De onbetaalde bloeddonor

Een licht schuldgevoel bekroop mij, toen ik onlangs een brief kreeg van de bloedbank Amsterdam over mijn aanhoudend plichtsverzuim. De administratie had geconstateerd dat ik een aantal oproepen had genegeerd. Daarom kreeg ik de vraag voorgelegd of ik nog van plan was donor te blijven.

De afgelopen 25 jaar ben ik donor geweest met een gemiddelde van ongeveer anderhalve donatie per jaar. Dat is niets bijzonders want zo zijn er in Nederland een half miljoen mensen. Zij vinden het kennelijk normaal bloed te geven.

De smoes die ik had om dat uurtje heen en weer rijden naar de bloedbank nog even uit te stellen was dat ik het zo druk had. Ik moest namelijk een boekje schrijven voor de Raad van Europa over de bloedvoorziening in Europa. Volgens de mensen in Straatsburg staat het idee van vrijwillige, onbetaalde donatie op de tocht door de nieuwe winden die in Europa waaien. Een boekje onder de titel Safe and sufficient blood in Europe (Veilig en voldoende bloed in Europa) zou het publiek opnieuw bewust moeten maken van het grote goed van de non-profit bloedvoorziening.

De frisse winden komen van alle kanten. In West-Europa leiden de gemeenschappelijke markt en het vrije verkeer van goederen tot ingrijpende veranderingen. De zogenaamde stabiele bloedbestanddelen worden sinds kort beschouwd als medicijnen. Dat geldt niet voor rode en witte cellen, maar wel voor plasmapreparaten als albumine, stollingsfactoren (voor haemophilie-patienten) en immunoglobulines. Onder bepaalde voorwaarden kunnen deze 'produkten' worden ingevoerd en uitgevoerd. Daarbij doet het er niet zoveel toe of ze afkomstig zijn van plasma van onbetaalde donors (zoals gebruikelijk is in landen als Nederland, Belgie, Frankrijk en Engeland) of van betaalde donors (zoals gebruikelijk is in delen van Duitsland, Zweden en Amerika). De enige voorwaarde is dat deze 'produkten' voldoen aan Europees geldende kwaliteitseisen.

In Oost-Europa is het allemaal nog veel ingewikkelder. Daar heeft de instorting van het communisme geleid tot een ontwrichting van de bloedvoorziening. De bloedvoorziening was vroeger in handen van de communistische staat. 'Vrijwillig' stond vaak gelijk met gehoorzaamheid aan het bevel "Geef bloed" . In veel gevallen kreeg de 'onbetaalde' donor een of twee dagen vrij. Het is nu heel moeilijk het altruistische idee van 'geven om niet' weer aan te wakkeren.

Een derde complicatie - voor Oost en West - is de angst rondom Aids. Met name het zogenaamde bloedschandaal in Frankrijk heeft mensen bang gemaakt. Frankrijk was toch juist een van de bolwerken van het systeem van vrijwillige, onbetaalde bloedvoorziening? Waarom raakten dan juist daar zoveel ontvangers van bloed onnodig besmet met het Aids-virus? Wat heb je aan idealen als de kwaliteit niet in orde is?

Als we ons even tot Nederland beperken, is duidelijk dat het systeem van bloedvoorziening zoals we dat tot nu toe kenden onder druk staat. De non-profit bloedbanken moeten zich nu weren op een Europese markt. Daarbij moeten ze concurreren tegen een industrie die werkt met betaalde plasma donors (anders dan 'vol' bloed kan plasma wekelijks worden afgenomen). Bovendien steekt de industrie veel geld in nieuwe produktietechnieken. Zodra in Nederland een kwantitatief of kwalitatief tekort optreedt aan bepaalde plasmaprodukten, zal de commercie er in springen.

Wat is nodig om het ideaal van de vrijwillige, onbetaalde bloedvoorziening hoog te houden?

Allereerst moeten we zorgen dat het legertje van die half miljoen vrijwillige donors op peil blijft. Permanent moeten nieuwe donors worden gemotiveerd om de plaatsen in te nemen van mensen die wegens hun leeftijd of gezondheidstoestand zijn afgevallen. Daarbij mag ieder zijn eigen motieven koesteren. De een geeft omdat hij iemand kent die bloed nodig had, de ander omdat hij 'iets voor een ander' wil doen en de derde omdat hij tegen vercommercialisering van bloed, weefsel en organen is. Allemaal goed, als we maar genoeg bloed geven.

In de tweede plaats moet de overheid de bloedbanken en het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst helpen te overleven op de Europese markt. Niet door protectionistische maatregelen en sluiting van grenzen. Maar door oprechte steun aan een vrijwilligersleger dat jaarlijks goed is voor driekwart miljoen donaties. Behalve de kwaliteit van de bloedvoorziening staat ook de kwaliteit van de samenleving op het spel.

En wat mij zelf betreft: nu dat boekje af is, heb ik gelukkig weer tijd om volgende week aan mijn verplichtingen als een van de twaalf miljoen donors van Europa te voldoen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden