De onbekende Man Ray

Noire et Blanche, 1926. (Trouw) Beeld
Noire et Blanche, 1926. (Trouw)

Met zijn foto’s werd hij wereldberoemd. Maar Man Ray had ook een andere creatieve kant, die nu wordt belicht op een tentoonstelling in het Fotomuseum Den Haag.

Zijn foto’s zijn wereldberoemd, maar Man Ray wilde zelf helemaal niet te boek staan als fotograaf. Bijna zijn hele leven zocht hij naar erkenning als veelzijdig kunstenaar met schilderijen, tekeningen en objecten. Die andere creatieve kant die bij het publiek nauwelijks bekend is, komt nu voor het eerst uitgebreid aan bod op een even verrassende als boeiende tentoonstelling in het Fotomuseum Den Haag.

De meer dan 300 voorwerpen op deze expositie zijn afkomstig uit de nalatenschap van Man Ray, die in 1890 in de Amerikaanse staat Philadelphia werd geboren als Emmanuel Radnitzky. Behalve kunstvoorwerpen en (uiteraard) foto’s is ook een aantal persoonlijke eigendommen te zien, waaronder zijn bolhoed en wandelstok. Daarmee wil de samensteller van deze tentoonstelling, de Amerikaan John Jacob, duidelijk maken dat het hem ook gaat om de mens achter de kunstenaar.

De bezoeker wandelt bij wijze van spreken door het leven van Man Ray heen, door Jacob ingedeeld aan de hand van de steden die belangrijk zijn geweest voor zijn ontwikkeling als kunstenaar: New York, Parijs en Los Angeles. Ray begint zijn carrière als kunstschilder in New York, waar hij de dadaïstische kunstenaar Marcel Duchamp ontmoet, die hem overhaalt om naar Parijs te gaan. Daar verkeert hij in kringen van surrealistische en dadaïstische kunstenaars en begint hij ook te fotograferen, waarbij het hem er vooral om gaat om zijn eigen kunstwerken en die van anderen te documenteren. In de loop der tijd worden de afbeeldingen voor Ray interessanter dan het origineel. Hij gooit zelfs regelmatig werk weg, als hij er een foto van heeft gemaakt. Naar zijn mening gaat het niet om het kunstwerk zelf, maar om het idee erachter. Daarom vindt hij het ook geen probleem om een nieuw exemplaar te maken, als het origineel verloren is gegaan, wat nogal ongebruikelijk is in de kunstwereld. In het Fotomuseum is bijvoorbeeld een lampenkap te zien die hij maakte nadat het origineel tijdens een tentoonstelling per ongeluk door een conciërge was weggegooid, omdat hij het niet had herkend als kunstvoorwerp.

Gaandeweg wordt de fotocamera voor Man Ray steeds belangrijker. Hij beperkt zich niet meer tot het afbeelden van kunstwerken, maar gaat ook portretten maken, onder meer van Picasso, Giacometti en Hemingway en modereportages. Hij experimenteert met nieuwe technieken en wordt de (her)ontdekker van de rayografie, waarbij de afbeelding ontstaat door een voorwerp tussen lichtbron en fotopapier te plaatsen. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vertrekt hij naar Los Angeles, waar hij stopt met commerciële fotografie en weer gaat schilderen. Ook ontwerpt hij schaakborden en reproduceert hij vroeger werk, omdat hij denkt dat dat verloren is gegaan in de oorlog (wat later niet het geval blijkt). Het in veelvoud produceren van unieke objecten met in massa geproduceerde onderdelen is iets wat hem mateloos boeit. Het begrip ’authentiek’ interesseert hem niet. In Amerika snappen ze daar niks van en nemen ze hem niet serieus. Ze begrijpen zijn kunst niet, noemen hem een imitator.

In 1951 keert hij met echtgenote Juliet terug naar Parijs. Met de fotografie heeft hij het nu wel gehad, zegt hij. Hij gaat zijn unieke objecten in oplage uitgeven en zijn vroegere schilderijen als lithografieën reproduceren. Want zijn heilige overtuiging is dat de inspiratie voor een uniek object wordt bevestigd als het idee achter het object in veelvoud wordt verspreid. Hierin betoont hij zich een echte conceptuele kunstenaar. Tijdens de Biënnale van Venetie in 1961, waar hij wordt onderscheiden met een gouden medaille, vindt hij eindelijk erkenning als kunstenaar, al blijft de wereld hem ook daarna vooral zien als fotograaf.

Na zijn dood in 1976 liet zijn weduwe Juliet de volgende tekst op zijn grafsteen aanbrengen, die in vier woorden weergeeft hoe Man Ray leefde en werkte: ’Zorgeloos, maar niet onverschillig’.

Zelfportret Hollywood, 1944. (Trouw) Beeld
Zelfportret Hollywood, 1944. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden