De oe: Van zoogdier in de wei naar opgehokt productiemiddel

Al een aantal keren dit voorjaar heb ik mezelf betrapt op vrolijk verraste uitroepen wanneer er ergens koeien in een weiland lopen. Het is natuurlijk te gek voor woorden dat je daar als Nederlander blij van wordt. Nederland, weilanden en koeien: het was eeuwenlang een soort heilige drie-eenheid, resulterend in een wereldwijde export van Fries melkvee en kaassoorten als Edam en Gouda.

In Nederland ontwikkelde zich ook een mooie traditie van veeschilders, van de beroemde stier uit 1647 van Paulus Potter via de negentiende-eeuwse romantische landschappen met vee van J.A. Knip tot de impressionistische koeien en kalveren van Marleen Felius nu. Maar zoals tegenwoordig de tomaten groeien op een laagje keramieken korrels met een druppelsgewijs toegediende oplossing van voedingszouten, zo komt onze exportkaas in toenemende mate van een opgehokte veestapel die geen weiland meer betreedt.

Het zal er wel mee te maken hebben dat alles door de bril van het economisme wordt bekeken. Een koe is geen zoogdier meer, het is een productiemiddel. De kaas is geen culinair hoogtepunt meer, het is een bijdrage aan onze exportpositie en het bruto nationaal product. En een weiland is een hoeveelheid loze ruimte die beter kan worden benut door er een bedrijventerrein op te vestigen. Jarenlang reed ik in de bocht van de A20 bij Gouda langs weilanden met vee en broedende zwanen. Tegenwoordig staat daar een verzameling schoenendozen van baksteen, glas en golfplaat, voorzien van door adviesbureaus verzonnen bedrijfsnamen.

En de koe is naar binnen gehaald. Daar is het veterinair uitgebalanceerde eten beter doseerbaar, de koeienvlaai handiger op te vangen, de afstand tot de melkmachine korter en daar zijn de o zo gevaarlijke molshopen afwezig. Vroeger hield een boer koeien, tegenwoordig managet hij zijn vee. Zoals een dierenarts, gevraagd naar onze omgang met het melkvee, het op 12 mei in het RTL Nieuws verwoordde (en ik citeer hem hier letterlijk): "Je gaat meer in procedures werken, en in protocollen, en dan is het managen van een koe bínnen, denk ik, makkelijker uitvoerbaar". Waarna de nieuwslezer er fijntjes aan toevoegde dat in 2015 naar verwachting maar liefst 60 procent van de koeien permanent op stal zal staan.

Procedures, protocollen, managen, uitvoerbaar; het is het niksige gezwatel van de hedendaagse organisatieadviseurs, de handelsreizigers in gebakken lucht die ons land meer en meer in hun greep krijgen. De conclusie van deze ontluisterende uitspraak (nota bene van een dierenarts, van wie je zou verwachten dat het dier hem meer aan het hart gaat dan economische drijfveren, waarom is hij anders diergeneeskunde gaan studeren?) is dat ook in onze oer-Hollandse melkveesector het rendementsdenken het van het gezonde verstand heeft gewonnen. Deze bedrijfstak is daarmee afgedaald (of opgeklommen?) tot het niveau van de gemiddelde universiteit of hogeschool. Het enige verschil is dat studenten in staat zijn tot een bezetting en dat de koeien alles gelaten over zich heen laten komen zonder ooit met spandoeken naar het Maagdenhuis op te trekken.

De koe is dus het haasje. Maar die zat tenminste nog heel parmant in een groen, groen knollenknollenland.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden