De (on)mogelijkheden van het Europees voorzitterschap

Het Europa-gebouw waar de ambtelijke vergaderingen en andere (conferentie)evenementen zullen plaatsvinden.Beeld Flickr/EU2016NL

Het EU-voorzitterschap in 2016 geeft Nederland de kans zijn invloed te laten gelden. Maar dat betekent soms balanceren op het politieke randje.

Aan ambities voor het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie is in Den Haag geen gebrek: van lagere prijzen voor medicijnen tot meer Europese defensiesamenwerking. Maar de vraag is hoeveel wensen Nederland kan inbrengen.

De voorzitter heeft ook als taak om alle meningen in Europa tot een compromis te smeden. Bovendien vraagt een aantal lopende zaken veel aandacht. Halverwege het Nederlandse voorzitterschap kan een eventueel 'nee' bij het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne daar nog een probleem aan toevoegen.

Volgens een inventarisatie van het Parlementair Documentatiecentrum van de Universiteit Leiden heeft de regering de afgelopen maanden 161 wensen en plannen voor het voorzitterschap geformuleerd. Soms gaat het om onderwerpen die weinig nieuw zijn, zoals een betere samenwerking tussen de EU en de Navo. Andere plannen liggen gevoeliger. Minister van volksgezondheid Edith Schippers wil de geldigheid van patenten op medicijnen verkorten. Nederland en andere kleine landen hopen op die manier medicijnen goedkoper te maken. Grote landen met een eigen farmaceutische industrie, zoals Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, zijn naar verluidt minder enthousiast over de ideeën van Schippers.

Grensbewaking
Het agenderen van eigen beleidsprioriteiten kan botsen met een tweede taakopvatting van het voorzitterschap. Het kabinet vindt ook dat het volgend jaar niet altijd als eerste een scherp standpunt kan innemen, maar juist aan consensus moet werken. In oktober wilde minister van binnenlandse zaken Ronald Plasterk niet vroegtijdig protesteren tegen plannen om de regels bij de verkiezingen voor het Europees Parlement te wijzigen, waar een meerderheid van de Tweede Kamer tegen was. Het ging bijvoorbeeld om een mogelijke verplichting mannen en vrouwen om en om op de kieslijst te plaatsen of om jongeren al vanaf hun zestiende stemrecht te geven.

Veel Nederlandse aandacht zal uitgaan naar enkele grote problemen in Europa. Twee weken geleden spraken Europese regeringsleiders af, dat er onder het Nederlands voorzitterschap een besluit moet vallen over een Europese grens- en kustwacht. Een land dat zijn deel van de Europese buitengrens niet goed bewaakt zou het gezag over zijn grenzen dan aan Brussel verliezen.

Nederland heeft als locatie voor de informele bijeenkomsten van ministers het Scheepvaartmuseum in Amsterdam aangewezen.Beeld Flickr/EU2016NL

Dit idee van de Europese Commissie kan niet in iedere Europese hoofdstad op enthousiasme rekenen. Maar Nederland is voorstander. De regering wil de toestroom van asielzoekers naar Nederland verminderen via onorthodoxe maatregelen, zoals gedwongen verdeling van vluchtelingen over alle landen in Europa, en desnoods via onder dwang verstrekte 'assistentie' aan Griekse grenswachten. Staatssecretaris van veiligheid en justitie Klaas Dijkhoff zal in Brussel moeten balanceren tussen de voorzittersrol en zijn specifieke wensen in de migratiecrisis.

Groot-Brittannië
Cruciaal voor de toekomst van de unie zijn ook de onderhandelingen met Groot-Brittannië over de Britse positie binnen de EU. Een succesvolle uitkomst moet premier David Cameron in staat stellen een referendum over voortzetting van het lidmaatschap te winnen. Bijzonder gevoelig ligt de Engelse wens om nieuwkomers een aantal jaren van bepaalde sociale voorzieningen uit te sluiten.

Volgens Londen komen veel Zuid- en Oost-Europeanen af op een regeling waarbij de overheid het inkomen uit laagbetaalde banen aanvult. De onderhandelingen over de Britse wensen zullen veel aandacht vragen van minister van sociale zaken Lodewijk Asscher. Dat kan ten koste gaan van zijn wens om een Europees vervolg te geven aan zijn Nederlandse inspanningen tegen schijnconstructies op de arbeidsmarkt. Bedrijven nemen bijvoorbeeld Bulgaarse werknemers tegen Bulgaarse arbeidsvoorwaarden in dienst, en 'detacheren' hen dan in Nederland. Asscher wil dat de Europese Commissie de tijdsduur van buitenlandse detachering beperkt.

Associatieakkoord
Een bijzonder lastig probleem kan op 6 april wel eens van eigen bodem komen. Op die dag stemt Nederland over het associatieakkoord met Oekraïne. Bij een 'nee' staat het kabinet voor een lastige afweging, en riskeert Nederland om van een constructieve voorzitter te veranderen in een probleemgeval. Schuift het kabinet de uitslag terzijde, dan wacht in ieder geval een vervelende binnenlandse discussie.

Interieur van het Europa-gebouw.Beeld Flickr/EU2016NL

Ook verliest het Nederlandse doel om tijdens het voorzitterschap te werken aan meer invloed van de burger op de Europese besluitvorming dan aan glans. In Brussel de boer opgaan met de nee-stem is evenmin aanlokkelijk. Nederland zal zich niet populair maken bij de Brusselse ambtenaren die hard voor het verdrag gewerkt hebben. Bovendien zijn veel landen juist voor een akkoord met Oekraïne. Ook na een nee van het Nederlandse electoraat zal een aantal Oost-Europese landen willen dat de unie een vorm vindt om de samenwerking met hun buurland op te schroeven.

Het kabinet zou als tussenoplossing eerst een tijdje kunnen studeren op de verdragsrechtelijke en politieke implicaties van de referendumuitslag. Na het Nederlandse voorzitterschap kan er dan een nieuw en (cosmetisch) gewijzigd associatieverdrag komen. Maar ook hieraan kleven nadelen. De tussenliggende periode van onduidelijkheid zal tot veel kritiek leiden bij zowel Europese partners als de Nederlandse nee-stemmers. Het kabinet heeft vanwege het voorzitterschap dan ook een extra reden om te hopen dat 6 april een 'ja' oplevert, of dat de vereiste opkomst van dertig procent niet wordt gehaald.

Beeld Flickr/EU2016NL

Wat doet een voorzitter en wat niet?

De rol van de voorzitter
Het komende half jaar bekleedt Nederland het roulerende voorzitterschap van de Europese Unie. Dat wil zeggen, van een specifiek onderdeel daarvan: de Raad van de Europese unie. Dat is het EU-instituut dat de 28 lidstaten vertegenwoordigt in relatie met vooral de Europese Commissie en het Europees Parlement.

Praktisch gezien komt het voorzitterschap er vooral op neer dat de Nederlandse ministers of staatssecretarissen alle raadsvergaderingen met hun ambtgenoten in Brussel of Luxemburg voorzitten, van landbouw tot financiën en van justitie tot milieu.

Dat is een dienende rol: de voorzitter moet de verschillende standpunten van de lidstaten zien te verenigen tot Europese besluiten.

Bovendien speelt het voorzittersland een spilfunctie in onderhandelingen van de raad met de commissie en het parlement over nieuwe wetgeving van de Europese Unie. Voorzitterslanden strijken over het algemeen met de eer als er successen te vieren zijn.

Het voorzitterschap betekent dat Nederland invloed kan uitoefenen op de agendavorming. Maar het is niet de bedoeling dat een voorzittersland opzichtig zijn eigen stokpaardjes gaat berijden zonder aan het grote Europese geheel te denken.

Voor minister Dijsselbloem betekent het voorzitterschap, dat hij nog een pet aan zijn verzameling kan toevoegen. De maandelijkse eurogroepvergaderingen die hij sinds 2013 presideert, worden daags erna gevolgd door de ministerraden financiën van alle 28 landen. Die moet hij nu ook voorzitten.

Sinds de Europese Unie in het vorige decennium zo fors uitbreidde, worden de krachten van voorzitterschappen gebundeld in trio's. Nederland vormt een trio met Slowakije en Malta, die vanaf respectievelijk 1 juli 2016 en 1 januari 2017 aan de beurt zijn. Zij overleggen over continuïteit in hun voorzitterswerk.

Eerdere voorzitterschappen
Nederland is voor de twaalfde keer EU-voorzitter, maar voor het eerst sinds het Verdrag van Lissabon (2009). Dat verdrag heeft de reikwijdte van het voorzitterschap beperkt. Zo zat oud-premier Balkenende in 2004 nog een Europese top van regeringsleiders voor. Dat is het werk van een vaste voorzitter, momenteel Donald Tusk, daarvoor Herman Van Rompuy (2009-2014).

Ook andere belangrijke raadsvergaderingen hebben een vaste voorzitter, zoals buitenlandse zaken (Federica Mogherini) en de Eurogroep (Jeroen Dijsselbloem).

Er zijn sinds 2003 ook geen Europese topvergaderingen meer in de voorzitterslanden. Taferelen als fietsende regeringsleiders in Amsterdam (1997) zijn niet meer aan de orde.

Hoewel de invloed van de voorzitter dus kleiner is dan vroeger, heeft Nederland wel een reputatie hoog te houden. De vorige vier voorzitterschappen waren allemaal mijlpalen. Ze leidden respectievelijk tot de Europese Akte over de gemeenschappelijke markt (1986), het Verdrag van Maastricht (1992), het Verdrag van Amsterdam (1997) en het begin van de toetredingsonderhandelingen met Turkije (2004).

Zo'n grootse ontwikkeling is nu niet voorzien. Meer dan voorheen is dit een tijdperk waarin de EU-voorzitter vooral probeert goed 'op de winkel te passen'.

Scheepvaartmuseum en Europagebouw
Het Nederlandse voorzitterswerk speelt zich niet zozeer af in Nederland als wel in Brussel en Luxemburg. Daar zijn alle belangrijke en minder belangrijke ministerraden die de Nederlandse bewindspersonen in goede banen moeten leiden.

Het is wel de gewoonte dat het voorzittersland gastheer is van de halfjaarlijkse informele bijeenkomsten van de vakministers. Die zijn 'informeel' omdat er geen besluiten worden genomen. Nederland heeft als locatie hiervoor het Scheepvaartmuseum in Amsterdam aangewezen.

Daarnaast, op het voormalige marineterrein, staat het mobiele Europagebouw waar de ambtelijke vergaderingen en andere (conferentie)evenementen zullen plaatsvinden.

Op 7 januari zal de voltallige Europese Commissie een bezoek aan het Amsterdamse terrein brengen.

Een deel van de locatie is toegankelijk voor het publiek. Er is een bezoekerscentrum ingericht met informatie over de EU. Een cultureel programma (met de titel 'Europe by People') hoort er ook bij.

De kosten van het Nederlandse voorzitterschap zijn begroot op 62,8 miljoen euro: 46 miljoen aan operationele kosten en 16,8 miljoen voor de ministersvergaderingen. Aan het voorzitterschap van 2004 was Nederland 97 miljoen euro kwijt.

Prioriteiten Nederland
Het kabinet heeft duidelijk gemaakt dat het voorzitterschap een sober en pragmatisch karakter krijgt. "Europa heeft even geen behoefte aan grote visies de komende maanden, maar aan het aanpakken van concrete problemen", zoals premier Rutte het vorige maand verwoordde.

De vier beleidsprioriteiten van het Nederlandse voorzitterschap zijn:

Migratie en internationale veiligheid

De EU als innovator en banenmotor

Stabiele financiën en robuuste Eurozone

Toekomstgericht klimaat- en energiebeleid

Daarnaast houdt het kabinet er rekening mee dat veel tijd opgaat aan crisismanagement, zoals dat ook de voorgaande voorzitters Letland en Luxemburg is vergaan. Vooral Luxemburg had veel te stellen met de migratiecrisis. Niemand weet wat er de komende zes maanden op ons af zal komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden