De onbemande pomp rukt overal op

De onbemande benzinepomp heeft in een paar jaar de Nederlandse wegen veroverd. „Wij hebben veel losgemaakt”, meent dan ook Martijn Hazebroek, directeur van Tango.

De benzinemaatschappij was in 2000 de eerste die in Nederland een voldragen keten van pompstations zonder shop of personeel begon.

„Wij werden eerst genegeerd”, zegt Hazebroek. „We werden vervolgens belachelijk gemaakt, maar uiteindelijk worden we gekopieerd.” In Nijmegen, waar een van de eerste Tango-pompen stond, laaide een felle benzineoorlog op: de gevestigde orde trachtte Tango uit de markt te drukken met torenhoge kortingen waarvoor automobilisten in de rij stonden. „Wij boezemden angst in.”

Tango, opgericht door een paar vrije jongens als onderdeel van Petroplus en in 2004 overgenomen door het Koeweitse Q8, was de eerste maatschappij die standaard kortingen gaf aan particuliere automobilisten. „Bij ons betaal je per liter gemiddeld 9 cent minder dan de adviesprijs. Als klant weet je wat je aan ons hebt. Daarmee hebben wij een trend gezet”, zegt Hazebroek.

Tot de komst van de prijsbreker bleef de korting aan de pomp beperkt tot de zakelijke markt en tot houders van spaarkaarten. „Korting geven was een zeldzaamheid. Nu zie je dat onder invloed van de onbemande pompen zelfs bemande stations langs de snelweg wel kortingen geven.” Tankstations langs de snelweg – ruim 5 procent van het totaal – verkopen ongeveer 25 procent van de benzine.

Tango opende deze maand drie nieuwe stations, drijft er nu 91 en mikt op 120. Voor een nieuw station is het soms lastig een milieuvergunning te verkrijgen, zegt de marketingmanager. „Bezwaren van omwonenden werken wel vertragend.”

De pionier van de onbemande pomp heeft gezelschap gekregen van geduchte concurrenten, ’grote jongens’ als Shell, Esso en BP. De laatste opende deze maand in één klap vijf onbemande stations onder de naam BP Solo. Shell keek eerst de kat uit de boom, en experimenteerde wat onder de naam Tinq. „Toen de markt voor onbemande pompen bleek te beklijven, werd Tinq van de hand gedaan en ging Shell onder de vlag van Shell Express verder.”

Hazebroek ziet de markt voor onbemande stations voorlopig doorgroeien. In 2005 was 22 procent van de benzinepompen (970 in totaal) langs de Nederlandse wegen onbemand. „Dat percentage kan op 30 à 35 komen.” In West-Europa kennen alleen Zwitserland (62 procent) en Scandinavië (40 procent ) een hoger percentage onbemande stations.

Volgens brancheorganisatie Bovag is de snelle toename van onbemande stations te verklaren uit de hoge kosten voor de exploitatie van een bemand station, de verbeterde technologie en de gewenning van klanten om met een pinpas te betalen.

„De hoge benzineprijs helpt, want die maakt de klant prijsbewuster”, stelt Hazebroek. Door de hoge accijnzen – belastingen maken twee derde uit van de benzineprijs in Nederland – let de Nederlandse automobilist extra op zijn kosten.

De opkomst van de onbemande stations – bij Joure is er zelfs eentje langs een snelweg geopend – heeft een drukkend effect gehad op de brandstofprijzen. De marges voor benzinepomphouders schommelen rond het laagste niveau sinds jaren: geen wonder dat steeds meer pomphouders hun tankstation verkopen aan een grotere oliemaatschappij die het ombouwt tot onbemand station. „Het is in zekere zin een marginale business”, zegt Hazebroek. „Maar als je het goed doet, valt er een gezonde winst mee te boeken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden