De onbeperkt beschikbare mantelzorger bestaat niet

null Beeld anp
Beeld anp

We moeten allemaal langer doorwerken tot ons pensioen, in grotere banen, en we worden geacht meer voor onze zieke naasten te zorgen en vrijwilligerswerk te doen. Hoe houden we dat vol?

Over die vraag gaat de Arbeid en Zorgtop van de ministeries van SZW, OCW en VWS. Belangrijk is: de onbeperkt beschikbare mantelzorger of werknemer bestaat niet, en de hoge eisen vergroten de kans op gezondheidsproblemen, vooral bij vrouwen.

De overzichtelijke wereld waarin mannen het inkomen voor het gezin verdienden, en vrouwen voor het huishouden en de kinderen zorgden, is in rap tempo veranderd. Vrouwen zijn massaal het onderwijs in en daarna de arbeidsmarkt op gegaan. Mannen hebben tegenwoordig naast hun baan ook zorgtaken. Toch besteden mannen nog steeds veel meer uren aan betaald werk dan vrouwen. Omgekeerd doen vrouwen meer in het huishouden, de zorg voor kinderen en mantelzorg aan zieke (schoon)ouders. Maar 'taakcombineerders' zijn we tegenwoordig bijna allemaal, en de combinatiedruk zal alleen maar toenemen.

Vrouwen zijn over het algemeen minder gezond
Of we arbeid en zorg prettig kunnen combineren, hangt van allerlei dingen af. Zoals van een goede gezondheid. De meeste Nederlanders zijn gezond, maar vrouwen hebben over het algemeen meer problemen met hun gezondheid dan mannen. Veel chronische aandoeningen komen bijvoorbeeld vaker bij vrouwen dan bij mannen voor, zoals reumatoïde artritis, en juist bij vrouwen in de werkzame en reproductieve leeftijd. Ook hebben vrouwen vaker depressieve klachten dan mannen.

Een slechtere gezondheid betekent niet alleen minder kwaliteit van leven maar ook, afhankelijk van de ziekte, belemmeringen om maatschappelijk te participeren. Dit is een van de redenen (naast de zorg voor kinderen) waarom de arbeidsdeelname van vrouwen lager is dan die van mannen. Voor migrantenvrouwen geldt dit nog veel sterker: ze hebben een slechtere gezondheid dan andere vrouwen en migrantenmannen èn hun gezondheid belemmert hen vaker om te (gaan) werken.

Andersom kan de werksituatie zelf ook tot gezondheidsproblemen of zelfs tot arbeidsongeschiktheid leiden. Echter, zelden is het werk zelf de enige oorzaak voor ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid zoals bij een beroepsziekte. Of een werknemer gezondheidsproblemen krijgt hangt samen met bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden, de invloed die de werknemer kan uitoefenen op het werk, de manier van leidinggeven en de manier waarop leidinggevende en bedrijfsarts omgaan met ziekteverzuim, en de thuissituatie.

Het werk van vrouwen heeft minder gunstige kenmerken dan die van mannen. Vrouwen werken vaker in sectoren met ongunstige arbeidsomstandigheden. In de gezondheidszorg, waar 80 procent van de werknemers vrouw is, is het werk zowel fysiek als psychisch zwaar. En vrouwen hebben vaker functies waar ze minder invloed hebben op inhoud en tempo van het werk en bovendien zijn ze minder vaak leidinggevende. Als werknemers ziek worden, lijken bedrijfsartsen mannen meer te stimuleren om weer aan het werk te gaan dan vrouwen.

Werken en zorgen voor jonge kinderen: een risico voor moeders én vaders
Uiteindelijk zijn vrouwen maar iets vaker arbeidsongeschikt dan mannen (10,8 procent tegenover 9,4 procent). Vrouwen kiezen ook andere manieren dan mannen om het werk vol te houden. Er zijn aanwijzingen dat vooral oudere vrouwen vaker parttime werken om de totale belasting (van werk en zorg) te beperken en daarmee hun gezondheid te beschermen. Dit geldt vooral voor hoger opgeleide vrouwen, die vaak sterk gemotiveerd zijn om te blijven werken. Lager opgeleide vrouwen trekken zich bij gezondheidsproblemen waarschijnlijk eerder terug van de arbeidsmarkt.

Vaak wordt gedacht dat de combinatie van arbeid en zorg voor kinderen moeders de arbeidsongeschiktheid injaagt. Dat blijkt niet zo algemeen op te gaan, al is het maar omdat het steeds moeilijker is afgekeurd te worden. Alleen sommige groepen lopen gezondheidsrisico's door arbeid en zorg te combineren. Werken en zorgen voor heel jonge kinderen is een risico voor de gezondheid van moeders én voor vaders. Alleenstaande ouders, meestal moeders, werken gemiddeld meer uren buitenshuis. Voor hen is het combineren van arbeid en zorg wel erg zwaar en een risico voor arbeidsongeschiktheid. Vrouwelijke mantelzorgers voelen zich vaker overbelast, ongeacht hoeveel uur en wat voor soort mantelzorg zij geven of hoeveel uur zij betaald werken. Zij vinden het vaak lastig om grenzen aan te geven.

Lastige keuzes voor de participatiesamenleving
De participatiesamenleving gaat ons voor lastige keuzes stellen. Als de combinatiedruk toeneemt, kunnen werkgevers er niet meer vanuit gaan dat al hun medewerkers zijn vrijgesteld van zorgtaken. Zorginstellingen en gemeentes moeten hun verwachtingen van mantelzorgers aanpassen aan het feit dat deze ook een betaalde baan hebben. Soms zullen mensen wat minder werken vanwege mantelzorg en zorgtaken, in andere periodes kunnen ze wel voluit in betaalde arbeid participeren.

Die onbeperkt beschikbare mantelzorger of werknemer bestaat nu eenmaal niet, en tegenstrijdige en te hoge eisen vergroten de kans op gezondheidsproblemen, vooral bij vrouwen. Vrouwen hebben niet alleen meer gezondheidsproblemen dan mannen, maar vinden het ook moeilijker hun grenzen aan te geven in werk en zorg. Daarom verdient gezondheid een plaats in beleidsdiscussies, zoals bij de Arbeid en Zorgtop.

Ans Merens is emancipatie-onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Petra Verdonk is universitair docent in het VUmc en bestuurslid van FNV Vrouw.
Beide auteurs zijn lid van de Strategische Alliantie Gender en Gezondheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden