De onbegrijpelijke wreedheid van 11-M

Grafisch vormgever Jesús Ramírez overleefde de bom-aanslagen op vier forenzen-treinen in Madrid, afgelopen 11 maart. Hij lag acht dagen in coma. ,,Ik wil dood”, was het eerste dat hij tegen zijn vrouw Angeles zei toen hij bijkwam.

Jesús Ramírez (50) trekt met moeite het rolluik omhoog van het kantoortje van de Asociación de Víctimas del 11-M, de vereniging van de slachtoffers van de aanslagen. Wanneer hij weer aan het werk kan - hij deed de lay-out van drukwerk op het ministerie van economische zaken - weet hij niet. Zijn schouder en arm doen nog steeds veel pijn. Lopen gaat wel, maar alleen als het niet te ver is.

Binnen schikt hij stapels papieren op zijn bureau, beantwoordt een paar telefoontjes. Sinds kort is hij de voorzitter van de Asociación in Santa Eugenia, een slaapstad bij de Spaanse hoofdstad Madrid die geheel lijkt te bestaan uit roodbakstenen flats. De vereniging, die ongeveer vierhonderd le-den telt, geeft de slachtoffers juridische, medische en sociale hulp.

Bij de aanslagen vielen 191 doden en meer dan tweeduizend gewonden. Zo'n 180 mensen zijn invalide of voorlopig arbeidsongeschikt. Veel overlevenden en nabestaanden zijn depressief of kam-pen met posttraumatische stress, meldt een recente studie van de universiteit van Alcalá de Henares. Alcalá is de stad op zo'n dertig kilometer ten oosten van Madrid waar de vier 'treinen des doods' vertrokken.

Die ochtend kocht Jesús zoals bijna altijd eerst een exemplaar van El País bij de kiosk. Voor een paar euro meer nam hij ook de aanbieding van de krant van die dag mee: een cd van Simon & Garfunkel. Een cadeautje voor zijn dochter Eva van twintig.

Hij zat nog maar net in de forenzendubbeldek-ker of de eerste bom explodeerde, bij het station van El Pozo. Vanaf El Pozo is het nog twaalf minu-ten naar het Atocha-station in Madrid, waar de meeste slachtoffers zouden vallen. Omdat Jesús twee keer aan een cyste (een bloedprop) in zijn hoofd is geopereerd, dacht hij dat er iets met hem gebeurde. ,,Het was heel vreemd: Ik stond op, om de anderen duidelijk te maken dat ik niet in orde was.”

Vrijwel meteen hierna volgde de tweede explosie en werd de trein uiteengereten. Vanaf dat moment weet Jesús helemaal niets meer. Ook van zijn medepassagiers kan hij zich niets herinneren. Aarzelend: ,,Zij moeten nog dichter bij de bom gezeten hebben dan ik, zij zijn waarschijnlijk mijn redding geweest.” Zijn ogen worden vochtig. ,,Dat idee is onverdraaglijk.”

Acht dagen lag hij in coma. Onder de brandwonden, met gescheurde trommelvliezen, gebroken ribben, overal stukjes metaal in zijn rug en nek, een gebroken schouderblad en dan heeft hij nog niet eens alles genoemd.

Jesús werd wakker in een ander land. Niet de conservatief José Maria Aznar, die ervan werd beschuldigd de aanslagen toe te schrijven aan de Baskische Eta omdat islamitische terreur van Al-Kaida hem slecht uitkwam, maar de socialist José Luis Rodríguez Zapatero won onverwacht de parlementsverkiezingen van 14 maart, drie dagen na de aanslagen.

Maar het eerste dat Ramírez tegen zijn vrouw Angeles zei, was: ,,Ik wil dood.” ,,Alles deed zo'n vreselijke pijn. Angeles zei dat het een aanslag was geweest, dat er doden waren gevallen. Hoeveel precies wilde ze niet zeggen, een poging van haar om me te sparen.”

,,Mijn leven is volkomen overhoop gegooid. Het is niet alleen de pijn. Ik kan me bijvoorbeeld slecht concentreren: een boek lezen gaat absoluut niet meer, de krant hooguit een beetje.” Angeles en de kinderen - behalve Eva heeft hij nog een zoon die ook Jesús heet, hij wil ze er niet te veel bij betrekken. ,,Ik ga elke ochtend naar mijn fysiotherapeut, waar ik leer om mijn arm weer goed te gebruiken. Angeles vertrekt elke middag naar het gemeentelijke sportcentrum hier in Santa Eugenia waar zij administratief medewerkster is. Zo komen we elkaar 's avonds weer tegen, net als vroeger.”

Als Jesús door zijn buurt loopt, begroet hij links en rechts bekenden, joviaal zwaaiend en kussend. Maar in zijn hoofd woedt een storm die maar niet wil gaan liggen. Hij worstelt met de willekeur van het lot, de onbegrijpelijke wreedheid van de daders. ,,En ik heb nu een groot probleem met Arabieren. Hoe kan ik weten met wie ik te maken heb? Hoe weet ik wie een gewone moslim is die geen enkele kwaad in de zin heeft en wie een radicaal? Of iemand die instemt met het terrorisme?”

Het is een van de thema's die aan de orde komen tijdens de geregelde collectieve sessies van de slachtoffers die onder leiding van een psycholoog plaatsvinden in het verenigingslokaal. ,,De psycholoog probeert ons te helpen om die angst te rationaliseren: het was maar een kleine groep, houden we onszelf dan voor, ze zijn niet allemaal zo.” Maar toch.

Kwaad is hij ook over de eerste veroordeling van een dader van 11-M (de in Spanje gebruikelijke aanduiding voor de aanslagen van 11 maart); de zestienjarige Spanjaard die tegen betaling bereid was dynamiet naar de hoofddaders te brengen. 'El gitanillo' (het zigeunertje) kreeg zes jaar gevangenisstraf. ,,Zes jaar voor zo'n misdaad! Dat is echt idioot laag, ook voor een minderjarige, een gênante vertoning. Justitie heeft het op een akkoordje gegooid met zijn advocaten. In ruil voor een snelle bekentenis kreeg hij strafvermindering. Als deze jongen 23 is, loopt hij gewoon weer op straat. Dat is toch niet rechtvaardig?”

Woedend is Jesús over de dood van Daniel Paz Manjón, een jongen van 20 die in zijn trein zat. Daniel, die gymleraar wilde worden en altijd voor iedereen klaarstond, zou twee weken geleden 21 zijn geworden. Zijn moeder, Pilar Manjón, baarde een paar dagen eerder opzien met een emotioneel optreden voor de parlementaire commissie die de aanslagen onderzoekt. ,,Ik kan er niet tegen nooit meer de sleutels te horen die zijn komst aankondigen. Elke moeder die een zoon verloren heeft weet hoe het voelt om op een geluid te wachten dat nooit meer komt”, vertelde ze de commissieleden. Daarna gaf Manjón, het gezicht getekend door slapeloosheid en vechtend tegen tranen, de heren en dames politici er flink van langs. De commissie ruziede maandenlang over de vraag of het bloedbad voorkomen had kunnen worden en of er, tussen de aanslagen en de verkiezingen drie dagen later, informatie over het politieonderzoek al dan niet opzettelijk te laat openbaar werd gemaakt. Aznar en Zapatero maakten elkaar uit voor leugenaar. Ons verdriet is misbruikt voor 'politiek van schoolpleinniveau', beet Manjón de bedremmelde volksvertegenwoordigers toe. ,,Wij weten heel goed wat er tussen 11 en 14 maart gebeurde. Wij zochten naar onze doden. We begroeven ze en we huilden om het verlies. We namen afscheid.”

,,Zij heeft het hele land een les gegeven in eerlijkheid”, zegt Jesús tevreden. ,,Ik was erg geëmotioneerd en ik ben enorm trots op haar. Pilar heeft de waarheid verteld over onze rechters, politici en de media die maar geen genoeg konden krijgen van gruwelijke beelden.”

Hij bestrijdt dat zijn vereniging nu over Manjón een conflict heeft met de organisatie die werd opgericht voor slachtoffers van de Eta-terreur, de Asociación de Victimas del Terrorismo (AVT). Volgens AVT-voorzitter José Alcaraz heeft Manjón oud-premier Aznar ten onrechte beschuldigd van mede-verantwoordelijkheid voor de aanslagen.

,,Wij zijn apolitiek en wij hebben geen problemen met de AVT. Maar zij hebben Aznar een paar weken na de aanslagen tot hun erevoorzitter benoemd. Daarom willen wij nooit bij de AVT horen, niet omdat Aznar medeschuldig zou zijn aan 11-M, maar omdat hij een deel van de verantwoordelijkheid op zich had moeten nemen voor alles wat daarvoor misging. Zo is er niets gedaan met aan-wijzingen dat een stel criminelen op het punt stond dynamiet aan de daders te verkopen. Dan kun je niet blijven doen alsof je daar helemaal niets mee te maken hebt gehad.”

Myriam Cara Molino, een sociaal werkster van 27 jaar die op 11 maart weduwe werd, schuift aan bij het gesprek. Net op het moment dat Jesús nog iets kwijt wil over het knagende schuldgevoel dat hem achtervolgt. Myriam probeert hem te troosten. ,,Je hoeft je niet schuldig te voelen.” Jesús knikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden