de alawieten tot voor kort niet. Volgens sommigen zijn er in de laatste jaren wel alawitische godshuizen gebouwd, maar dat blijft een beetje onduidelijk. Volgens anderen weigeren alawieten moskeeën te bezoeken omdat Ali, schoonzoon van de profeet Mohammed, in een moskee is vermoord. De alawieten zijn naar hem vernoemd. Volgens weer anderen durfden de alawieten vroeger geen eigen moskeeën te bouwen vanwege de onderdrukking. "We hebben eeuwen geleefd met het zwaard boven onze nek", zeggen ze.

Nog een bijzonderheid: alawieten geloven in zielsverhuizing. Ze delen dat geloof met een andere excentrieke minderheid, de droezen. Ze gaan wel naar Mekka, zij het incognito. Zülfikar Ciftci is apotheker maar ook sjeik. Hij leidt op uitnodiging erediensten bij mensen thuis. "De hadj is een religieuze verplichting", zegt hij. "Maar in Mekka houden we onze mond erover dat we alawieten zijn." Zijn godsdienstige kennis kreeg hij van zijn vader mondeling overgeleverd. Hij klaagt over het ontbreken van alawitische religieuze lectuur en wil boeken van Iraakse, Iraanse en Libanese orthodoxe sjiieten in het Turks laten vertalen: "We mogen dan van elkaar verschillen, we zijn wel allemaal sjiieten."

"Als je ons niet gelooft, vraag het dan aan christenen, ze zullen hetzelfde zeggen", zegt Ender Dag. Hij is bestuurslid van de Alevi Kültürünü Arastirma Dernegi, het Alevitische culturele onderzoeksinstituut in Samandag. Het gesprek met hem en twee collega's verloopt stroef. Ze houden een somber links verhaal. Andere landen zijn uit op de rijkdommen van Syrië, zeggen ze. Alle argumenten tegen het Syrische bewind weerleggen ze. Heeft Syrië een alawitisch bewind? Welnee, van de 24 ministers zijn er twintig soenniet en de vrouw van de president is evenmin alawitisch. Driehonderdduizend Syriërs gevlucht? Nou, dan zijn er dus nog veel meer mensen niet gevlucht. Syrië kun je niet vergelijken met Tunesië, Libië of Egypte en bovendien gaat het in die drie landen slecht. Geen democratie in Syrië? En heb je die soms wel in Saoedi-Arabië of Katar?

Dit gesprek schiet niet op. "Ik geloof niet in jullie politieke verhaal", zeg ik. "Jullie zijn gewoon bang, jullie zijn als alawieten bang." Dit kan het einde van de discussie zijn, maar zorgt juist voor een doorbraak. Ze komen los, worden emotioneel, vergeten de ideologie. Ze hebben het over slachtpartijen tegen alawieten, vijfhonderd jaar geleden, duizend jaar terug. Constante discriminatie en onderdrukking sindsdien.

"Oorlog zou verschrikkelijk zijn", zeggen ze. "We waren al tegen de oorlog in Irak. Maar bij een oorlog hier zal het Turkse leger onze eigen familieleden in Syrië aanvallen. En wat moeten we zelf vrezen? Nu al zijn er oproepen op internet om alle alawieten te vermoorden, ook hier in Hatay. Twee jaar geleden noemde Erdogan Assad nog 'mijn broer'. Hij heeft ook aan ons van alles beloofd. Maar wat is zijn woord waard? Ken je die mooie antieke mozaïeken die ze hier vinden? In Syrië en Hatay heb je maatschappelijk zo'n mozaïek van verschillende godsdiensten, die altijd met elkaar hebben samengewoond. Dat mozaïek is in gevaar. Moeten we lijdzaam toekijken hoe de Saoedische wahabi-islam het voor het zeggen krijgt? Als dat gebeurt dan is dat mozaïek kapot, voor altijd. We zullen dat niet toestaan."

Aleviet of alawiet?
Behalve alawieten zijn er in Turkije ook alevieten. Volgens sommigen is er geen verschil. Beide groepen hebben in het Turks dezelfde naam, aleviler. Ze vertegenwoordigen sterk afwijkende varianten van de sjiitische islam. Toch zijn er verschillen. De alevieten staan meer in een Turkse traditie en de alawieten in een Arabische. Alawieten (van het Arabische woord alawi) heten ook wel nusairi's, maar zelf wijzen ze die benaming af. Veel Syrische vluchtelingen maken geen onderscheid tussen alevieten en alawieten, ze zijn in hun ogen allemaal de vijand. In Turkije wonen ongeveer een miljoen alawieten, in Syrië drie miljoen. Alevieten vormen ongeveer een vijfde deel van de Turkse bevolking, zo'n zestien miljoen mensen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden