De ogen van Oopjen

Schrijver Ernest van der Kwast spit kranten door, zoekt berichten over de liefde en maakt zijn eigen verhaal. Dit keer: de huwelijksportretten van Maerten en Oopjen.

De schilder had het gezien. Hij was jong, eind twintig, en had wild, bijna komisch haar. Kalligrafische krullen die goudkleurig waren in het licht van de zon. Ze verborgen een deel van zijn gezicht, zijn linkeroog, de kant van zijn hart. Hij was veelgevraagd, blaakte van zelfvertrouwen en hij was een verloofd man. In de zomer zou hij trouwen met het nichtje van de kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh, die hem opdrachten bezorgde. En nu dus ook een vrouw, de tweeëntwintigjarige Saskia. Hij zou haar talloze malen schilderen, steeds met een zacht en elegant gezicht, haar ogen die je eindeloos aankijken.

Er was een opdracht gekomen voor twee grote portretten. De opdrachtgever was Maerten Soolmans, de zoon van een rijke handelaar in suiker. Hij was nog niet zo lang geleden getrouwd met een serene vrouw die Oopjen heette. Ze was twee jaar ouder dan Maerten en kwam uit een familie die een fortuin had verdiend met graan en buskruit. De bruidsschat bedroeg vijfendertigduizend gulden. De schilder was gevraagd om twee levensgrote huwelijksportretten te maken, zoals de adel werd geschilderd. Ten voeten uit, in grootse weelde.

De schilder werkte in het atelier van Hendrick van Uylenburgh, bij wie hij ook woonde. Het echtpaar mocht niet samen komen. De schilder wilde dat ze apart zouden poseren. Eerst Maerten, met wie hij sprak over de kleren en schoenen voor op de portretten. De jongeman, jonger nog dan de schilder, wilde afgebeeld worden in een satijnen pak. Voor zijn vrouw had hij een zijden zwarte jurk bedacht en ze moest een waaier van struisvogelveren vasthouden. De schilder keek naar zijn gezicht en schilderde met zijn trefzekere hand de vormen op het immense doek, zijn jukbeenderen, zijn ogen, zijn kleine mond. Hij verzocht Maerten te zwijgen. Het was de eerste keer dat iemand dat tegen hem zei. Hij hield het een minuut vol, daarna sprak hij over schoenen met enorme, witte rozetten en een halssnoer met parels, 'vier rijen dik', dat Oopjen op het portret moest dragen. Iedereen moest zien hoe rijk ze waren, een echtpaar uit de bovenste klasse.

Twee dagen later kwam Oopjen naar het atelier op de Jodenbreestraat. Ze ging tegenover de schilder zitten en zei geen woord. Hij zag dat ze zwanger was, vijf maanden, misschien zes. Zelf wilde hij ook kinderen. Drie dagen na de verloving had hij met een zilverstift een tekening van Saskia gemaakt. Daarop draagt ze een hoed en houdt ze bevallig haar linkerhand tegen haar hoofd. Haar lome blik verraadt haar gedachten, die overduidelijk naar de tekenaar uitgaan. Alles is liefdevol, zelfs het bloemetje waar ze met haar andere hand mee speelt. Dit was de moeder van zijn kinderen.

De schilder keek van de buik naar de ogen van Oopjen. Hij pakte een penseel en schilderde de oogleden. Hij zag het aan haar blik. Even bevroor zijn rechterhand, de hand die nooit aarzelde. Op dat moment had hij in zijn leven dertig zelfportretten gemaakt, waarvan de helft schilderijen waren. Het gezicht als studie. De titels luidden: Zelfportret met open mond, Zelfportret met boze gelaatsuitdrukking, Zelfportret met verbaasde blik. De schilder zag het aan haar gezicht. Hij zag een ongelukkige vrouw.

De vader van haar man was een handelaar met ruwe manieren. Hij schold veel en ging maar al te graag over tot een handgemeen. Hij was talloze malen voor de kerkeraad verschenen. Ook zijn zoon had hij geslagen toen deze jong was. Jan Soolmans was een vader geweest zonder geduld en Maerten een kind met een eigen wil. Hij had de hand van zijn vader zo vaak gevoeld dat deze een afdruk had achtergelaten. Maerten kon de kracht nog steeds voelen, de druk waarmee hij werd geknepen in zijn arm, de pijn. Hij had gehuild en geschreeuwd, en om hulp geroepen, maar zijn moeder was niet gekomen.

Maerten was een moeilijke man geworden, principieel, zonder oor voor de ander. Hij bepaalde de dingen, andere mensen moesten zich naar hem schikken. Hoewel hij haar nooit had geslagen, vreesde Oopjen zijn hand. Het kostte hem moeite om teder te zijn. Het lukte hem zelden. Hij was ruw, gaf geen liefde, maar drong deze op. Drie maanden na de bevalling zou hun zoontje, een baby met blonde lokken, sterven. Ze wist zeker dat het kwam door haar man. Deze liefde kon geen leven voortbrengen.

De hand van de schilder kwam in beweging. Hij schilderde haar neus, haar wenkbrauwen, haar mondhoeken en hij schilderde de stilte, het verdriet en de eenzaamheid. Het huwelijk tussen Oopjen en Maerten was een huwelijk tussen oud en nieuw geld, tussen het patriciaat en de parvenu. Op de portretten moest de buitenkant van hun leven te zien zijn, zoals ze dat aan iedereen toonden. Oopjen wist hoe mooi ze was in een glanzende jurk, maar onder deze schil van schijn lag een donker geheim, zat het kind verborgen dat niet bij hen zou blijven.

In het begin, in Leiden, had de schilder doeken geschilderd die zoveel drukte en beweging in zich hadden dat de figuren leken te willen ontsnappen. Hij schilderde Oopjen roerloos en zwijgend in een zee van zwart, maar toen het portret af was, zag hij een vrouw die wilde ontsnappen aan haar lijst.

De schilderijen, de grootste portretten die de schilder ooit zou maken, kwamen naast elkaar te hangen in het huis van het pasgetrouwde echtpaar. Ze keken elkaar niet aan en dat doen ze nog steeds niet. De portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit zouden enige tijd in de familie blijven en daarna kwamen ze, anoniem en vergeten, in handen van de verzamelaar Pieter van Winter. De schilderijen hingen op een prominente plek in de galerie achter zijn huis. Ze waren ook onafscheidelijk in het huis van zijn dochter, die de portretten elke zomer meeverhuisde naar de buitenplaats Schaep en Burgh.

In 1877 werden de schilderijen verkocht aan baron Gustave de Rothschild. Toen ze bij zijn achterkleinzoon in Parijs aan de muur hingen, kregen ze hun namen weer terug, de pasgetrouwde Maerten en Oopjen. Heel even leek het erop dat ze zouden worden gescheiden, toen de schilderijen opnieuw op de markt kwamen en twee landen aan hen trokken, maar de geschiedenis heeft anders bepaald.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden