De (on)mogelijkheden van het Europees voorzitterschap

Het EU-voorzitterschap in 2016 geeft Nederland de kans zijn invloed te laten gelden. Maar dat betekent soms balanceren op het politieke randje.

Aan ambities voor het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie is in Den Haag geen gebrek: van lagere prijzen voor medicijnen tot meer Europese defensiesamenwerking. Maar de vraag is hoeveel wensen Nederland kan inbrengen. De voorzitter heeft ook als taak om alle meningen in Europa tot een compromis te smeden. Bovendien vraagt een aantal lopende zaken veel aandacht. Halverwege het Nederlandse voorzitterschap kan een eventueel 'nee' bij het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne daar nog een probleem aan toevoegen.

Volgens een inventarisatie van het Parlementair Documentatiecentrum van de Universiteit Leiden heeft de regering de afgelopen maanden 161 wensen en plannen voor het voorzitterschap geformuleerd. Soms gaat het om onderwerpen die weinig nieuw zijn, zoals een betere samenwerking tussen de EU en de Navo. Andere plannen liggen gevoeliger. Minister van volksgezondheid Edith Schippers wil de geldigheid van patenten op medicijnen verkorten. Nederland en andere kleine landen hopen op die manier medicijnen goedkoper te maken. Grote landen met een eigen farmaceutische industrie, zoals Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, zijn naar verluidt minder enthousiast over de ideeën van Schippers.

Het agenderen van eigen beleidsprioriteiten kan botsen met een tweede taakopvatting van het voorzitterschap. Het kabinet vindt ook dat het volgend jaar niet altijd als eerste een scherp standpunt kan innemen, maar juist aan consensus moet werken. In oktober wilde minister van binnenlandse zaken Ronald Plasterk niet vroegtijdig protesteren tegen plannen om de regels bij de verkiezingen voor het Europees Parlement te wijzigen, waar een meerderheid van de Tweede Kamer tegen was. Het ging bijvoorbeeld om een mogelijke verplichting mannen en vrouwen om en om op de kieslijst te plaatsen of om jongeren al vanaf hun zestiende stemrecht te geven.

Grensbewaking

Veel Nederlandse aandacht zal uitgaan naar enkele grote problemen in Europa. Twee weken geleden spraken Europese regeringsleiders af, dat er onder het Nederlands voorzitterschap een besluit moet vallen over een Europese grens- en kustwacht. Een land dat zijn deel van de Europese buitengrens niet goed bewaakt zou het gezag over zijn grenzen dan aan Brussel verliezen. Dit idee van de Europese Commissie kan niet in iedere Europese hoofdstad op enthousiasme rekenen. Maar Nederland is voorstander. De regering wil de toestroom van asielzoekers naar Nederland verminderen via onorthodoxe maatregelen, zoals gedwongen verdeling van vluchtelingen over alle landen in Europa, en desnoods via onder dwang verstrekte 'assistentie' aan Griekse grenswachten. Staatssecretaris van veiligheid en justitie Klaas Dijkhoff zal in Brussel moeten balanceren tussen de voorzittersrol en zijn specifieke wensen in de migratiecrisis.

Cruciaal voor de toekomst van de unie zijn ook de onderhandelingen met Groot-Brittannië over de Britse positie binnen de EU. Een succesvolle uitkomst moet premier David Cameron in staat stellen een referendum over voortzetting van het lidmaatschap te winnen. Bijzonder gevoelig ligt de Engelse wens om nieuwkomers een aantal jaren van bepaalde sociale voorzieningen uit te sluiten. Volgens Londen komen veel Zuid- en Oost-Europeanen af op een regeling waarbij de overheid het inkomen uit laagbetaalde banen aanvult. De onderhandelingen over de Britse wensen zullen veel aandacht vragen van minister van sociale zaken Lodewijk Asscher. Dat kan ten koste gaan van zijn wens om een Europees vervolg te geven aan zijn Nederlandse inspanningen tegen schijnconstructies op de arbeidsmarkt. Bedrijven nemen bijvoorbeeld Bulgaarse werknemers tegen Bulgaarse arbeidsvoorwaarden in dienst, en 'detacheren' hen dan in Nederland. Asscher wil dat de Europese Commissie de tijdsduur van buitenlandse detachering beperkt.

Lastige afweging

Een bijzonder lastig probleem kan op 6 april wel eens van eigen bodem komen. Op die dag stemt Nederland over het associatieakkoord met Oekraïne. Bij een 'nee' staat het kabinet voor een lastige afweging, en riskeert Nederland om van een constructieve voorzitter te veranderen in een probleemgeval. Schuift het kabinet de uitslag terzijde, dan wacht in ieder geval een vervelende binnenlandse discussie. Ook verliest het Nederlandse doel om tijdens het voorzitterschap te werken aan meer invloed van de burger op de Europese besluitvorming dan aan glans. In Brussel de boer opgaan met de nee-stem is evenmin aanlokkelijk. Nederland zal zich niet populair maken bij de Brusselse ambtenaren die hard voor het verdrag gewerkt hebben. Bovendien zijn veel landen juist voor een akkoord met Oekraïne. Ook na een nee van het Nederlandse electoraat zal een aantal Oost-Europese landen willen dat de unie een vorm vindt om de samenwerking met hun buurland op te schroeven.

Tussenoplossing

Het kabinet zou als tussenoplossing eerst een tijdje kunnen studeren op de verdragsrechtelijke en politieke implicaties van de referendumuitslag. Na het Nederlandse voorzitterschap kan er dan een nieuw en (cosmetisch) gewijzigd associatieverdrag komen. Maar ook hieraan kleven nadelen. De tussenliggende periode van onduidelijkheid zal tot veel kritiek leiden bij zowel Europese partners als de Nederlandse nee-stemmers. Het kabinet heeft vanwege het voorzitterschap dan ook een extra reden om te hopen dat 6 april een 'ja' oplevert, of dat de vereiste opkomst van dertig procent niet wordt gehaald.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden